Het hervormd zijn voorbij
Vooral actieve leden worden evangelisch
Het is net een veenbrand, verzuchtte een predikant onlangs. Nogal wat van zijn gemeenteleden voelen zich aangetrokken door evangelisch doen en denken. Wie zijn het en hoe reageren kerkenraden?
De cijfers zien er op papier niet heel indrukwekkend uit. Het hoogste percentage in de enquête die de redactie van De Waarheidsvriend onder Gereformeerde Bondsgemeenten hield, was zes procent: uit een gemeente in de provincie Utrecht vertrokken van de vijfhonderd meelevende leden de afgelopen vijf jaar zeker dertig mensen. Een uitschieter naar boven. Daar staat tegenover dat in heel wat plaatsen niemand in die periode een hervormde gemeente voor een evangelische verruilde. Van de reagerende gemeenten – ruim dertig, van Oude Pekela tot Werkendam en van Apeldoorn tot Zoetermeer – is van de meelevende (doop)leden de afgelopen vijf jaar gemiddeld minder dan anderhalf procent in evangelische richting vertrokken.
Dat getal staat in geen verhouding met de beroering die een (aanstaand) vertrek in gemeenten vaak teweeg brengt. Het is nogal ingrijpend als de jeugdouderling en een andere leidinggevende in het jeugdwerk zich laten overdopen, zoals afgelopen jaar in een gemeente in Gelderland.
Beroering ook omdat aan de poten van belangrijke en minder belangrijke overtuigingen wordt gezaagd. Vragen over de waarde van de kinderdoop, om ruimte voor het vrije lied in de eredienst, om meer aandacht voor het kind, om plaats voor het persoonlijke getuigenis, voor de gaven van de Geest.
Actief
Predikant en kerkenraad zitten met de vraag: hoe te handelen? Op het punt van de liturgie toegeven om iets fundamentelers – de kinderdoop – vast te houden? Kan iemand die zijn kind niet wil laten dopen wel aan het avondmaal deelnemen? Mag hij of zij jeugdwerk blijven doen?
Wat dat laatste betreft: de enquête maakt duidelijk dat vooral veel gemeenteleden die zich actief inzetten richting evangelische gemeente vertrekken. Kerkenraadsleden laten zich overschrijven, en ook opvallend veel mensen uit het jongeren- en evangelisatiewerk. Een geënquêteerde predikant bevestigt dat de evangelisch georiënteerde schapen van zijn kudde zich onderscheiden door ‘meer actief met liefdewerk dan de grote rest’ te zijn. Van de negen mensen die hij zag vertrekken, betrof het twee kerkenraadsleden, drie jongerenwerkers, twee leden van de evangelisatiecommissie – terwijl de overige twee huisvrouw/moeder waren.
Heeft ds. A. van Lingen uit Kinderdijk misschien gelijk als hij opmerkt: ‘De duidelijke activiteit van aanstaande evangelischen in de gemeente is heel goed verklaarbaar: zij worden theologisch gedwongen actief te zijn’? Een reactie van een scriba uit Gelderland zou zijn gelijk kunnen bewijzen: breekpunt voor een gemeentelid was dat hij zijn talenten niet kwijt kon.
Prof.dr. H.C. Stoffels, hoogleraar Sociologie van kerk en godsdienst aan de VU in Amsterdam, herkent dit. ‘Evangelische gemeenten rekruteren voor een belangrijk deel uit het segment enthousiaste kerkleden, niet rechtstreeks uit de ‘wereld’, want die stap is wel heel groot. Het zijn degenen die in hun eigen kerk actief zijn en op een gegeven moment iets met gebedsgroepen, praise of bijbelstudie willen, maar niet genoeg respons krijgen of worden tegengewerkt.’
