De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dankdag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dankdag

Meditatie: Genesis 4:1-8, Hebreeën 11:4

4 minuten leestijd

Kaïn en Abel: twee broers, zonen van Adam en Eva. Aan de buitenkant zal niet meer verschil te zien zijn geweest dan normaal bij broers het geval is.

'Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn (…)'

Calvijn hield het ervoor dat de broers een tweeling zijn geweest. De Schrift doet daar geen nadere mededeling over. Hoe het ook zij, aan de buitenkant hebben Kaïn en Abel veel gemeen. Beiden hebben een respectabel beroep: de één landbouwer, de ander schaapherder. Beiden zijn geboren uit godvrezende ouders. Beiden dienen de Heere en brengen Hem offer: ‘En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands de HEERE offer bracht. En Abel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet’ (vs. 3 en 4a). Voor het menselijk oog weinig verschil. Maar ‘het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan’. Ook al is het van buiten alsof de beide broers hetzelfde doen, we lezen: ‘En de HEERE zag Abel en zijn offer aan; maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan’ (vs. 4b en 5a).

Innerlijk
Het is veelzeggend dat er niet geschreven staat: ‘En de HEERE zag het offer van Abel aan; maar het offer van Kaïn zag Hij niet aan’. Nee, ‘de HEERE zag Abel en zijn offer aan; maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan’. De volgorde is: de Heere ziet eerst naar de persoon en dan naar diens offer. Kennelijk heeft het onderscheid tussen de beide broers meer te maken met hun innerlijk leven dan met de buitenkant. De innerlijke gesteldheid, de gezindheid van het hart tegenover de Heere wordt vervolgens ook in het offer tot uitdrukking gebracht. Al vanaf de eerste bladzijden blijkt het woord van kracht: ‘De HEERE heeft uit de hemel neergezien op de mensenkinderen, om te zien of iemand verstandig ware, die God zocht’ (Ps. 14:2).

Rechtvaardig
In het Nieuwe Testament lezen we dan ook: ‘Door het geloof heeft Abel een voortreffelijker offer aan God gebracht dan Kaïn. Daardoor kreeg hij getuigenis dat hij rechtvaardig was. Dit heeft God met het oog op zijn gaven getuigd. En door dit geloof spreekt hij nog, nadat hij is gestorven.’ (Hebr. 11:4) Abel wordt hier ‘rechtvaardig’ genoemd, in tegenstelling tot Kaïn, wiens werken boos waren: ‘Want dit is de verkondiging die gij van den beginne gehoord hebt, dat wij elkander zouden liefhebben. Niet gelijk Kaïn, die uit den boze was en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren en van zijn broeder rechtvaardig.’ (1 Joh. 3:11 en 12)
Hoe gelijk ze ook aan de buitenkant mochten zijn, gesteld in het licht van Gods aanschijn gold voor Kaïn dat hij uit den boze en voor Abel dat hij rechtvaardig was. Kains werken boos, die van zijn broeder rechtvaardig.

Onze offers
Het was deze week dankdag. Als ook ónze offers van dankzegging in het licht van Gods aanschijn worden gesteld … Of zij welriekend zijn voor God of verwerpelijk zal ervan afhangen of zij zijn gebracht met een ‘waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten’ (Hebr. 10:22). Geen mens kan een Gode welgevallig offer brengen indien niet eerst die mens zelf voor God aangenaam is gemaakt door het rechtvaardigmakend geloof. De werken die voortkomen uit de goede wortel van het geloof zijn goed en bij God aangenaam, omdat zij alle door Zijn genade geheiligd zijn. ‘Want het is door het geloof in Christus dat wij gerechtvaardigd worden, ook eer wij goede werken doen; anders zouden deze werken niet méér kunnen goed zijn dan een vrucht van de boom goed zijn kan voordat de boom goed is’ (NGB art.24).
‘Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn.’ Dat geloof ziet volkomen op de genade die ons is toegebracht in en door Christus Jezus. ‘Door het geloof ’; dat is het rechtvaardigmakend geloof dat Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst. Zíjn verdiensten, waardoor wij belijdend gaan getuigen: ik ben niet Gode aangenaam vanwege de waardigheid van mijn geloof, maar daarom, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God is (HC, antw. 61). Dan wordt het groot in mijn hart. Dan ga ik juichend zingen:

'Mijn hart springt in mij op, o HEER’,
Wanneer ik, met Uw scharen,
Verschijn voor Uw altaren,
En U met offergaven eer!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Dankdag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's