Voorbeeld in het geloof
Wibrandis Rosenblatt trouwde drie hervormers
De zestiende-eeuwse Wilbrandis Rosenblatt trouwde vier keer in haar leven. Drie keer was dat met een vooraanstaande reformator. De etappes van haar leven vertellen daarom ook een stuk van de geschiedenis van de Reformatie, met name in Basel en Straatsburg.
Op 19 augustus 2004 werd in de Martinskerk te Basel in een speciale dienst de vijfhonderdste verjaardag van Wibrandis Rosenblatt (1504-1564) herdacht. Aan de buitenkant van de kerk herinnert sindsdien een plakette aan haar.
Wibrandis Rosenblatt werd geboren in Säckingen, een plaats circa veertig km ten oosten van Basel. Haar vader, Hans Rosenblatt, was als aanvoerder van een leger landsknechten in dienst van keizer Maximiliaan (1493-1519) en daardoor veel afwezig. Omdat haar moeder, Magdalena Strub, die afkomstig was uit Basel, dus grotendeels alleen stond voor de taak van de verzorging en de opvoeding van haar dochter en zoon, ging zij met haar nog jonge kinderen terug naar Basel, waar zij steun van haar familie kon krijgen.
Keller en Oekolampadius
Op haar twintigste trouwde Wibrandis Rosenblatt met de humanist Ludwig Cellarius (Keller), die een basisstudie aan de faculteit der Vrije Kunsten had voltooid en in Basel als leraar werkzaam was. Cellarius overleed al in de zomer van 1526 en Rosenblatt bleef als weduwe met één dochter achter. In 1528 hertrouwde de 24-jarige Wibrandis Rosenblatt met de 22 jaar oudere reformator Johannes Oekolampadius (Hausschein; 1482-1531). Hij woonde sinds 1522 permanent in Basel, waar hij priester was in de Martinskerk en daarnaast hoogleraar in de theologie. De keuze om te trouwen met een prediker of priester die zich bij de reformatorische beweging had aangesloten, betekende ook de keuze voor een levensvorm die nog niet beproefd en nog geenszins algemeen geaccepteerd was. Volgens de in de zestiende eeuw gebruikelijke rolverdeling vertegenwoordigde de man de familie naar buiten toe in de sfeer van de politeia, het openbare bestuur. De vrouw had de leiding over het huishouden, de oikonomia. Voor Wibrandis Rosenblatt ging het daarbij om meer dan een privéhuishouden. Ook al beheerde niet iedere vrouw van een reformator een grote veestapel en een bierbrouwerij zoals Katharina von Bora (1499-1552), toch was het huishouden waar Wibrandis Rosenblatt leiding aan gaf, beslist niet klein. In de ruim drie jaar van het huwelijk werden drie kinderen geboren, zodat zij verantwoordelijk was voor de verzorging en opvoeding van vier kinderen. Daarnaast waren er regelmatig en soms langdurig gasten, verre familieleden en studenten die gehuisvest en verzorgd moesten worden.
In 1529 werd Oekolampadius de eerste predikant aan de Munsterkerk te Basel. Het Pfarrhaus was toen ook vaak een schuilplaats voor vluchtelingen die vanwege hun reformatorische geloof gevaar liepen.
Vriendenkring
Door haar huwelijk met Oekolampadius ging Wibrandis Rosenblatt deel uitmaken van een vriendenkring die de reformatoren van Basel, Zürich, Konstanz en Straatsburg met elkaar verbond. Tot deze vriendenkring behoorden onder anderen in Konstanz Ambrosius Blarer (1492-1564) en zijn zuster Margarethe Blarer (1493-1541), in Zürich Huldrych Zwingli (1484- 1531) en zijn vrouw Anna Reinhard, in Straatsburg de echtparen Wolfgang Capito (Köpfel; 1487- 1541) en Agnes Roettel, Matthias Zell (1477-1548) en Katharina Schütz (1497-1562) en Martin Bucer (1491-1551) en Elisabeth Silbereisen.
De omvangrijke correspondentie getuigt van een levendig onderling contact, maar er waren ook regelmatig persoonlijke ontmoetingen. Rosenblatt had Zwingli, Capito en Bucer bijvoorbeeld leren kennen toen zij op doorreis of voor besprekingen in Basel waren.
Actief
De vriendenkring laat ook duidelijk zien dat er voor vrouwen niet alleen maar één geaccepteerde manier van leven was. De meeste vrouwen uit de kring waren net als Rosenblatt getrouwd en verantwoordelijk voor de oikonomia.
Katharina Schütz had daarnaast een actief aandeel in het pastorale werk van haar man, publiceerde zelfstandig over verschillende actuele theologische thema’s en correspondeerde met andere reformatoren, onder wie Martin Luther (1483-1546).
Margaretha Blarer koos er bewust voor niet te trouwen. Op grond van haar geërfde ouderlijke vermogen kon zij zich deze keuze veroorloven. Zij had net als haar broers een humanistische opleiding genoten en zette haar hele vermogen en kunnen in voor de reformatie in Konstanz: praktisch aan de ene kant in de zorg voor armen en zieken, en aan de andere kant in haar theologische contacten met reformatoren zoals Bucer. In Konstanz had zij de eretitel diaconissa ecclesiae Constantiensis: diacones van de kerk van Konstanz. Uit de correspondentie van de vriendenkring blijkt duidelijk dat er ook over Katharina Schütz en Margaretha Blarer alleen maar met grote waardering werd gesproken.
