De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een grote kring van bedelaars

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een grote kring van bedelaars

Bergrede gaat telkens over dezelfde mensen

7 minuten leestijd

Over de zaligsprekingen van de Heere Jezus wordt doorgaans gepreekt alsof er staat: Zalig is … Maar Hij zegt: Zalig zijn … Meervoud! Hij bedoelt geen enkelingen, maar Zijn gemeente.

De Bergrede, vooraan in het Mattheüsevangelie, is de meest uitvoerig beschreven prediking van de Heiland. Hij spreekt tot Zijn discipelen en daarachter tot de schare. Die schare zijn niet alleen degenen die daar op de berg in Galilea zitten. Hij spreekt ook tot hen die door Zijn apostelen Zijn woorden horen zouden: de Kerk van alle eeuwen en plaatsen.
De Heere begint met het allervoornaamste: Hij zegent hen die Zijn woorden horen en ook doen. Hij ontvouwt geen beleids- of actieplan, en roept niet op tot geestelijke krachtprestaties. Hij verkondigt, zegt Calvijn, de ware gelukzaligheid: het door God geschonken heil.
In de woorden ‘het Koninkrijk der hemelen’ worden alle oudtestamentische beloften van de komende Verlosser samengevat. De Koning komt en met Hem alle schatten van het heil. Dat zijn: troost (Matth. 5:4), de nieuwe aarde (vs. 5), verzadiging van gerechtigheid, dat is vergeving (vs. 6), barmhartigheid (vs. 7), God zien (vs. 8) en het Gods kinderen mogen zijn (vs. 9).
Wij ontdekken dat het tweede gedeelte van iedere zaligspreking een ander facet van de volle zaligheid noemt. Er zit zelfs een opklimming in. Steeds heerlijker worden de beloften die Christus daarin geeft.

Telkens dezelfden
Eenzelfde opklimming is er ook in de woorden waarmee de zaligsprekingen beginnen. De Heere spreekt eerst over de armen van geest. In het Lukasevangelie zelfs alleen over armen. Dan spreekt hij over de treurenden, vervolgens over de zachtmoedigen, tot ten slotte de vervolgden worden genoemd. Dat zijn niet, zoals ik lang gedacht heb, verschillende groepen binnen de gemeente: de reinen van hart, de barmhartigen en de vreedzamen, enzovoort. Nee, het zijn telkens dezelfden. In iedere zaligspreking noemt de Heere een ander stukje van hetzelfde geloof. De Engelse theoloog Martin Lloyd-Jones schreef een heldere verklaring van de Bergrede en bij de analyse van de zaligsprekingen concludeert hij: ‘We kunnen zeggen dat, zodra we elke zaligspreking onderzoeken, de aard van deze gedetailleerde beschrijving overduidelijk aantoont dat het ene noodzakelijkerwijs het andere veronderstelt. U kunt in dit opzicht bijvoorbeeld niet ‘arm van geest’ zijn zonder te ‘treuren’; en u kunt niet treuren zonder te ‘hongeren en dorsten naar de gerechtigheid’ en dat kunt u weer niet als u niet tot de ‘zachtmoedigen’ en de ‘vreedzamen’ behoort. In zekere zin verlangt elke eigenschap het gezelschap van elke andere eigenschap.’

Basiseigenschap
Zo kun je het arm van geest zijn zien als de basiseigenschap van iedere christen. Wat de vreze des Heeren in het Oude Testament is als voedingsbodem van het geloof, is in het Nieuwe de armoede van geest. Op het fundament van arm van geest zijn staat het onwankelbare geloof.
Wat is Christus’ prediking daarin dan toch radicaal anders dan die van Zijn tijd- en landgenoten. Farizeeën en schriftgeleerden predikten een rijk alleen voor wijzen en verstandigen. Wat is Zijn prediking ook anders dan de prediking in onze tijd, waarin gesproken wordt over zelfvertrouwen, zelfontplooiing, zelfexpressie en zelfverzekerdheid. Ik zou nog veel meer moderne woorden kunnen noemen, die met ‘zelf ’ beginnen. Jezus werpt Zijn hoorders gelukkig niet terug op zichzelf, maar op Zichzelf met een hoofdletter, op Zijn kruis en Zijn opstanding!

