De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Preek en milieu

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Preek en milieu

7 minuten leestijd

In het Nederlands Dagblad van 3 oktober haakt drs. Nico van der Voet in op een oproep aan vaktheologen in het meinummer van CV.Koers om zich bezig te houden met milieuethiek. Die oproep kwam van Embert Messelink van de christelijke natuurorganisatie A Rocha en van Peter Siebe van het Christelijk Ecologisch Netwerk. Vaktheologen worden aangesproken omdat zij de (aanstaande) predikanten moeten vormen op dit ethische thema zodat via hen de ‘nood in de schepping’ uitstraalt op de christelijke gemeentes. Van der Voet – docent pastoraat en ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en vele zondagen per jaar zelf ook voorganger in ‘behoudende’ hervormde gemeenten – verwacht niet dat predikanten staan te springen om op deze problematiek in te gaan. Hij verwacht vooral een ‘neen’ bij orthodoxe voorgangers in de bevindelijke hoek en bij de aan hen verwante evangelische voorgangers. Hij schrijft: ‘Ik heb nog nooit in de gemeentes waar ik kom één preek gehoord waarin werd uitgewerkt dat de levensheiliging te maken heeft met verantwoord omgaan met dier en milieu.’
Waarom hebben veel voorgangers aandacht voor echtscheiding, homofilie, euthanasie en dergelijke maar weinig of niet voor het milieu? Ze zijn niet onbekend met de thematiek. Christelijke politieke partijen, kranten en opiniebladen schenken er aandacht aan. De media overspoelen ons allen met zorg over het klimaat. En toch zwijgen de meeste predikanten erover. Waarom?
Gedeeltelijk heeft het met theologie te maken, gedeeltelijk ook niet. Theologisch zijn (bevindelijk) orthodoxe en evangelische predikanten vooral gericht op het individu en zijn heil. De maatschappelijke vragen zijn van een tweede orde. Als er al belangstelling is in de gemeente voor maatschappelijke ontwikkelingen, moet die maar in studiekringen of diaconale werkgroepen aan de orde komen. Predikanten (en gemeenteleden) zijn, omdat ze zo op het individu gericht zijn, geboeid door de persoonlijke ethische casussen. Individuele ethiek is belangrijker dan sociale ethiek. De dominee spreekt over schuld en vergeving en vernieuwing in de relationele sfeer. Schuld die het individu overstijgt, blijft buiten beeld.
Dit heilsegocentrisme draait om de vraag: hoe weet ik zeker dat God mijn Vader is en Jezus mijn Redder? Hoe krijg ik troost? Het zijn belangrijke vragen, maar ze richten de blik naar binnen. Deze geloofsbeleving is individualistisch en zoekt het eigen geluk.

