De roeping
De orde van het heil [3]
In de orde van het heil is er vanuit God gezien eerst de verkiezing. Maar gezien vanuit de mens gaat de roeping voorop.
Een klein kind speelt in de achtertuin, mag niet buiten het hekje komen. Moeder houdt haar kleine goed in de gaten, is veel te bang dat er iets gebeurt. Als ze na verloop van tijd naar buiten loopt, schrikt ze en denkt: ‘Heeft hij nu toch het hekje open gekregen, waar is hij?’ Ze roept hem en als ze hem nergens ziet, wordt ze steeds meer ongerust en roept ze nog eens: ‘William, waar ben je?’
Zoals deze moeder haar kind roept, zo roept de Heere ons ook. Op vele manieren klinkt Zijn stem: ‘Waar blijf je toch? Keer naar Mij terug, geef Mij je hart’.
Begin
Vorige week stond in deze serie de verkiezing centraal. Van God uit gezien is die er eerst. Hij had je van eeuwigheid af op het oog, Hij had je lief met een eeuwige liefde, het was Zijn welbehagen. Dat is voor het geloof een geweldige troost, want daarin ligt de vastheid van het behoud.
Maar van ons uit gezien is er eerst de roeping. Daar moeten we altijd mee beginnen. Als je het omdraait – eerst de verkiezing en dan de roeping – gaat het mis en loop je vast. Je moet altijd beginnen bij de roepstem van God: ‘Kom tot Mij, Zoek Mij en leef.’ Dat zie je al direct na de zondeval in Genesis 3. De Heere roept Adam, die zich had verstopt: ‘Adam, waar ben je, kom eens tevoorschijn.’
Je leest in de Bijbel dat de Heere mensen voor een bepaalde taak roept. Ik denk bijvoorbeeld aan de roeping van Abraham, Mozes, Jozua, Jesaja en Jeremia. Maar de Heere roept niet alleen mensen voor een bepaalde taak in Zijn dienst, Hij roept een ieder tot Zich! In Gods Woord komt tot ons allen de oproep: Laat de zonde los, volg niet langer de boze, bekeer je tot de Heere, laat je licht schijnen voor de mensen, wees een leesbare brief, leef heilig, enzovoort. De Heere roept ons bij de zonde vandaan, Hij roept ons tot geloof en bekering.
Eigen weg
Hoe doet de Heere dat, hoe roept Hij eigenlijk? Hij doet dat op verschillende manieren en gaat daarin met ieder een eigen weg. Hij roept door de schepping en in het rijk van de natuur, door zorg, ziekte en moeite. Opeens word je stilgezet, je krijgt de Heere nodig en beseft later dat het goed geweest is dat je verdrukt werd. De Heere roept ook door bijzondere zegeningen. Je raakt verwonderd over Zijn goedheid en denkt: ‘Wat is de Heere groot en goed, ik heb dat helemaal niet verdiend.’
Maar de Heere roept vooral door Zijn Woord en Geest. Dat Woord is immers een kracht tot zaligheid. Paulus zegt dat het geloof door het gehoor is, en het gehoor door het Woord van God.
Weten wij ervan dat de Heere ons riep, persoonlijk, bij onze naam? De één roept de Heere – net als Saulus op weg naar Damascus – plotseling, de ander – net als Timotheüs – geleidelijk. Maar in beide gevallen ga je voor de Heere door de knieën, wordt je hart voor Hem ingewonnen en belijd je: ‘Heere, U bent mij te sterk geworden. Wat wilt U dat ik doe?’
Het is een groot wonder dat de Heere geen mensen roept op wie niets valt aan te merken, maar grote zondaren. Het lag toch voor de hand dat Hij sinds Genesis 3 nooit meer Zijn mond had opengedaan en voor altijd in toorn had gezwegen?
Regen
Hoe komt het eigenlijk dat de één wel komt als de Heere roept, maar de ander niet? Ligt dat dan aan de roepstem van God of ligt dat aan onszelf ? In de theologische doordenking hiervan wordt wel gesproken over uitwendige en inwendige roeping. Bij de uitwendige roeping gaat Gods roepstem het ene oor in en het andere weer uit, ze raakt je hart niet. Maar bij de inwendige roeping komt – door het werk van de Heilige Geest – het woord van God met kracht in je hart en gehoorzaam je.
Er zijn er die dit onderscheid afwijzen, omdat je volgens hen bij de uitwendige roeping gemakkelijk kunt zeggen: ‘Ik kan er niets aan doen dat ik niet geloof, dat Gods roepstem niet met kracht in mijn hart kwam, want ik ben alleen maar uitwendig geroepen.’ Vandaar dat zij niet spreken over twee soorten roepingen, maar over één roeping. Die ene roeping is van Gods kant ernstig en welmenend, maar heeft niet dezelfde uitwerking: de één hoort haar en komt, de ander hoort haar ook, maar komt niet.
Ik denk in dit verband aan de regen. Dat de regen wel in de droge grond trekt, maar afketst op de harde rots, ligt niet aan de regen maar aan de rots. Zo is het ook hier. Als de Heere roept: ‘Kom tot Mij’, en je komt niet, dan is dat niet Gods schuld maar je eigen schuld. Er staat ergens dat het Woord geen nut deed, omdat het met het geloof niet gemengd was. En je leest van mensen die het Woord ongehoorzaam waren, die zich verhardden en zich eraan ergerden.
In dit verband is de gelijkenis van de koninklijke bruiloft in Lukas 14
In deze serie staat volgende week de wedergeboorte centraal.
en Mattheüs 22 veelzeggend. Boden trekken eropuit met de royale nodiging: ‘Kom naar de bruiloft.’ Maar helaas, velen bedanken en komen niet. Zo is het ook met de roepstem van God. Velen leggen die naast zich neer en zeggen: ‘Geen interesse, voor mij hoeft het niet.’ Dat ligt dan niet aan het woord, maar aan jezelf. Dat komt door eigen onwil.
Twee woorden
Maar als Gods Woord je wel raakt, als het in goede aarde valt en vrucht draagt, dan komt dat niet omdat je beter bent. Dan is dat niet te danken aan je eigen goede wil, maar alleen aan Gods ontferming. Vandaar dat Paulus in Filippenzen 2:12 en 13 zegt: ‘Werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven; want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.’
Ik denk nog even aan Levi. Jezus laat hem niet links liggen, maar kijkt hem aan en zegt: ‘Volg Mij.’ Meer niet. Maar Levi hoort deze roepstem, stapt uit zijn beruchte tolkantoor, breekt met zijn duistere praktijken en volgt van de ene op de andere dag de Heere Jezus. Hoe dat komt? Volgens Spurgeon zijn twee woorden genoeg – ‘Volg Mij’ – om een mens te winnen voor de Heere Jezus Christus, als die woorden door de kracht van de Heilige Geest je hart raken. De machtsroep van Jezus rukt Levi los uit zijn zondige bestaan, legt beslag op zijn hart en neemt hem voorgoed gevangen.
Uit de houdgreep
Soms denkt iemand: ‘Ik zit zo verstrikt in de zonde, ik voel me machteloos en moedeloos, ik heb zo’n last van de duivel, die mij influistert: voor jou is het niet.’ Zo iemand moet dan de Heere aanroepen, pleiten op Zijn belofte en geloven dat de Heere een Waarmaker van Zijn Woord is. Hij heeft alle macht, Hij kan verlossen uit de houdgreep van de zonde, wat dat dan ook is. Want Hij Die u roept is getrouw en Hij laat niet los wat Zijn hand begon.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's