De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Afgeslacht, verbrand, gevlucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Afgeslacht, verbrand, gevlucht

Verslaggever ontmoet christenen in Orissa

8 minuten leestijd

Richard Groenenboom reisde een week lang door de Indiase deelstaat Orissa om reportages te maken voor het EO Radio 1-programma Dit is de dag over de extreme gewelddadigheden tegen christenen. Nadat een hindoeleider was vermoord door maoïsten, kregen christenen hiervan de schuld. Zo'n vijftig christenen werden afgeslacht, meer dan 4300 huizen verbrand en 50 duizend christenen sloegen op de vlucht.

Maandag 29 september
’s Morgens gaat half zes de wekker. Ik heb wat onrustig geslapen. Zal het lukken om de reportages te maken? Hoe onveilig zal het zijn? De avond ervoor ontving ik nog e-mail van mijn contactpersoon Ramchand, waarin hij schreef: ‘When you arrive in Orissa, you will enter the mouth of the lion.’ Bij het ontbijt lezen mijn vrouw Mirjam en ik Psalm 121, de psalm die ik vaak lees voor het maken van grote reizen. Via Zürich vlieg ik naar New Delhi. Bij aankomst word ik opgehaald door Ramchand Saranu. Hij zal me tijdens de hele reis begeleiden.
Ramchand is directeur van Youth with a Mission in India. Samen rijden we naar het hotel. Na een paar weken intensief mailverkeer – extremistische hindoes tappen telefoons van christelijke leiders af – kunnen we elkaar eindelijk face to face ontmoeten. Samen bidden we en lezen een stuk uit Efeze 6, over de geestelijke wapenrusting. Die zullen we de komende dagen hard nodig hebben.

Dinsdag 30 september
In de loop van de ochtend bezoek ik een demonstratie van christenen in het centrum van New Delhi. Onder een grote tent staan zo’n driehonderd mensen met spandoeken: ‘Stop het geweld tegen christenen’, ‘Vermoord geen onschuldige mensen’. Er worden ook teksten geroepen als: ‘Stop met verkrachten.’ ’s Middags ga ik naar een gebouw waar christenen uit Orissa worden opgevangen. Tientallen mensen zitten op een dun matje op de betonnen vloer. De bedoeling is om de slachtoffers met parlementariërs en juristen in contact te brengen om zo een rechtszaak tegen de daders te kunnen beginnen. De mensen staan in de rij om hun dramatische verhalen te vertellen. Een man vertelt me dat voor zijn ogen een medebroeder in stukken werd gesneden door hindoe-extremisten. Ik spreek ook met een dominee van wie zijn huis in de brand is gestoken. Zijn geloofsmoed maakt me stil. Ik vraag hem: bent u niet boos? Is er geen wrok? Zijn antwoord: ‘Nee, ik bid voor deze mensen. Ik bid dat God de harten van de extremisten zal veranderen.’

Woensdag 1 oktober
’s Morgens om acht uur vertrekt ons vliegtuig van New Delhi naar Bhubaneswar, de hoofdstad van Orissa. Een vlucht van ongeveer twee uur. Op de luchthaven worden we opgehaald door Kumar Pradhan, een lokale voorganger. De man oogt wat gespannen. Voortdurend kijkt hij om zich heen. Later vertelt hij me dat hij op een black list van hindoe-extremisten staat om vermoord te worden. De komende dagen zal ds. Pradhan met ons optrekken. Hij spreekt de lokale taal Orrya en zal me helpen bij het vertalen van de interviews. In de loop van de ochtend bezoek ik een vluchtelingenkamp waar zevenhonderd mensen worden opgevangen. Kort nadat ik gearriveerd ben, begint er een gebedsdienst.
Mensen liggen geknield op de grond en roepen hard tot God. Na de interviews vraagt een slachtoffer of ik met hem wil bidden. Ik leg mijn microfoon op de grond en vraag God of Hij mijn medebroeders en - zusters kracht wil geven in deze verschrikkelijke tijd.

Donderdag 2 oktober
’s Morgens vertrekken we al vroeg met de auto richting Berhampur, één van de wat grotere steden van Orissa. Bij aankomst word ik opgevangen door Bhuta Das, een christenadvocaat. Een dappere man, die dag en nacht in de weer is om de slachtoffers van het hindoegeweld bij te staan. Samen lopen we een ziekenhuis binnen en daar ontmoet ik mensen met het hoofd in het verband, omdat ze met kapmessen zijn afgetuigd.
Ik spreek met een jongen van acht jaar die op twee plekken met een mes in zijn hoofd is gestoken. Een van de slachtoffers is net overleden, maar de overheid doet moeilijk over de kerkelijke begrafenis. Na lang praten komt er toch toestemming. Het lijkt wel of ik in een film zit. ’s Middags bezoek ik de uitvaart van broeder Nayak. Zijn vrouw ligt nog in coma vanwege messteken in haar hals. Hun kinderen lopen nog ergens in de jungle rond. Ik ben onder de indruk van de preek van de dominee tijdens de rouwdienst. Hij zegt dat we ondanks alle ellende blij kunnen zijn in Jezus, Die de dood heeft overwonnen.
Na de begrafenis is er even een moment van rust. Ik eet rijst met een sausje en wat vlees. Eten met je handen, dat is weer even wennen. Dat heb ik niet meer gedaan sinds mijn vorige bezoek aan India drie jaar geleden. Na de lunch bezoek ik het theologisch opleidingscentrum van Orissa en praat met docenten over de vraag hoe je kunt evangeliseren in een cultuur waarin dat je de kop kan kosten. Ik overnacht in een eenvoudig maar schoon guesthouse van de lokale kerk. Op het dak bel ik mijn vrouw Mirjam om mijn heftige ervaringen van die dag te delen.

