Thuis, werk en kerk
Wie ben ik als ambtsdrager? [2]
Als je als ambtsdrager moet waken over leer en leven van de gemeenteleden, dan is dat geen geringe verantwoordelijkheid. Wie een druk bezet leven heeft, doet er goed aan te luisteren naar Jezus onderwijs.
Brand je daar niet aan op, zo’n immense taak? Ik ga dat niet ontkennen, want het kan ons zomaar overkomen. Het dagelijks werk en alles wat daarbij komt aan overwerk of nascholing, reorganisatie of spanningen vanwege ons christen-zijn, het is voor velen, ook jonge geschoolde mensen soms een woestijnervaring. Altijd presteren, omgaan met veeleisende managers, werken achter de pc die je zo heel anders moe maakt dan onze voorouders in de akkerbouw moe waren.
Volle agenda
Wie daarnaast een ambt bekleedt, heeft afgezien van het voortreffelijke van dit werk in de dienst aan God, een volle agenda. Laten predikanten naar hun ambtsdragers toe beseffen dat voor hen de gemeente professionele werkterrein is. De ouderling en de diaken moet voortdurend schakelen met zijn verantwoordelijkheid als werknemer of werkgever. Dan is er nog ons gezin, niet als sluitpost, maar als kerkje in de kerk, als kweekplaats van de vreze des Heeren, als veilige omheining om de volgende generatie de waarden en normen van de Schrift te leren en de gewetens van onze kinderen te vormen. Je kunt aan alle kanten vastlopen, zeker als er bijzondere omstandigheden zijn: de gemeente raakt vacant en het beroepingswerk betekent extra drukte en spanning; er is ziekte in je gezin of zorg om je eigen gezondheid; de psychische belasting ervaar je als eigenlijk te zwaar.
Goede balans
Is in deze herkenbare context voor ons niet van groot belang te luisteren naar Jezus’ onderwijs? Hoe maken we een goede afweging tussen het op je trouwdag gegeven jawoord, de handtekening onder het contract met je werkgever en het jawoord bij je belijdenis, toen je beloofde mee te werken aan de opbouw van de gemeente? Het laat zich raden dat de volgorde thuis, werk en kerk aangeeft waar steeds onze eerste verantwoordelijkheid ligt.
Een belangrijk instrument om voor uzelf vast te stellen of u de goede keuzen maakt, is het stellen van deze, misschien wat merkwaardige vraag: ‘Hoe wilt u dat er op uw begrafenis over u gesproken zal worden?’ Wie die vraag bewust onder ogen ziet, laat zich niet meevoeren door alles wat zich aandient, maar denkt vanuit de toekomst. Als we dat doen, moet het mogelijk zijn een goede balans te vinden tussen onze plaats thuis, als man en vader, onze verantwoordelijkheid wat het dagelijks werk betreft en onze roeping in de gemeente van Christus.
Weg van het Koninkrijk
Hoe houd je het vol? Het is verrassend dat de Bijbel ons hier veel over leert, dat het leven van de Heere Jezus ook hierin een voorbeeld is. Als we alle aandacht geven aan ons bezig-zijn voor Gods Koninkrijk, gaan we de weg van het Koninkrijk nog niet. Wie de evangeliën bestudeert, ontdekt dat Jezus voortdurend handelde vanuit het doel dat Hem van voor de grondlegging van de wereld voor ogen gesteld was: het volbrengen van de wil van Zijn Vader, een weg waarin het kruis Zijn toekomst was. Steeds stond het Jezus voor ogen dat Hij op aarde was om te dienen en om Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen. (Mark. 10:45)
Hij liet zich niet verleiden door mensen die Hem koning wilden maken; zodra Hij dit ontdekt, trekt Hij zich terug in de bergen. (Joh. 6:15) Hij houdt Zich aan het hoofddoel en voldoet daarmee niet aan de verwachtingen van mensen. Voor élke dag stelde Jezus prioriteiten. Als Hij de maanzieke jongen (Mark. 9) genezen heeft, reist Hij met Zijn discipelen door Galilea, wat niemand mag weten, omdat Hij de discipelen gaat onderwijzen over het lijden van de Zoon des Mensen.
