De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

God en de geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God en de geschiedenis

8 minuten leestijd

Bij het voorbereiden van de preek voor dankdag viel het me weer op hoe vanzelfsprekend het voor de profeten in het Oude Testament is om Gods hand in de actuele gebeurtenissen bezig te zien. Een sprinkhanenplaag is dan geen natuurramp, maar een uiting van Gods oordelend handelen over Zijn ontrouw volk.
In veel dankdagdiensten zal dit jaar de kredietcrisis een plaats hebben gekregen. Voorzichtig zal geprobeerd zijn een link te leggen tussen onze hebzucht en de desastreuze neergang van banken en fondsen. In het blad In de Waagschaal (1 november) spreekt dr. Wessel ten Boom in de rubriek Commentaar zich uit over de crisis en hij doet dat in duidelijke taal.
Ik denk dat als kerk en theologie niet bereid zijn om in de geschiedenis de hand van God te zien, zij uiteindelijk niets meer hebben te vertellen. Ik zou me afkeren van een God die je mag danken in goede tijden, maar die in slechte tijden enkel machteloos toeziet of zijn wijze hoofd zachtjes schudt om zoveel onbegrip daar diep beneden. Al is het niet zijn laatste gericht, Hij richt ons mettertijd, in dagen van voorspoed en in dagen van tegenspoed. Dit te loochenen – dat is pas werkelijk een klap in het gezicht van de tranen die gevloeid zijn van hen die nooit een redder hebben gehad of zullen krijgen, of zij die zo verstrikt zitten in hun zonden dat niemand ze eruit krijgt.
Op het gymnasium zeiden mijn rechtse vrienden smalend dat wie voor zijn twintigste rechts is geen hart heeft, en wie daarna nog links is, geen verstand heeft. Zij waren zeer vroeg oud, en beseften het niet eens.
Toen de Muur viel, was ik gelukkig voor alle Oost-Europeanen, omdat ik hun de vrijheid gunde waar ik zelf van genoot. Maar toen ik een maand geleden las dat Ed van Thijn in 1989 dacht dat al deze Europeanen nu sociaal-democratisch zouden stemmen, vraag ik mij opnieuw af of de PvdA ooit beseft heeft dat deze val niet alleen een oordeel is over de socialistische landen en de communistische partijen, maar ook over de sociaal-democratie. Had Van Thijn één week in de DDR gewoond, hij had geweten dat geen humanistische idealen, maar het verlangen naar het Westerse consumptieniveau het volk van zijn regering vervreemdde. Het geloof in de vrije markt van Friedman & Co had het gewonnen. En het waren heerlijke jaren, want er is niets zo revolutionair als de wetten van het kapitaal.
De kerk leeft van Gods oordeel over Israël dat het de wet niet heeft gehouden. Dat is een hachelijke zaak, want groot is de verleiding om te denken dat die oude wet eigenlijk ook onuitvoerbaar was, in tegenstelling tot de nieuwe wet der kerk, die milder, wijzer, menselijker is. Ja, sterker nog: die wet wás ook onuitvoerbaar – maar is het oordeel daardoor minder rechtvaardig en streng? Het is mild, wijs en menselijk om te stellen dat het socialisme, in ál zijn varianten, onuitvoerbaar is – maar is die onuitvoerbaarheid niet ook een oordeel over ons mensen, omdat onze heb- en behoudzucht nu eenmaal regeert? Natuurlijk treft God ons met zijn pijlen, recht in het hart, recht in Wall Street, recht in onze portemonnee. ‘De Here maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij’ en: ‘Wie verzadigt waren, verhuren zich om brood, maar wie hongerig waren, mogen rusten’. (1 Sam. 2:7, 5a) Dat is de logica waarmee Hij ons oordeelt. Niet omdat het kapitalisme niet zou deugen, en wij naar een ander systeem zouden moeten streven. Het is veel erger: wíj deugen niet; dat is de eigenlijke crisis in krediet. We mochten eens even denken dat wij met ons kapitaal de best denkbare wereld hadden.
Dus nemen wij ons aandeel in het Rijk van God.

Dit oordeel over de crisis die ons al maandenlang bezighoudt, maakt indruk. De ware rijkdom ligt inderdaad in andere aandelen. Wellicht dat de gebeurtenissen mensen tot dit inzicht leiden. Ook u en mij, misschien wel zonder aandelen en te weinig spaargeld om voor de hoogste rente uit te zetten. Arm en toch rijk, zo schatte de apostel zijn bestaan in. De echte rijkdom is gratis te verkrijgen en is een eeuwigheid lang waardevast.

