Wonderen gebeuren nog
Ronald vertelt zijn verhaal
‘U bent toch meneer Terlouw?’ Verwonderd keek ik op en stond oog in oog met een gebruind gladgeschoren hoofd. Pretoogjes keken naar me en namen me nauwkeurig op. ‘Kent u me nog?’ ‘Nee, je gezicht zegt me niets.’ ‘Jaren geleden hebben we elkaar ontmoet op een kantoor in Bilthoven. U werkte daar toen, misschien nog wel. Ik werkte daar aan het opknappen van de tuin. Ik heet Ronald.’ Er ging me een licht op. ‘Ja, nu weet ik het weer, we hebben toen nog al eens gepraat.’ ‘Juist! Daarom ben ik blij u te ontmoeten. Er is heel wat gebeurd in die jaren. Met u waarschijnlijk, maar zeker met mij …’
Bier en sjekkies
De herinnering kwam boven. De tuin bij het gebouw Silvosa van de HGJB in Bilthoven moest worden gerenoveerd en uit hoofde van mijn functie had ik regelmatig contact met de vier à vijf hoveniers die daar werkten. Eén van hen was Ronald. Een ruige klant. Overigens had ik goed contact met hem. Hij leverde goed werk als stratenmaker en rond de koffie praatten we regelmatig en ook tussen de bedrijven door.
Zijn verhaal was niet erg opbeurend. Ouders gescheiden, min of meer opgevoed door een tante die ook veel van huis was en dus erg op zichzelf aangewezen. Dat alles had z’n sporen achtergelaten. Ronald rookte als een ketter. Hij blies in twee dagen meer dan een pakje shag de lucht in en verklaarde klip en klaar dat hij van bier wel pap lustte. ‘Dit werk bevalt me goed en verder een beetje stappen, naar de disco en het café en dan heb je het wel gehad. Maar ja, het is niet anders …’
Gelovig kantoor
Op de een of andere manier voelden we ons tot elkaar aangetrokken. Toen de klus geklaard was kwam hij naar mijn kamer en vroeg of hij me even mocht spreken. ‘Ik wou u even bedanken voor de goede behandeling hier en voor de praatjes die we hebben gemaakt. Vond ik best fijn! Als alle mensen waren zoals de lui hier, dan zag de wereld er heel anders uit. Komt dat omdat het hier een gelovig kantoor is?’
Lachend verklaarde ik hem dat het kantoor niet gelovig was, maar dat de mensen die er werken wel proberen hun geloof in praktijk te brengen door vriendelijkheid, gastvrijheid en openheid. ‘Ik wou dat ik dat ook had …’
Zonder te gaan preken heb ik hem toen iets verteld over de uitgangspunten van het christelijk geloof en wat dat betekent voor de praktijk van een christen. Daar bleef het bij. Ik ontmoette hem nooit meer, tot …
Van kwaad tot erger
Nu stond Ronald opeens voor mijn neus. Hij vertelde zijn verhaal. Een tragisch verhaal. Hij was meer gaan drinken, zó erg dat hij zijn werk niet goed meer kon doen en ontslagen werd bij het hoveniersbedrijf. Toen ging het bergafwaarts. Hij kreeg een vriendin. Daardoor werd het nog erger. Hij werd door haar bestolen en ten slotte gedumpt. Het eind van het lied was dat hij bij het Leger des Heils moest aankloppen, waar hij op het spoor van hulpverlening werd gezet. Aanvankelijk leek het aardig te gaan, maar al spoedig verviel hij in zijn oude gewoonten en liep hij weg bij het Leger. De straat werd zijn verblijfplaats. ‘Ik voelde me ontzettend rot en ik wou graag er met iemand over praten. Ik heb toen nog wel eens aan u gedacht of aan een van de anderen daar. Maar wist ik veel hoe ik contact moest maken!’
Ten slotte kwam hij weer terecht bij het Leger, waar hij in aanraking kwam met een jonge vrouw die als heilssoldaat werkte. Er ontstond vriendschap.
‘Alien heeft me uit het slop gehaald. Anders was het slecht met me afgelopen. Zij heeft me laten zien dat ik moest vechten. Dat heb ik gedaan.
Ze heeft me ook verteld over het geloof. Helemaal niet opdringerig of prekerig, maar gewoon. En ziedaar: het is nog wat geworden met deze ouwe zondaar!’
Anno 2008
‘Hoe kom je nu ineens hier bij mij?’ vroeg ik hem. ‘Ik loop hier zo maar wat rond in Zeist en ineens sta jij voor mijn neus.’
‘Toevallig’, antwoordde hij. ‘Ik ben op weg naar een computerwinkel en ineens zag ik iets bekends. Meteen flitste het door me heen: Dat is die man van Bilthoven. Ik wist ineens uw naam ook nog! Gek hè?’
We hebben nog even doorgepraat. Het bleek goed te gaan met hem. Hij was weer aan de slag gekomen bij een ander bedrijf in dezelfde sector.
‘Ik ben ook gelovig geworden. Ik ga regelmatig naar samenkomsten van een evangelische gemeente in Amersfoort. Daar woon ik trouwens.
Toen scheidden onze wegen zich. Ik had weinig behoefte aan details. We hebben ook geen afspraak gemaakt voor een ontmoeting. Van zijn privéleven weet ik niet meer dan dit. Dat hoeft ook niet. Voorlopig heb ik reden te over om God te danken dat er anno 2008 nog wonderen gebeuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's