Rust een weinig
Het is leerzaam om vanuit deze insteek de evangeliën eens te lezen. Als de discipelen zelfs geen tijd hebben om te eten (gaat u uit uw werk ook wel eens direct naar een vergadering?), zegt Jezus: ‘Rust een weinig’ (Mark. 6:31). Dit woord is geen losse zwerfsteen, want Gods zorg voor ons lichaam en onze ziel is voortdurend aan de orde. Jezus leert ons grenzen te stellen om op adem te komen. Dat is ontdekkend en heilzaam, omdat er in Gods Koninkrijk altijd meer gedaan kan worden dan we zouden willen.
Als de roep vanwege Jezus’ wonderen door het land gaat en een grote menigte tot Hem komt om Hem te horen en genezen te worden, lijkt dit een kans om velen met het evangelie te bereiken. Maar Jezus gaat níet op deze nood in! ‘Hij vertrok naar de woestijn en bad aldaar.’(Luk. 5:16) Ik zou daarom willen zeggen: Mensen die in de dienst van het Koninkrijk opbranden, handelen niet in de geest van dat Koninkrijk! De Bijbel leert ons dat er een tijd is om op adem te komen, in de stilte. Ontvangen moet je, voordat je kunt geven.
Avond en morgen
Overigens is dit misschien wel de moeilijkste les: je te laten voeden, terwijl alles om je heen om je aandacht vraagt, er een telefoon gaat en er mails blijven binnen komen, om toch stille tijd te houden en even niet beschikbaar te zijn. We kennen allemaal iets van Maria en iets van Martha, de twee zusters die aan de voeten van Christus zitten én druk voor Hem in de weer zijn. Als we onze Mariagestalte vergeten, heeft niemand het in de gaten; we doen onze huisbezoeken op tijd en handelen alle verplichtingen op tijd af. Maar … van binnen knaagt het! We nemen niet de tijd om naar het Woord van de Heere te luisteren en hollen door. Het voelt niet goed. Is het andersom, nemen we de tijd voor onze binnenkamer, dan moeten anderen misschien even op ons wachten, maar kunnen we hen daarna met meer zegen dienen. ‘Slechts één ding is nodig’, zegt de Heiland. ‘Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen.’ (Luk. 10:42)
De zorg van God voor ons is al in de schepping gelegd, niet alleen wat de rustdag betreft, maar ook wat het ritme van de schepping betreft. Kijk maar naar de volgorde uit de weergave van de schepping in Genesis 1: ‘Toen was het avond geweest en het was morgen geweest.’ Gods scheppingsritme wordt beschreven als ‘avond en morgen’. ‘In de avond arbeiden wij niet, maar is God wel aan het werk. Als wij rusten, komt er nieuwe energie in ons lichaam. We mogen beginnen in afhankelijkheid van Zijn genade. Avond, dan morgen ’ zo las ik in een dagboek. Het is het ritme van de zevendaagse week, die begínt met de rustdag, om vandaaruit ons werk te doen. Wordt zo onze geloofsidentiteit als ambtsdrager niet bepaald door het leven vanuit Christus’ volbrachte werk?
IJverig onderzoeken
‘Aan Uw voeten Heer, is de beste plaats’, zingen onze jongeren. Dat is inderdaad rusten, maar betekent ook inspanning. Want hier sluit zich de cirkel, die begon met onze belofte te waken voor de zielen van de gemeente en acht te geven op de leer, om alert te zijn op wolven die de schaapskooi van Christus kunnen binnendringen. Toen het formulier bij onze bevestiging gelezen is, hebben we gehoord dat op ons de verplichting rust om het Woord van God ijverig te onderzoeken en ons voortdurend te oefenen in de overdenking van de verborgenheden van het geloof. Dat heeft iets van een ingekeerd leven. Niet als een monnik in het klooster, maar wel als iemand die als de dichter van Psalm 119 vreemdeling op aarde is, die in zijn levensoriëntatie helemaal afgestemd is op de golflengte van de Heilige Schrift. Die notie komen we ook in het Nieuwe Testament tegen, in Hebreeën 11 en in 1 Petrus 1. Christenen kennen een breuk tussen hun levensstijl en het schema, de manier van denken en doen, waarin de wereld zich beweegt. Als we zelf doorleven dat ons vaderland boven is, dat onze wandel in de hemelen is, omdat ons regeringscentrum daar is, kunnen we onze gemeenteleden daartoe ook aansporen. Immers, als alle aandacht naar dit leven uitgaat, raakt Gods toekomst en het eindgericht uit het vizier. Dat is een reëel gevaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's