De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samen terug naar de bronnen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samen terug naar de bronnen

Evangelicalisering van de gemeenten [14, slot]

9 minuten leestijd

De een is oud-hoogleraar in de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme, de ander voorzitter en een van de aanjagers van het Evangelisch Werkverband: prof.dr. W. Verboom en ds. R.J. Perk ronden de serie over evangelicalisering van de gemeenten af.

Na het doen van openbare belijdenis van het geloof werd de achttienjarige Robbert-Jan Perk gedoopt. ‘Bij de kerk horen is voor mij deel uitmaken van het huisgezin van God. De koffiebar van Youth for Christ was mijn eerste kennismaking met een levende geloofsgemeenschap. Die heb je nodig. Als ik die gemeenschap niet heb, wordt mijn geloof dun en droog.’
Prof. Verboom: ‘Ik heb het gevoel in de kerk geboren te zijn. Het is een wonder dat God dit gewild heeft. Ik zie de kerk als een moeder. In de kerk heb ik het geloof geleerd, van moeder. Ik heb een geweldige liefde voor de kerk, ook als ze ziek is. Je mag horen bij de plaatselijke gemeenschap, die in een wereldwijd verband opgenomen is. De kerk is een pelgrimage van mensen van vlees en bloed, op weg naar de Godstad. Tegelijk ervaar ik een roepingsbesef. Wat heeft de kerk aan mij?’

Kloppend hart
Hoe waardeert u de huidige ontmoeting van gereformeerde en evangelische christenen?
Ds. Perk
, sinds 1994 hervormd predikant in Hellendoorn-Nijverdal: ‘In begin van de jaren tachtig was ik pastoraal werker in Serooskerke, op Walcheren. Samen met de nu reeds overleden hervormde ds. L.M. Vreugdenhil uit Aagtekerke, afkomstig uit de Gereformeerde Gemeenten, ging ik naar een conferentie. We hielden in ons tentje samen de avondsluiting, waarbij we constateerden: We spreken verschillende talen, maar hier klopt hetzelfde hart. Ds. Vreugdenhil zei toen al: ‘De reformatorische theologie heeft de evangelische beleving nodig, en omgekeerd.’’

Heeft de gereformeerd kerk in ons land dan een tekort aan beleving gekend?
Prof. Verboom: ‘Het piëtisme is niet voor niks in de kerk gekomen. Er was vaak een neiging om nadruk te leggen op het zuiver houden van de leer – en daar is niets mis mee. De Reformatie zelf heeft echter juist beleden en in praktijk gebracht wat ds. Perk bedoelt. De Heidelbergse Catechismus stelt Zondag 1 voorop, in een samengaan van leer en leven, in het benadrukken van het beleven van de leer. Zowel bij Luther en Calvijn als later bij voorbeeld bij Brakel zie je aandacht voor het hart.’
Ds. Perk: ‘Ik heb onlangs een tijd Thomas à Kempis gelezen. Daardoor ging ik de reformatorische geloofsbeleving beter begrijpen. Mij viel de ernst op en het zelfonderzoek. Dat zelfonderzoek hebben evangelischen ook nodig, in het jezelf stellen voor God. Het enorm optimistische van evangelischen vraagt om correctie.’

Herbronning
‘Ja, ik wil ook terug naar de bronnen. De evangelische beweging maakt sinds 1990 een herbronning door. Het jaar 1948, de oprichting van Youth for Christ, ligt ver achter ons. Toen klonk een slogan als: ‘Ik ben zo blij, want Jezus redde mij.’
Nu stellen we onszelf de vraag wat dat dan betekent. Uitleg van de Schriften en geloofsonderricht krijgt meer nadruk. Ook de overtuiging dat je iemand door de tijd heen moet zien te winnen voor het evangelie, is sterker geworden. In de evangelische beweging – althans de segmenten waarin ik me beweeg – wordt hard nagedacht en krijgen reformatorische noties een plaats. Ik zie een emancipatie in de evangelische beweging, een vraag naar verdieping, een eerlijke zoektocht de Bijbel te vertalen naar het leven nu.’
Prof. Verboom: ‘Dat ds. Perk dit zo uitspreekt, heb ik nog niet vaak meegemaakt. Ik denk bij herbronning echter niet meteen aan het doorvertalen van Gods Woord naar de praktijk, maar aan terugkeer naar de drie sola’s van de Reformatie, naar evenwicht in het spreken over het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Daar zal het over moeten gaan bij de vertaling naar de praktijk.’
Ds. Perk: ‘In Amerika zijn younger evangelicals diepgaand met de bronnen uit de Vroege Kerk bezig en de rijkdom uit die tijd. Dat is bijzonder, omdat je op die basis met elkaar in gesprek kunt komen.’