Waartoe zijn wij op aarde? Het antwoord dat me vroeger altijd werd gegeven luidde: Om bekeerd te worden. Dit, ons aardse bestaan, is eigenlijk nauwelijks van belang. Het gaat om het leven bij God, straks eeuwig in de hemel. Ik denk dat daarom nogal wat orthodoxe christenen denken: ach, waarom zouden we ons druk maken over het milieu. Straks gaat er toch de brand in. Alles is van de zonde doortrokken en het wordt toch nooit meer wat na de zondeval. Daarom, aldus Van der Voet, is de oproep tot bekering van onze zonden selectief van aard. ‘Er worden weinig zonden concreet aangewezen. Voorgangers mijden, juist als ze evenwichtig willen zijn, de klippen van wetticisme en moralisme en laten de gemeenteleden zelf de morele toepassing van de bijbeluitleg maken.’
Als mij soms werd gevraagd: wees eens wat concreter in uw vermaan, dan bedoelde deze persoon meestal: waarschuw tegen de televisie en de bioscoop. Maar nooit: stel eens aan de orde dat we de auto wat minder vaak gebruiken of heb het eens over milieu-ethiek in de agrarische sector. Wie het wel deed, kreeg al spoedig te horen dat zijn preken toch wel erg horizontaal aan het worden waren. Daar komt bij, aldus Van der Voet, dat de meeste orthodoxe predikanten plattelandsdominees zijn. Je wilt toch de beroepseer van je gemeenteleden niet kwetsen of aan de portemonnee van je meestal hardwerkende gemeenteleden komen.
Een predikant die mensen waarschuwt voor abortus, kan dat voor zichzelf vrijblijvend doen. Hij heeft er waarschijnlijk zelf nooit mee te maken gehad. Als hij zonden benoemt op het terrein van milieu-ethiek – overconsumptie, energieverspilling, dierenleed – staat hij ook op zijn eigen tenen. Veel steun uit de gemeente hoeft hij niet te verwachten. Zijn gezinsleden zullen hem thuis onder zijn neus wrijven dat ze het toch wel erg jammer zouden vinden als hij al te veel consequenties uit zijn eigen preek zou trekken en misschien hun vliegvakantie zou afzeggen. ‘Want dat lost toch niets op!’ Een voorganger die iets zegt over goed milieugedrag, zet zichzelf in de schijnwerpers. Dat is riskant. Als zijn leer en leven niet met elkaar in overeenstemming zijn, prikt ieder erdoorheen.
Predikanten hebben zo weinig oog voor schepping en milieu, omdat het vermoedelijk velen van hen zo weinig persoonlijk interesseert. Veel voorgangers houden waarschijnlijk meer van asfalt, auto’s en ander technisch vernuft dan van Gods scheppingswerk. Dominees fietsen meestal niet door de regen. Ze kijken niet naar weidevogels en treuren er ook niet om dat er zoveel verdwijnen uit Nederland. Natuur is iets van de vakantie. Uiteraard brengt de predikant eens in de maand zijn oude kranten met de auto (!) naar een container op het kerkplein om iets goeds voor het milieu te doen. Dan houdt het op. Een voorganger ligt mogelijk wakker van het ontspoorde gedrag – muziek, alcohol, seksualiteit – van de jeugd van de gemeente. Hij ligt niet wakker van zijn eigen milieugedrag en niet van dat van de gemeenteleden.

Van der Voet stelt de vraag aan de orde: Maar waarom zouden óók predikanten moeten spreken over milieuvragen? Wel, dat heeft alles met hun profetische roeping te maken, is zijn antwoord. Voorgangers hebben een taak te proberen ontwikkelingen te doorzien in kerk en samenleving.
Profeten blikken terug op de schepping en haar betekenis. De hele schepping is voortgekomen uit Gods gesproken woord en verdient bij dreiging net zo verdedigd te worden als een kwetsbaar ongeboren kind.
Profeten kijken om zich heen en voelen de pijn van de schepping, die zucht onder de gebrokenheid – en verbinden daaraan richtlijnen voor een nieuwe levenswandel.

Profeten kijken vooruit naar de jongste dag. Hemel en aarde worden vernieuwd. Dat geeft ons geen recht om de aarde uit te wonen. We moeten ons juist voorbereiden op de komst van Jezus Christus door nu dat te doen waarin Hij vreugde beleeft: gerechtigheid betrachten. Dan zijn we bij een volgend profetisch aspect. Profeten worden niet moe te hameren op gerechtigheid. In de hele milieuproblematiek zit diep onrecht. Wij in het Westen genieten en de prijs daarvoor wordt voor een groot deel in de arme landen én door ons nageslacht betaald. En het laatste: profeten wijzen afgoderij af. Het lukt orthodoxe voorgangers wel om de dienst aan Baäl en Astarte te verbinden met de hedendaagse seksuele losbandigheid. Dat de seksualiteit in dienst stond van hoop op voorspoed, vergeten ze wel eens. Weelde en vooruitgang zijn machten in onze tijd die veel beloven. Net als de afgoden van vroeger benemen ze ons echter uiteindelijk de adem.
De meest ontdekkende regel in de bijdrage van Nico van der Voet vond ik wel wat hij schrijft over het heilsegocentrisme: ‘Dat is verwant aan het hedonisme: hoe kan ik zo leuk mogelijk leven? De hedonistische, individualistische, westerse levensstijl, is bron van de milieuproblematiek. Is het toevallig dat de mensen die druk zijn met hun persoonlijke zielenheil, tegelijk druk zijn met het opbouwen van een welvarend leven en geen interesse hebben voor de gevolgen daarvan voor het milieu?’

Ja, een mooi leven hier met op de achterhand een mooi leven daar. Zou het waar zijn? Dan heb ik meer respect voor een straatarme Zimbabwaan die het hier volhoudt, omdat hij vast gelooft dat God eens gerechtigheid aan hem of haar zal bewijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Preek en milieu

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's