God en ons leven
Het kan je soms erg in beslag nemen: wat is Gods wil met mijn leven? Ik las de laatste maanden nogal eens verhalen van jonge mensen die kozen voor een leven in dienst van de zending. En in het Centraal Weekblad stonden gesprekken te lezen met jonge collega’s die in hun eerste gemeente aan de slag waren gegaan. Steeds viel het accent op de overtuiging dat ze na veel gebed en meditatie tot het inzicht waren geraakt dat dit het was dat God met hun leven wilde. In het blad Beweging, een uitgave van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, staat een interview te lezen met de nieuwe bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aan Wageningen Universiteit en Researchcentrum, dr. Henk Jochemsen. Hij is ook bekend geraakt als directeur van het Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut, centrum voor medische ethiek. Binnenkort zal hij deze positie verruilen voor die van algemeen directeur van ontwikkelingskoepel Prisma en zich dus ook gaan bezighouden met christelijk ontwikkelingswerk. In het interview vertelt Jochemsen dat hij er in Wageningen naar uitziet om studenten te helpen nadenken over hun wetenschapsbeoefening, hun opleiding en hoe zij christen kunnen zijn als wetenschapper. Graag wil hij studenten helpen de wil van God in hun leven te leren verstaan. Eerst vertelt hij iets over zijn eigen studententijd. Hij werd lid van de studentenvereniging Ichthus.
De invloed van Ichthus deed bij mij de vraag rijzen: moet ik wel studeren? Er zijn mensen die het evangelie niet kennen en ik zit een beetje in een microscoop te turen naar een plantje. Dat is tijdverlies. Die vraag die evangelischen vaak hebben, daar heb ik een tijdje mee geworsteld. Toen kwam ik tot het inzicht dat het evangelie hoorbaar en zichtbaar moet worden in allerlei sectoren van de samenleving. De wetenschap, de universiteit is zo’n sector.
Dat kan daar het beste aan de orde gesteld worden door studenten en mensen die de universiteit van binnenuit kennen en daar ook een plek hebben. Dus moet ik eerst een plek weten te verwerven. Dat betekent niet dat die wetenschap mij niet interesseerde. Ik heb met enorm veel plezier mijn vak gedaan. Ik vond het ook boeiend. Dat was vanuit mijn middelbare-schooltijd al de moleculaire biologie. In die zin was het dus echt geen straf om nog in mijn vak te blijven doen. Ik was dat vak immers gaan doen uit belangstelling. Ik moest niet uit mijn vakgebied stappen maar van binnenuit bezig zijn met verbanden tussen geloof en wetenschap, de betekenis van geloof voor de wetenschapsbeoefening en wetenschap en samenleving. Dus niet alleen evangelisatie in de enge zin van het woord maar vanuit de breedte: hoe sta je als christen in de samenleving en kun je studenten daarbij helpen.
Dan gaat Jochemsen in op de al genoemde vraag: hoe weten wij in ons leven wat God met ons wil?
Kennen wij de wil van God? Daar moet je erg voorzichtig mee zijn. Je kunt niet wat je kiest een op een sanctioneren met ‘God wil het’. Dat is terugredeneren. Je mag vertrouwen dat als je in geloof en in het zoeken naar Gods wil keuzes maakt, God met je mee gaat. In Psalm 32 staat: ‘Mijn oog is op u’. Dat is een belofte. Als je met die houding keuzes maakt, mag je erop vertrouwen dat hij ook mee gaat. Het is ook niet zo dat je stemmen uit de hemel moet horen. Al denk ik soms wel dat hij in je hart een bepaalde zekerheid of duidelijkheid kan geven. Ik heb ook wel eens keuzes gemaakt, met commissies en zo, waarvan ik later heb gezegd, voor God had ik het niet hoeven doen. Wees niet te bang om zogenaamde verkeerde keuzes te maken. Want wíe je bent als christen, waar dan ook, is belangrijker dan wat je nou precies dóet. Daarmee wil ik niet bagatelliseren, natuurlijk moet je erover nadenken. Welke studie enzovoort. Dat is allemaal relevant. Ik zou zeggen denk erover na. Ook vanuit het geloof. Maar soms wordt het gebracht als ‘ik mis mijn roeping en nu zit mijn leven op het verkeerde spoor en nu komt het niet goed’. Als het gaat over Gods wil, gaat het altijd primair over geestelijke en morele dingen. Hoe je bent. Dat is het primaire. Hoe je bent in relaties en wie je bent in de plaats waar je bezig bent. En vervolgens komt daar natuurlijk bij: wat is het beste voor mij om te doen? Waar komen mijn mogelijkheden die ik heb gekregen het best tot hun recht en waar komt ook God in mijn leven tot zijn recht?

Lastig kan het soms zijn te weten wat God in een bepaalde concrete situatie van ons wil. Verhelderend vind ik wat Jochemsen ons hier aanreikt: het accent ligt op wie je bent. Bent voor God en zo ook voor je naaste.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

God en de geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's