De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herkenbaar als slaaf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herkenbaar als slaaf

Wie ben ik als ambtsdrager? [1]

8 minuten leestijd

Een ambtsdrager is heel wat meer dan wat zijn paspoort over zijn identiteit aangeeft. Een ambtsdrager is door Christus geroepen, om gezant van Hem te zijn. Het maakt veel uit voor de inhoud van ons bezoekwerk, als we beseffen wie we zijn en waartoe we geroepen zijn.

Een ambtsdrager durfde ooit in de huiskamer van een gezin niet door te vragen naar waar het in het leven ten diepste om gaat, onze verhouding tot God. Terwijl die vraag in de lucht hing. Na afloop vroeg ik hem naar de reden. Hij zei: ‘Wie bén ik om zulke persoonlijke vragen te stellen?’ ‘Ja’, zei ik, maar je komt niet namens jezelf en ook niet alleen namens de gemeente, je was hier vanavond namens Christus. En Hij stelt de vraag: Wat zeggen de mensen over Mij en wat zegt u over Mij?’
Als we weten wie we als ambtsdrager zijn, heeft dat dus gevolgen voor de praktijk van ons werk in de gemeente. Er zijn echter meer redenen waarom we weten moeten wie we als ambtsdrager zijn, wat onze geloofsidentiteit is.

Geloofsidentiteit
Veel vragen zijn voor een ambtsdrager van betekenis, altijd al, maar zeker tegenwoordig: Wie ben ik tegenover God? Hoe houd ik het vol in het ambt? Hoe ga ik om met de breedte van een kerkenraad, of met spanning? Hoe voorkom ik dat er iets tussen mij en de gemeente instaat? Hoe voorkom ik dat ik opbrand? Jongere ambtsdragers zullen in de hektiek van het leven deze laatste vraag zeker herkennen.
We kijken naar Paulus, die niet alleen veel geschreven heeft over het kenmerkende van de prediking, over het fundament waarop het werk in de gemeente moet gebeuren, maar ook over zichzelf als apostel. Voordat hij zich tot de gemeenten richt, heeft Paulus helder wie hijzelf is.
Dat mag ook ons gelden. Wie als diaken op pad gaat ten dienste van de naaste in nood of als ouderling een huisbezoek in de wijk aflegt, als kerkrentmeester naar een vergadering gaat waar hij tegenop ziet, zou moeten weten wie hij is. Luister mee naar Romeinen 1, waar de apostel zich bekendmaakt. ‘Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God’.

Gevangene van Christus
Paulus benoemt zijn identiteit als ambtsdrager als eerste zo, een dienstknecht van God, een slaaf. In Efeze 3 noemt hij zichzelf zelfs ‘een gevangene van Christus Jezus, voor u, de heidenen’. Helemaal in dienst genomen door de Heere. Als slaaf droeg je vroeger het waarmerk van je meester, zodat je herkenbaar was voor anderen. Je was het eigendom van een ander. Paulus laat op twee momenten zien dat hij een dienstknecht van God is, niet alleen aan het begin van een brief als hij zich tot een gemeente richt. Maar hij verwoordt zijn relatie tot God ook als hij zijn plannen aan de orde stelt. Ik zou zeggen: als u bekendmaakt dat u voor vier jaar een opdracht als ambtsdrager hebt of als u vertelt dat u huisbezoeken wilt gaan doen. In Romeinen 15:16 bijvoorbeeld, als hij de gemeente van Rome vertelt wat zijn voornemens zijn, dan zegt hij: ‘Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen, het Evangelie van God bedienende.’ Dienaar van God, dienaar van Christus, dienaar van het Nieuwe Testament – in zoveel bewoordingen komt het terug. Zijn jonge helper Timotheüs roept hij zelfs op een góed dienaar van Jezus Christus te zijn, als hij de gemeente de woorden van God voorhoudt.

Genade en apostelschap
Als we weten dat een mens geen twee heren tegelijk kan dienen, ben je als slaaf níet van een ander. Daar ligt het bevrijdende in het dienstknecht van Christus zijn. Sowieso geen dienstknecht van de duivel, maar ook geen dienstknecht van de gemeente! U dient wel een gemeente, maar Eén is de Meester. In gehoorzaamheid aan Hem en afhankelijk van Zijn leiding gaat de ambtsdrager zijn weg. Dat geeft een zekere onafhankelijkheid naar de gemeente, haar wensen en verlangens, waaraan u nooit allemaal kunt beantwoorden. Gelukkig, dat hoeft niet: als dienstknecht komen we met de woorden van God.
Het gaat hier over het bijzondere ambt, dat u ontving, dat volgde op het ambt van alle gelovigen. Als je dát niet kent, is het moeilijk, onmogelijk om ambtsdrager te zijn. Wat moet ik dan antwoorden op de vraag: Wie ben ik als ambtsdrager? Ben je dan geen huurling die niet echt zorg voor de schapen draagt? Als je niet in geloofsverbondenheid met de Goede Herder de zorg voor Zijn kudde uitoefent, hoe kun je dan in Zijn Naam spreken en hoe houd je het dan vol? Judas en Demas hielden het níet vol. Luister weer naar Paulus, die in Romeinen 1:5 zegt: ‘Door Wie wij hebben ontvangen genade en het apostelschap, tot de gehoorzaamheid van het geloof.’ De genade gaat voor het apostelschap.

