Obama for president?
Signalement
Nog even en we weten wie de nieuwe, 44e president van Amerika is. Als tenminste niet opnieuw, zoals in 2004, een slepende kwestie over de uitslag van de verkiezingen ontstaat. Zoals het Amerikaanse democratiemodel wil, gaat de verkiezingsstrijd om twee partijen, maar uiteindelijk om twee personen. In de campagne wordt alles op alles gezet om die personen te promoten. Politieke partijen en hun programma’s lijken er veel minder toe te doen. Dat is niet zo vreemd in een stelsel waarin een kandidaat meer dan de helft van het aantal stemmen moet behalen om gekozen te worden. Je moet dan in principe in je campagne op je eigen helft en die van de ander gericht blijven. Vandaar dat men soms van mening is dat het uiteindelijk weinig uitmaakt wie er wint. Wie stemt, zal echter een keuze moeten maken. De Democraten staan bekend als links en progressief; de Republikeinen als rechts en conservatief. Zaken waar deze verschillen zich op toespitsen zijn onder andere de toelaatbaarheid van abortus en euthanasie, de erkenning van homoseksuele verbintenissen, het recht om een vuurwapen te bezitten, de bescherming van het milieu, de ruimte voor marktwerking en de sociale voorzieningen. Wat altijd, maar vrij zeker ook dit keer een rol zal spelen bij de bepaling van de keuze is de waardering van de resultaten die aan de zittende president en zijn partij worden toegeschreven.
Nederland
De meeste christenen in Amerika lijken zich het meest thuis te voelen bij de Republikeinen. In de eerste plaats vanwege hun standpunt wat betreft de bescherming van het menselijk leven, maar ook vanwege de beperkte rol die ze aan de staat in het maatschappelijk leven wensen toe te delen.
Gegeven de positie van Amerika op het wereldtoneel, in elk geval in de westerse wereld, is het niet zo vreemd dat ook in Nederland de verkiezingsstrijd op de voet gevolgd wordt. De vraag dient zich aan naar wie van beide kandidaten in Nederland de voorkeur uitgaat. Het lijkt erop dat, niet in geringe mate beïnvloed door de media, de Democraat Obama bij ons de hoogste ogen gooit. Dat zal deels te verklaren zijn vanuit de politieke oriëntatie van de Democraten, maar zeker niet minder vanuit zijn persoonlijk optreden. Wie er gevoelig voor is, zal ongetwijfeld getroffen zijn door diens retorische kwaliteiten. Change (verandering) is één van zijn slagwoorden. Zijn charme, idealisme, zijn geloof in een betere, dus maakbare wereld, zijn boodschap van hoop en vrede hebben een imponerend effect, ook op christenen. Zelfs in calvinistisch Nederland. Journalisten en geïnterviewden in christelijke media geven daar blijk van. Goede bedoelingen spreken meer aan dan het realisme van de Republikeinen en hun kandidaat McCain. De risico’s van een idealistische politiek van goede bedoelingen lijkt men zich niet bewust. En voor conservatief willen van oudsher weinigen in ons land doorgaan. Het oorlogsverleden van de Republikeinse kandidaat moge respect afdwingen, zijn leeftijd staat hem in menig oog in de weg.
Beide kandidaten hebben verklaard zich (ook) door de boodschap van de Bijbel voor mens en samenleving aangesproken te weten. Beiden doen dan ook hun best om het christelijk electoraat voor zich te winnen.
Evangelische sympathieën
Een boeiende vraag is waarop de voorkeur van de hierboven genoemde Nederlandse christenen is gebaseerd. Afkeer van het huidige presidentschap zal ook bij hen ongetwijfeld een rol spelen. Hoezeer ook algemeen bewonderd en toegejuicht na 11 september 2001, de ster van Bush is gaandeweg verbleekt. Tevens zal de uitstraling – tegenwoordig een veelvuldig gebruikte term – van de persoonlijkheid van de huidige kandidaten parten spelen. Obama wordt als vooruitstrevend bejubeld, McCain als conservatief gebrandmerkt. De één beschikt over veel flair, de ander heeft een grijs imago.
Toch denk ik dat achter deze voorkeur ook nog iets diepers schuil gaat. Het is inmiddels een vaststaand gegeven dat ook onder orthodox-gereformeerde christenen sprake is van evangelische sympathieën. Onder neocalvinistische christenen was dat al veel eerder het geval. Het neocalvinisme maakt een revival door in de wereldwijde evangelicale beweging. De grondtoon van het neocalvinisme is optimistisch ten aanzien van de wereld en de cultuur. De positieve waardering van andere godsdiensten en de onproblematische acceptatie van de multiculturele en multireligieuze samenleving is bijvoorbeeld daarop gebaseerd. Theologisch is een voornaam punt daarbij dat, in vergelijking met de positie van de Reformatie, in het neocalvinisme (de hoop op) het Koninkrijk van God in het verlengde van de cultuur komt te liggen. De verondersteld wedergeboren christen is in staat om de wereld, onder andere via de politiek, te overwinnen, althans te verbeteren. De wereld is geen oord van ballingschap, terwijl diep in de genen van de gereformeerde theologie de spanning zit tussen wereldmijding en wereldverbetering. Er valt uiteraard voortdurend veel te veranderen en te verbeteren, gelet op de macht van de zonde.
Joodse waarschuwing
Reserves lijken echter geboden wat betreft de bijdrage van christenen aan de realisering van idealistische voorstellingen die uiteindelijk door machtspolitiek wordt bepaald. In het algemeen geldt de Joodse waarschuwing dat politieke messiassen die wel over macht maar niet over voldoende bekwaamheid beschikken groot onheil voor het volk kunnen aanbrengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's