De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verlangend uitzien

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlangend uitzien

Bach en het kerkelijk jaar

4 minuten leestijd

Zondag 23 november is het de laatste zondag van dit kerkelijk jaar. Deze zondag en enkele zondagen ervoor staat de kerk vanouds stil bij de laatste dingen: het laatste van het leven en het laatste van de geschiedenis. De geschiedenis gaat niet als een nachtkaars uit, maar loopt uit op de bruiloft van het Lam. Van allesbeslissend belang is het derhalve waakzaam te zijn. Jezus roept daartoe op, onder andere in de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden. Ze zijn met z’n tienen. Dat getal komen we ook tegen in het Oude Testament: bij de aanwezigheid van tien rechtvaardigen zal Sodom gespaard worden. En zo kan slechts bij presentie van tien Joodse mannen een synagogedienst doorgang vinden.

Beproeving
In de nacht wachten ze, de meisjes. Dat is de nacht van beproeving en angst. Uitgenodigd voor de bruiloft hebben ze hun feestlampen uit de kast gehaald. Wanneer de roep klinkt: ‘De bruidegom komt eraan’, zullen ze hun huis verlaten en hem met brandende lampen tegemoet gaan.
Wachten is evenwel moeilijk. Je wilt vooruit grijpen of in nostalgie terugzien. Zo lang duurt het, dat ze alle tien moe worden en in slaap vallen. Vijf zijn er die voldoende olie in de lampen hebben om de bruidegom tegemoet te gaan.

Ontmoeting
Behalve deze gelijkenis stond op 25 november 1732, de laatste zondag van dat kerkelijke jaar, 1 Thessalonicenzen 5 op het leesrooster. Slechts wanneer Pasen vroeg viel was er een 27e zondag na Trinitatis. Op deze zondag werd Cantate 140, Wachet auf, ruft uns die Stimme, uitgevoerd: een koraalcantate naar het gelijknamige en geliefde lied van Philip Nicolai (1556-1608). Wij kennen het in de vertaling van C.B. Burger als Gezang 262 uit het Liedboek voor de Kerken.
De gelijkenis werd geduid als de ontmoeting van de bruid met de bruidegom Jezus. Het Hooglied speelt in de Lutherse theologie en Bachs beleving een grote rol. Het lied van Nicolai telt twaalf regels. Dit getal staat voor de verbondenheid van hemel en aarde. Twaalf is drie – het getal van God – maal vier – het getal van de aarde, de vier windstreken.
Het lied Wachet auf, ‘Waakt op’ opent met een klaroenstoot van een volmaakte drieklank. Het openingskoor, waarin Bach de eerste strofe verwerkt, staat in een driekwartsmaat, duidend op de koninklijke waardigheid waarmee de bruidegom uit de hemel neerdaalt. De hobo’s, symbool voor erbarmen, laten horen dat Zijn komst aan Gods genade te danken is. De koninklijke waardigheid wordt extra onderstreept door het gepuncteerde ritme van de Franse ouverture. Deze muziekvorm was algemeen bekend. Onder andere Cantate 61, waarmee we deze reeks over de cantates begonnen, opent ermee.

Sopraan
De eerste twee regels zet de sopraan, de ziel van de gelovige, in. Na enkele maten vallen de andere stemmen haar bij. Opvallend is de uitwerking van het ruft. Duidelijk is de exclamatio, de uitroep, te horen. Bij het hoch van regel 2 zwijgt de bas, het laagste instrument. In de zesde regel, 'Wohl auf', begint niet de sopraan, maar zetten de andere stemmen in. Ze roepen de gelovige op tot waakzaamheid. Het Halleluja geeft Bach gestalte door de mooiste muziekvorm die hem ten dienste staat, de fuga. Bij het woord Hochzeit, bruiloft, in de elfde regel, laat Bach de tegenstemmen niet dezelfde tekst als de sopraan zingen, maar het Macht euch bereit, ‘maak je gereed’, van de vorige regel herhalen. De gelovige moet bezig zijn met de voorbereiding op de bruiloft, die pas na het sterven gevierd wordt.

Nader
Het openingskoor wordt gevolgd door het eerste recitatief. ‘Hij komt, de bruidegom, kom dochter Sion naar buiten’ zingt de tenor, niet alleen met woorden, maar ook met tonen vertellend. Na het recitatief volgt het eerste duet. De sopraan, de ziel van de gelovige dus, spreekt met de bas, de stem van Christus. De eerste tonen van het duet doen denken aan het Erbarme dich uit de Matthäus Passion. Het verlangen van de bruid naar de bruidegom zet sterk de toon. Gaandeweg komen de bas en sopraan, Christus en de gelovige, elkaar nader. Dit komt daarin tot uiting, dat de tonen die ze zingen dichter bij elkaar liggen. Het koraal, waarin de tweede strofe verwerkt wordt, doet denken aan het koraalvoorspel Wachet auf (BWV 645). De cantate telt daarna nog een recitatief, duet en slotkoraal.

Bij de afsluiting van deze reeks dankt de auteur Aad van der Hoeven, organist van de Hillegondakerk in Rotterdam, voor zijn meelezen. Ds. Van de Linde ontleende voor deze artikelen veel aan de dissertatie van Arie Eikelboom, ‘Jesu, meine Freude. BWV 227 van Johann Sebastian Bach, een praedicatio sonora’ (Zoetermeer, 2007) en voor deze laatste bijdrage aan diens onlangs verschenen boek ‘Vier cantates toegelicht’ (Delft, 2008).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Verlangend uitzien

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's