Geroepen
Het is goed er bij stil te staan dat de dienaars van God in de gemeente geroepen zijn. Dat geldt niet alleen de predikanten, al kennen zij een bijzondere roeping. Paulus, ‘een geroepen apostel, door de wíl van God’, schrijft hij er maar even bij aan de gemeente in Korinthe. Dan weten jullie dat, ook als je vragen hebt over de waarheid van mijn woorden of als jullie mij niet zo’n redenaar vinden. Geroepen, door de wil van God. ‘De Heere heeft ervoor gekozen om Zijn gemeente niet door middel van engelen of machines, maar door middel van mensen te regeren en te leiden’, las ik in een bevestigingspreek voor ambtsdragers.
U hebt er ooit positief op geantwoord: bent u er in uw hart van overtuigd dat u wettig door Gods gemeente en daarom door God zelf tot deze heilige dienst geroepen bent? Ik heb zelf niet gesolliciteerd, heb mezelf niet in de startblokken gezet, maar de keuze op mij kwam van de andere kant. Dat gebeurt middellijk door de gemeente, zoals Paulus door Ananias bezocht is en door de gemeente van Antiochië de handen opgelegd kreeg bij zijn uitzending als heidenapostel.
Wat blijft er dan anders over dan wat we lezen in 1 Korinthe 15:10: ‘Door de genade van God ben ik wat ik ben.’ Zondaar en rechtvaardig; geroepen en gezonden, een mens die daarom belijdt: Mijn bekwaamheid is uit God. Als mens bent u een begenadigde, als gelovige bent u een geroepene. Tot wie het woord van Jezus klinkt: ‘Volg Mij.’ Dat is even eenvoudig als radicaal.

Waken over de zielen
Maakt dit nu onschendbaar? U bent immers geroepen. Hoeft de ambtsdrager aan niemand verantwoording af te leggen? Nee, de nadruk op de roeping maakt ons alleen en helemaal afhankelijk van God en bindt ons samen aan de andere broeders die de Heere geroepen heeft. Vanwege het ambt hebben onze woorden en daden gezag, maar dat betekent niet dat onze persoon mag groeien. Het gevaar om als ambtsdrager heerszuchtig te worden, is van alle eeuwen. De gemeente kan erdoor ontsporen. Dat neemt niet weg dat de Hebreeënbrief aan de gemeenten voorhoudt: ‘Weest uw voorgangers gehoorzaam, en weest hun onderdanig, want zij waken over hun zielen, als die rekenschap geven zullen.’ Met die voorgangers zijn niet alleen de predikanten bedoeld, het gaat om de leiders van de gemeente.
Wie ben ik als ambtsdrager? U bent iemand die met anderen waakt over de zielen van de gemeente. Raken we hier aan de kern van het werk van de ambtsdrager? Hij is toch niet de persoon die zorgt dat alles in de kerk goed verloopt, die een aantal taken uitvoert of die gemakkelijk over de Bijbel kan spreken? Wat is dat dan, waken over de zielen? Dat is dat u de gemeenteleden in hun vreugden en hun zorg, in de vragen over het leven met God, brengt bij en wijst op de Grote herder van de schapen, die sluimert noch slaapt, de Herder die Zijn leven voor de schapen gegeven heeft.
Waken over de zielen, daarvoor heb je de genade nodig waarover Paulus sprak. Want je kunt niet over een ander waken, als je zelf slaapt. Een ambtsdrager is daarom iemand die zelf veel met de Heere spreekt en Zijn Woord overdenkt.

Eeuwige bestemming
Deze kernnotie komt nog wat dichterbij, als we luisteren naar het formulier waarmee ouderling en diaken bevestigd zijn. Daar staat de opdracht: ‘Waak over de gemeente als het huis en de stad van God, door iedereen trouw te vermanen en te waarschuwen voor de weg die naar het verderf leidt. Heb acht op het handhaven van de zuivere leer en een vrome levenswandel in de gemeente des Heeren.’ Dat waken staat in een nauwe verbinding met de eeuwige bestemming van onze gemeenteleden – en daarom horen vermanen en waarschuwen erbij. Daarbij valt ons oog erop dat waken te maken heeft met het gehele leven van de gemeenteleden. Niet alleen hun geloofsleven. Er wordt in het formulier gesproken over de zuivere leer en over een vrome levenswandel. Is dat niet het mooie van het gereformeerd willen zijn, dat ons hele leven voor Gods aangezicht geplaatst wordt, waarbij er geen kunstmatige scheiding is tussen de zondag en de maandag, tussen ons geloofsleven en ons zakenleven, ons huwelijks- en seksuele leven, ons vakantiegedrag? Over dat alles hebt u te waken. Over leer en leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Herkenbaar als slaaf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's