Weer weduwe
Reeds drie jaar na hun trouwen stierf Oekolampadius. Hij liep een bloedvergiftiging op tengevolge van een ontsteking. De inspannende werkzaamheden en gevechten van de laatste jaren hadden hem zo verzwakt, dat hij de weerstand niet meer had om de ziekte het hoofd ze bieden. Amper zes weken na de dood van Zwingli (11 oktober 1531) die hem zeer had aangegrepen, overleed hij op 23 november 1531. Wibrandis Rosenblatt was voor de tweede keer weduwe.
Kort voor Oekolampadius was in Straatsburg Agnes Roettel, de vrouw van Wolfgang Capito, overleden. De vriendenkring wilde zowel Capito als ook Rosenblatt weer verzorgd zien. Bucer adviseerde een huwelijk tussen beiden. De 28-jarige Wibrandis trouwde met de zeventien jaar oudere Capito en verhuisde met haar kinderen en haar moeder naar Straatsburg.
Capito was van huis uit welgesteld, maar door onbaatzuchtige en tegelijk naïeve hulp aan anderen was hij zelf in de problemen gekomen. Rosenblatt moest het grote huishouden met krappe financiële middelen zien te organiseren. In de negen jaar van hun huwelijk werden vijf kinderen geboren. De zorg voor haar acht kinderen (Irene Oekolampadius was al heel jong gestorven) kwam geheel bij Rosenblatt te liggen, want Capito was door al zijn taken in de gemeente zwaar overwerkt, zodat hij niet veel tijd voor zijn familie kon vrijmaken. Hij was ook vaak ziek, leed aan slapeloosheid en was dientengevolge depressief.
Begraven
Toen in 1541 een pestepidemie in het gebied rond de Boven-Rijn heerste, behoorde Wolfgang Capito tot de slachtoffers. Hij overleed op 4 november 1541. Hij was niet de enige uit de vriendenkring. In Konstanz overleed Margaretha Blarer, in Straatsburg overleed Elisabeth Silbereisen, de vrouw van Martin Bucer en verscheidene van hun kinderen. Wibrandis Rosenblatt moest naast haar man ook drie van haar kinderen begraven. Haar oudste dochter was al getrouwd, zodat Wibrandis, die voor de derde keer als weduwe achterbleef, de verantwoordelijkheid had voor vier jonge kinderen.
Bucer
Wibrandis Rosenblatt en Martin Bucer hadden beiden door de pest hun echtgenoten en verscheidene kinderen verloren en stonden nu voor de taak hun leven nieuw te organiseren. De verzorging van de overgebleven kinderen moest gewaarborgd worden en het werk voor de Reformatie moest doorgaan. Elisabeth Silbereisen had vlak voor haar overlijden tegenover Rosenblatt en Bucer de wens uitgesproken dat zij elkaar daarin als man en vrouw zouden steunen. De nu 38-jarige Rosenblatt en de dertien jaar oudere Bucer trouwden in het voorjaar van 1542. Uit de keuze voor haar nieuwe echtgenoot spreekt ook haar duidelijke wens om voor de Reformatie dienstbaar te blijven. Uit het huwelijk werden twee kinderen geboren.
Testament
De grootste scheiding in hun huwelijk werd veroorzaakt door het Augsburgse Interim (1548). Nadat keizer Karel V (1519-1555) de protestantse rijksstanden van het Schmalkaldisch verbond had overwonnen, moest het Interim tot aan een algemeen concilie regelen dat de protestanten zouden terugkeren in de Rooms-Katholieke Kerk. In de tussentijd waren alleen het vieren van het avondmaal onder beiderlei gestalte (brood en wijn) en de reeds gesloten priesterhuwelijken gewaarborgd.
Bucer, die in Augsburg had geweigerd aan het Interim mee te werken, vreesde voor zijn leven en keerde clandestien terug naar Straatsburg. Al vóór zijn vertrek naar Augsburg had hij zijn testament gemaakt. Dit testament getuigt niet alleen van zijn grote en warme waardering voor Rosenblatt, maar spreekt ook van zijn liefde voor al haar kinderen en van het in zijn ogen gezamenlijke vaderschap met Oekolampadius en Capito.
Als gevolg van het Interim verliet Bucer begin 1549 Straatsburg en vertrok op uitnodiging van de aartsbisschop van Canterbury naar Engeland, waar hij in Cambridge college gaf en veel betekende voor de ontwikkeling van de Reformatie in Engeland. Het gemis van zijn familie en de zorg om de kerk in Straatsburg maakten hem letterlijk ziek. Ook het ongewone, veel te rijke eten in Engeland en de koude winters waren voor zijn gezondheid niet bevorderlijk. Rosenblatt kon hem in de herfst van 1549 voor een aantal maanden vergezellen en verhuisde een jaar later met haar kinderen en haar moeder naar Engeland. Daar overleed Bucer op 28 februari 1551.
Gedragen
Rosenblatt keerde met haar gezin naar Straatsburg terug en verhuisde in 1553 naar Basel, waar zij op 1 november 1564 aan de pest overleed.
Het leven van Wibrandis Rosenblatt vertelt het verhaal van iemand die zich ook in alle tegenslagen door God gedragen wist en aan Zijn Woord bleef vasthouden. Dat maakt haar tot een voorbeeld in het geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's