Radicalisering
Hoe waardeert u de invloed van evangelisch denken in hervormde gemeenten?

Prof. Verboom: ‘Een evangelische geloofsbeleving is bij mijzelf, zeker na de periode in mijn eerste gemeente, altijd ook aanwezig geweest. Ik had oog voor het belang ervan om jonge mensen zich te laten uiten in hun geloofsleven. De belevingscomponent mag iets spontaans hebben, passend bij de cultuur.
Wat ik nu zie, is een radicalisering. Ik vind het veel verschil maken of je ruimte geeft aan jongeren die ‘Abba, Vader’ zingen of dat ik lees dat het Evangelisch Werkverband pleit voor herdoop en een daarbij passende liturgie aanreikt. Die ontwikkeling gaat véél verder, waarbij wezenlijke gereformeerde noties onder druk komen te staan. Wat eerst accenten waren, worden dan verschillen.
Mijn vraag aan ds. Perk is hoe je grip houdt op zo’n radicalisering, waarbij een groepssessie belangrijker wordt dan een avondmaalsviering op zondagmorgen. Hierdoor raken we kernen van gemeente zijn kwijt!’
Ds. Perk: ‘Ik sta daar met een dubbel verhaal in. Het Evangelisch Werkverband is een vernieuwingsbeweging. We hebben als predikanten een droom in onze botten gekregen, een droom over een geestelijk vernieuwde kerk. Daarbij hoort aandacht voor de doop, voor mensen die heel consciëntieus de Schrift lezen, tot geloofsvernieuwing komen en opnieuw gedoopt willen worden. Die mensen schrijven de kinderdoop niet af.
In dat spanningsveld staat het Evangelisch Werkverband: trouw zijn aan de opdracht kinderen te dopen en tegelijk ervaren dat een doopvernieuwing ook een oprecht verlangen van mensen is. Het is voor ons een zoektocht naar vormen. Ondertussen maak ik me ook zorgen over het aanjagen van de verschillen binnen gemeenten. In evangelisch Nederland gebeurt veel waarmee ik niet blij ben, zoals een radicalisering die hier en daar optreedt.’

Vurig van geest
Prof. Verboom: ‘Ik zie het Anliegen van jullie als integer. Maar je kunt het evangelische denken binnen de kerk niet losmaken van wat er buiten de kerk gebeurt, in de Pinkstergemeenten en in Volle Evangelie gemeenten. Hoe houd je die golf van ontsporingen tegen? Soms speelt de kerk voor allerlei groepen van mensen niet eens een rol meer.’
Ds. Perk: ‘Het is nodig in de concrete plaatselijke gemeenten met elkaar in gesprek te gaan. Alleen dan blijven de vragen hanteerbaar. Jonge mensen zijn nogal vurig van geest. Ouderen kunnen jongeren laten zien welke antwoorden er in de kerk vanuit een levend geloof gegeven zijn.’
Prof. Verboom: ‘Ik wil zo graag terug naar de bronnen van de Reformatie. Praat ik met jongeren, dan blijkt dat ze de bronnen uit het verleden nauwelijks kennen. Daarom roepen ze om vernieuwing. Leidinggevenden moeten daar ook op wijzen.
Helaas speelt het verbond niet zo’n grote rol in het geloofsleven van de gemeente. En is er ook geen gebrek aan kennis van de bevrijdende betekenis van de verkiezing? Als je loyaal wilt zijn aan de kerk en haar belijdenis, moet je dat doen vanuit een loyale houding tegenover het belijden van onze voorouders, die de Bijbel hebben willen naspreken.’