Vrijdag 3 oktober
In de ochtend ga ik nog een keer naar het ziekenhuis om twee slachtoffers te interviewen. Ik spreek met broeder Kameswar Digal. Zijn linkerbeen is door de extremisten afgesneden. En zijn hoofd hebben ze toegetakeld met zijn eigen wandelstok. Even later sta ik aan het bed van een meisje van veertien. Haar rechterarm en - been zitten helemaal in het verband. Ze hebben haar geslagen, verkracht en vervolgens in brand gestoken. Met emmers water wist ze zichzelf te blussen. Ik ben onder de indruk van haar antwoord op mijn laatste vraag. 'Wat doet dit allemaal met je geloof?' Ze zegt: ‘Al deze gebeurtenissen hebben me dichter bij God gebracht. Ik heb nog een groter verlangen om van Hem te getuigen.’ Aan het einde van de ochtend rijden we terug naar Bhubaneswar. De middag gebruik ik om me voor te bereiden op de volgende dag. Na veel moeite is het me via via gelukt een afspraak te maken met een leider van een extremistische hindoebeweging. Ik vraag me echt af: waarom hebben extreme hindoes zo’n haat tegen christenen? Toch zie ik wel wat tegen dit gesprek op. Ds. Pradhan pakt in de taxi mijn hand vast en begint hardop voor me te bidden. Ik voel me hier erg door gesterkt.

Zaterdag 4 oktober
’s Ochtends om elf uur heb ik in het hotel afgesproken met Ashok Sahu, de leider van de extremische beweging Hindu Jagaran Samukya. Voor het oog een allervriendelijkste man van eind zestig. Ik ben gewaarschuwd om tegen hem niet teveel van mezelf prijs te geven. Veel journalisten zijn door extremisten op een zwarte lijst gezet, soms met foto en al. Dat lijkt me niet zo’n goed idee. Ik stel me voor als Richard Greentree om daarmee te voorkomen dat hij via internet gaat uitzoeken wie ik werkelijk ben. Drie kwartier lang spuwt Sahu al zijn haat tegen christenen. Het zijn mensen die hindoes dwingen om christen te worden. Ze lokken arme mensen met geld. Christenen zijn een gevaar voor de hindoeïstische identiteit van India. Na het gesprek bel ik met ds. Pradhan en zeg dat het op zich een goed gesprek is geweest. ‘Praise the Lord!’ is het antwoord. ‘Ik ben al een uur lang samen met mijn gezin voor je aan het bidden.’
Ik vraag de dominee of hij zijn preek voor morgen al heeft voorbereid. ‘Nee, want jij preekt morgen.’ Ook dat nog. Ik voel wel aan: onder deze preekbeurt is niet uit te komen. ’s Middags word ik gebeld door de redactie in Hilversum. Ik word geïnterviewd voor het programma ‘EO.nl’ op Radio 5 door collega Willem Smouter.

Zondag 5 oktober
Ik heb nog een paar uur om een preek voor te bereiden. Ik besluit het over Efeze 6 te hebben: de geestelijke wapenrusting. Het zijn namelijk deze wapens waardoor mijn medebroeders en zusters zo sterk kunnen zijn in het geloof, ondanks al het geweld. Daar sta je dan als Nederlandse verslaggever in een Indiase huiskerk te preken. Een onvergetelijke ervaring. Van de zestig kerkleden is de helft zijn huis kwijtgeraakt. Veel kerkleden zijn deze zondag ook niet komen opdagen, omdat ze niet met een Bijbel de straat over durven.
Na afloop van de dienst praten we nog lang na. ’s Avonds krijg ik een sms van Mirjam met de vraag of de preek goed is gegaan.

Maandag 6 oktober
’s Ochtends vroeg gaat mijn vlucht terug naar New Delhi. Het is moeilijk om deze mensen hier achter te laten. Op de luchthaven van Bhubaneswar bid ik nog samen met ds. Pradhan en dan is het echt afscheid nemen. Ik heb even tijd om wat tot rust te komen en alle ervaringen wat te laten landen. ’s Nachts om half twee gaat het vliegtuig terug naar Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Afgeslacht, verbrand, gevlucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's