Bedelaars
Wat zijn dan armen van geest? Het Griekse woord uit het evangelie geeft het heel duidelijk aan. Letterlijk staat er: mensen die wat nodig hebben. Met dat woord worden in het Grieks de bedelaars aangeduid, die bij de poort of op de markt om een aalmoes vragen, omdat ze brood nodig hebben.
Geestelijke bedelaars zijn mensen die zelf niets hebben en ook niets kunnen en daarom alles van een Ander verwachten. Zij schamen zich niet hun lege hand op te houden. Het zijn mensen die de wet – en dus ook Christus Zelf – groot gelijk moeten geven als deze hen aanklaagt. Ze proberen er niet listig onderuit te kruipen met vrome ja-maars of zich oppervlakkig van Gods Woorden af te maken, alsof er niets aan de hand is. Met de truc zich te verbergen zijn de eerste zondaren al begonnen. Het gaat om mannen en vrouwen, jongens en meisjes, waar bijvoorbeeld Jesaja 57 over spreekt: ‘Mensen met een verbrijzelde en nederige geest.’ Dat wil zeggen: mensen, die in eigen ogen heel klein en nietig zijn. Zo zijn alle groten in Gods Koninkrijk: heel klein in zichzelf. Mozes, David, Jesaja, Petrus, Paulus en alle anderen. Zij beleden met mond en hart: ‘Wees mij zondaar genadig … Ik heb gedaan wat kwaad is in Uw oog … Ik ellendig mens.’ Prof.dr. A.A. van Ruler – hij was een begaafd theoloog – schrijft ergens heel eerlijk: ‘Dat ben je zomaar niet en het is een levenslange strijd om het te blijven, arm van geest.’

Grootste zelfverloochening
Hoe word je dat, nederig van hart en dus arm van geest? Door de Geest met een hoofdletter! Die wil mij door Zijn enige leerboek wijsmaken tot zaligheid. Die leert het ons om alleen op Hem te zien, Die de allerarmste is geworden. ‘Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus dat hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden’, schrijft Paulus aan de Korinthiërs, die dachten geestelijk heel wat te zijn. Zijn genade is de grootste zelfverloochening. Zelfontlediging, noemt de apostel het zelfs.
Wat gebeurt er dan in je geest, in je hart en in je ziel? Als de Geest ons bekeert, dan overkomt ons wat de herders en de wijzen in de stal van Bethlehem overkwam. Ik kniel eerbiedig neer en dank God voor de gave van Zijn Zoon. Ik houd niets anders over dan in Hem te geloven, op Hem te hopen en Hem bovenal van harte lief te hebben. Juist in de armoede van de kribbe en nog meer aan het kruis deelt hij bedelaars Zijn grote schatten uit. Calvijn zegt het met deze woorden: ‘Het is de moeite waard op te merken dat niemand arm van geest is dan wie van alle hoge dunk van zichzelf ontledigd is en zijn enige steunpunt vindt in de barmhartigheid van God.’

Blijvend
Gaat dat klein zijn voor de Heere ooit over? In dit leven niet. Het blijft bedelen bij de Bron. Maar dat geeft niet. De Bron is immers onuitputtelijk. Als ik mijn lege emmer – het geloof – in de put van het Woord van God gooi, dan stroomt de emmer vol levend water. Ik mag de schat naar boven halen en het water des levens drinken. Iedere dag weer. Zo bedelend word ik onuitsprekelijk rijk. Arm van geest, maar rijk in mijn Borg.
De vrucht van dit alles is stille ootmoed, zelfverloochening, aanvaarding, afhankelijkheid, dankbaarheid. Laat ik het ten slotte maar zeggen met de woorden uit de wijze Heidelbergse Catechismus: ‘Aangezien wij uit onze ellendigheid, zonder enige verdienste onzerzijds, alleen uit genade, door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen? Daarom dat Christus, nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht heeft, ons ook door Zijn Heilige Geest tot Zijn evenbeeld vernieuwt, opdat wij met ons ganse leven Gode dankbaarheid bewijzen voor Zijn weldaden en hij door ons geprezen worde’. (vr. en antw. 86)

Grote kring
De toepassing van dit alles is erg eenvoudig: Wee u, gij rijken, u wordt ledig weggezonden! Een bedelaar, die zijn hand uitsteekt met een goudstuk daarin, krijgt nooit wat. Gelukgewenst, u die niets heeft. Christus heeft alles en Hij wil ons rijk maken.
De gemeente van de Heere Jezus Christus is een grote kring van bedelaars rond de ene Bron. Het mooie is dat als één iets krijgt, dan deelt hij of zij dat met de anderen. Net als Kohlbrugge, die zei: ‘Dit ene doe ik: ik ga voortdurend bedelen bij de bron, daar put ik troost uit. Voor mijzelf …en voor jullie allen.’ Het is de gemeenschap van de rijke bedelaars, want de Weldoener is onvoorstelbaar rijk. Houd je lege hand maar op en je bent de Koning te rijk. Nu al in het geloof en straks volkomen, als Zijn Koninkrijk gekomen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een grote kring van bedelaars

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's