De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van Driesum tot Delft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van Driesum tot Delft

Culturele verschuivingen en de vreze des Heeren [7, slot]

6 minuten leestijd

De predikanten C. Blenk en A.J. Mensink reageerden de voorbije twee weken op wat dr. P.J. Visser eerder schreef over de noodzaak van het bewaren van de vreze des Heeren in onze cultuur. Laatstgenoemde gaat op deze pagina's op hun schrijven in en rondt daarmee de bespreking van dit thema af.

Om te beginnen dank ik mijn beide collega’s C. Blenk en A.J. Mensink voor hun openhartige reactie. Wat me vooral opviel was de grote mate van (h)erkenning bij beiden van wat door mij werd gesignaleerd, hoewel beide scribenten in leeftijd nogal verschillen. Het wordt breed beseft dat er echt iets verschoven is. Die verschuiving blijkt overal actueel te zijn, van Driesum tot Delft zogezegd.
Al is er ook sprake van verschil. De ene gemeente is de andere niet. En binnen gemeenten blijkt vaak behoorlijke ongelijktijdigheid. In beleving en verlangen. In vragen en antwoorden. Dat maakt het er voor predikanten en alle andere werkers in de wijngaard niet makkelijker op. Met (gereformeerde) routine kunnen we al minder. Steeds meer worden we uitgedaagd – bijbels gezegd: geroepen – tot een priesterlijk dienen van Jan en alleman en tot een profetisch doorvertalen van het Woord naar mensen van allerlei soort.
Dat laatste lijkt me overigens de positieve keerzijde van een lastige tijd. Tenminste, als de handschoen wordt opgepakt. Collega’s Blenk en Mensink doen dat in ieder geval.

Pleidooi
Ds. Mensink noemt het voor de kerkenraad confronterend om onder ogen te zien dat het anders is dan vijftig jaar geleden. Ik begrijp de onrust die dit teweeg kan brengen. Het vertrouwde is je lief en bekend. Het andere geeft vaak afstand. Je weet er niet goed raad mee. Tegelijk noemt hij het een heilzame ervaring. Het geeft te denken. Het maakt je bewuster van wat er in jongeren en ouderen omgaat. En helpt je daarop in te haken. In prediking en pastoraat. Het valt op dat ds. Mensink een ‘opmerkzaam hart’ heeft voor alle mogelijke nuances in denken en beleven. In kort bestek komt een zestal soorten mensen voorbij. Hij kent zijn geestelijke pappenheimers goed. Zulke ambtsdragers zijn vandaag hard nodig. Want hoe zou je iets zinnigs zeggen, als je niet door hebt wie je voor je hebt. Slagen in de lucht komen zelden aan. Spreken tot het hart, daar ging het ons toch altijd om?
De teneur van ds. Mensinks reactie is een hartstochtelijk pleidooi voor heldere uitleg van de Schriften en een invoelend pastoraat, waarin niet over hoofden heen wordt gepreekt en gepraat, maar jongeren en ouderen in hun verscheidenheid worden gezien, gehoord en bij de hand genomen. Ik beaam dat van harte.

Jorwerd
Gelet op wat hij schrijft over het aanwezige wetticisme en liberalisme, over onwetendheid en oppervlakkigheid die God gereserveerd heeft voor kritieke momenten, over gestolde bevinding die jaar en dag blijft steken in dezelfde vragen, werd ik er te meer van overtuigd dat het vandaag op twee dingen aankomt in Gereformeerde Bondsgemeenten: op indringend gebed om doorwerking van de Geest en op al onze inzet de woorden van God voor allerlei mensen tot klinken te brengen.
Invoelend en tegendraads. Opdat het klikt en er wat gebeuren kan – opdat hét gebeuren kan. Blijft dat uit, dan vrees ik – juist omdat alles anders is dan vijftig jaar terug – dat God wel eens net zo snel uit ‘Driesum’ verdwijnen kan als destijds uit ‘Jorwerd’. Daar zijn geen twee generaties voor nodig.

Meer vragen
Vanuit zijn ervaringen in de stad gaat ds. Blenk in op de verschuivingen die er zijn. Op een ‘Blenkiaanse’ wijze stelt hij meer vragen dan dat hij antwoorden geeft. Dat is wellicht op zich al tekenend voor deze tijd. Intussen raken zijn vragen wel stuk voor stuk zaken die ertoe doen. Juist als we het eigene van de gereformeerde erfenis vast willen houden en vruchtbaar willen maken voor de toekomst. Met als diepste doel: het bewaren van de vreze des Heeren. Ik kan in dit bestek onmogelijk ingaan op alles wat hij aansnijdt. Ik onderstreep twee zaken.
Ten eerste zijn reactie op de moderne aanvechting of God eigenlijk wel bestaat. Ds. Blenk vraagt zich af of wij na vijftig jaar niet bezig zijn met ‘midden-orthodoxe vragen’. Ik begrijp (en deel) zijn zorg om daarin te verzanden en weg te raken bij de thema’s die God in Christus op de agenda heeft gezet. We houden ons echter niet met deze zaken bezig om – verlaat – achter modieuze vragen aan te lopen, maar omdat ook onder ons deze existentiële twijfel aan de ziel van steeds meer mensen knaagt. Van jongeren en ouderen. En intussen komt de postmoderne aanvechting daar nog eens overheen: Er zal best wel Iets zijn, maar wie zegt me dat Het de God van de Bijbel is?
Laten we oor hebben voor deze basale vragen en er eerlijk op ingaan. Niet omdat wij kunnen over-

Deze serie artikelen is de downloaden van www.gereformeerdebond.nl.

tuigen. Maar om op zijn minst uit te leggen hoe wij (en vele anderen vóór en met ons) van Hogerhand overtuigd geraakt zijn. Juist vanuit gereformeerd perspectief verlangen we immers niet dat mensen zomaar iets aannemen, maar zijn we erop uit dat één en ander hen persoonlijk eigen wordt. Ik begrijp dat ook ds. Blenk zo nodig die ‘toeleidende weg’ wil gaan met als doel: dé Weg!

Luther en Bonhoeffer
Ten tweede ziet ds. Blenk onder ons nogal wat verschuiven als het gaat om de bijbelse thema’s van rechtvaardiging en heiliging. Volgens hem heeft de worsteling om genade vaak plaats gemaakt voor de vraag naar Gods plan. En lijkt het tollenaarsgebed soms vervangen door een opwekkingslied. Kritisch naar eigen kring vraagt hij zich intussen wel af in hoeverre ook de vragen rond toe-eigening contextueel bepaald zijn. Ds. Blenk wil zowel de rechtvaardiging à la Luther als de navolging à la Bonhoeffer vasthouden. Helemaal mee eens. Op de bediening van de verzoening mogen we niet inleveren. Nooit. Dan raken we binnen de kortste tijd de grond onder de voeten kwijt. Tegelijk mag de navolging ons niet vreemd worden. Dan raakt de vreemdelingschap in vergetelheid en worden wij dualisten.
Maar het één en ander moet wel op zo’n heldere en concrete wijze aan de orde komen, dat het inhaakt op het denken en doen van mensen van nu. Dat laatste is tot op heden niet onze sterkste kant. Er zou in onze gelederen dan ook geregelder open over doorgepraat moeten worden. Met alle ‘partijen’. Om elkaar bijbels-theologisch op te blijven scherpen. En samen praktisch-theologisch toegerust te worden voor prediking en pastoraat. Zodat we orthodoxe scheefgroei en evangelische wildgroei leren onderscheiden van een bijbelse opwas in genade en kennis van Christus. Ik kijk er naar uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Van Driesum tot Delft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's