Containerbegrip
Ds. Perk: ‘In de artikelen in De Waarheidsvriend is tussen dopers en evangelicaal nogal eens een is-gelijk-teken gezet. Sommige evangelicalen zijn echter helemaal niet dopers. Dat vooroordeel kun je niet volhouden. Evangelisch is meer een containerbegrip. Wie dopers denkt, legt de nadruk op de wederdoop vanuit het besef dat het alleen om jou en God gaat.’

Waar zit voor u hét verschil tussen gereformeerd en evangelisch?

Ds. Perk: ‘Het gaat om een levend geloof. Aan beide groepen vraag ik: Is het vorm of inhoud?’
En als het bij beiden inhoud is?
‘Dan vraag ik of er werfkracht van uitgaat naar de samenleving.’
Prof. Verboom: ‘Ik denk bij dit verschil meer aan de nadruk op God die belooft of nadruk op de mens die gelooft. In de gereformeerde theologie speelt het verbond een grote rol, al raakt dit in de gemeente helaas buiten beeld. Benader je het geloofsleven vanuit wat God belooft en doet, ook in de continuïteit door de generaties heen?
Ik heb daarnaast zorg over al die activiteiten die móeten. Wie altijd vernieuwing wil, kan naar bijzondere dingen gaan staan. Ik heb oog voor het gedragen worden door wat God doet. Als Hij belooft, dán gebeurt het al, Zijn belofte is scheppend. Ook heb ik oog voor het evenwicht in het gereformeerde spreken over de Vader, de Zoon, de Heilige Geest.’
Ds. Perk: ‘Ik deel de zorg om het activistische. Een gemeente heeft veertig dagen het programma Doelgerichte gemeente achter de rug en dan is de eerste vraag: Wat gaan we nu doen? Tegelijk is het voor kerkenraden en predikanten nodig om na te denken over waarheen je de gemeente meeneemt, hoe je de mensen verder leidt in haar wandel met God. Wij willen mensen in groeigroepen het geheim laten ontdekken van de Schrift. Dat zijn

Zie ook het artikel op pagina 8 en 9: 'Het hervormd zijn voorbij'.

de basics van geloven, het zijn geen hypes.’
Prof. Verboom: ‘Zouden we allen niet eens een sabbatsjaar moeten houden, een jaar pas op de plaats maken? Om te bidden, te mediteren, om zo te leren? Stop met al die over elkaar buitelende activiteiten binnen en buiten de gemeente.’
Ds. Perk: ‘Dat onderschrijf ik van harte. Laat voor ons als predikanten onze studeerkamer ook een bidkamer zijn. Laten kerkenraden eens samen bijbelstudie doen en in hun beleid een pas op de plaats maken. Ik heb veel geleerd van de Amerikaanse hoogleraar Eugene Peterson, die vroeg: ‘Ben je bezig met running church of met being church?’ We willen kerkenraden het geheim van het geloofsgesprek leren.’

Bewaren is bewaken
Hoe ziet u de opdracht van de gemeente om concreet het pand te bewaren?

Ds. Perk: ‘Trouw zijn in het lezen van mijn bijbeltje. Orde houden in de kerk. Leren van de geschiedenis én openstaan voor nieuwe elementen.’
Prof. Verboom: ‘Het pand is de kern van het evangelie en bewaren is bewaken. Dat is je mannetje staan op de plaats waar het mis kan gaan. Dan denk ik aan het bewaken van het geheim van het evangelie. Dat roepingsbesef hebben we in de kerk. Prof.dr. A. van de Beek zei: ‘Laat je leiden door wat de kerk der eeuwen en de wereldkerk belijdt.’ Dat is niet normatief in de bijbelse zin, maar is wel richtinggevend.’

Als u zondag op elkaars kansel mag staan, wat is dan de boodschap?

Prof. Verboom: ‘Ik zou vanuit eenzelfde tekst preken als ik elders doe, zou geen preek houden waarin polemische elementen zitten, maar het evangelie verkondigen, trouw aan mijn Zender.’
Ds. Perk: ‘Ik zou dezelfde preek houden die ik in Hellendoorn-Nijverdal hield; we dachten en spraken deze week over Mattheüs 18:15 en het vervolg, over het ontvangen en schenken van vergeving.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Samen terug naar de bronnen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's