Meestal te laat
Welk beleid voeren kerkenraden ten aanzien van gemeenteleden die langzaam maar zeker richting evangelische gemeente trekken? Duidelijk is dat niemand bij de pastorie aanbelt om te vragen wat de dominee ervan zou vinden als hij of zij eens een evangelische dienst in een buurdorp bijwoont. Ds. J. Veldhuijzen uit Putten signaleert dat de kerkenraad er vaak te laat bij is. ‘De beslissingen zijn meestal al genomen en het gesprek gaat meer over verantwoording achteraf en over de vraag: hoe verder?’ ‘De keuze respecteren’, is de reactie van veel predikanten.
Maar dan nog geen uitschrijfactie, merkt een scriba op. De meeste kerkenraden proberen inderdaad zo lang mogelijk met de desbetreffende gemeenteleden in gesprek te blijven. Dat wordt wel lastig als deze met stille trom willen vertrekken en een gesprek voor hen niet zo nodig hoeft.
Eén dominee maakt daarentegen duidelijk dat ‘zijn mensen’ dat laatste juist graag willen. ‘Ze staan heel open voor een ontmoeting. Hun bedoeling is om de kerk te overtuigen van haar ongelijk.’
Geen zondagsschooljuf
De laatste jaren blijken evangelisch overtuigde mensen niet per definitie meteen naar een dito gemeente te vertrekken. Meer dan eens willen ze bij hun oude gemeente aangesloten blijven en daar zo mogelijk ook actief zijn in het gemeentewerk. Ze zorgen aan hun evangelische trekken te komen door ook met regelmaat een evangelische bijeenkomst bij te wonen. Een scriba uit Zuid-Holland zegt: ‘Alles gaat in een goede sfeer.’ Maar veel kerkenraden blijken voor de duidelijke lijn te kiezen: wie de kinderdoop afwijst, kan geen taak in het jeugdwerk vervullen. ‘De mensen worden (met pijn en moeite) uit leidinggevende taken gehaald. Ze kunnen niet meer meedoen als bijbelkringleider, zondagsschooljuf, catecheet of zitting hebben in de kerkenraad.’ De avondmaalstafel staat meestal wel open. ‘Deze gemeenteleden mogen wel aan het Heilig Avondmaal, maar we laten daarbij zien dat we in onze gemeente – en in de gereformeerde traditie – het avondmaal vooraf willen zien gaan door kinderdoop en openbare geloofsbelijdenis.’ Verder proberen kerkenraden soms tegen te houden dat evangelisch geïnspireerde gemeenteleden wervend bezig zijn, ‘en als dat soms te erg wordt, dan is de volgende stap tucht ten aanzien van het Heilig Avondmaal, maar dat is kerkordelijk heel lastig.’
Gemeenteavonden
Intussen zijn veel gemeenten aan het bezinnen geslagen. Een commissie buigt zich over de liturgie en er komen gemeenteavonden over doop en verbond. Veranderingen zijn ook mogelijk. Er komt ruimte voor twee appèldiensten per jaar, een iets andere liturgie. Ds. J. het Lam uit Harderwijk stelt zichzelf de vraag hoe het komt dat in zijn wijk de afgelopen jaren niemand vertrok. ‘Onze gemeente heeft iets van een mix gekregen van kerkelijke en evangelische elementen. Ik heb het idee dat die mix mensen bij de gemeente houdt die anders zouden kunnen weglopen.’
Een collega die liever niet met name genoemd wordt, is er daarentegen inmiddels van overtuigd geraakt dat ‘je mensen niet in de kerk houdt met wat liturgische tegemoetkomingen. De kerk is in hun ogen ouderwets, geesteloos. Heeft hun weinig tot niets te bieden. Toont te weinig elan en enthousiasme.’
Dertigers
Het lijkt erop dat de meeste gemeenten vroeg of laat met evangelische invloeden te maken krijgen. Gemeenten waar de laatste vijf jaar niemand in evangelische richting is vertrokken, waren soms tien jaar geleden aan de beurt. ‘Ik trof een situatie aan die uitgeselecteerd was’, reageert meer dan één predikant.
Opvallend is wel dat het nagenoeg geen mensen boven de veertig, maar veel dertigers betreft die evangelisch voorsorteren. Meer nog dan de twintigers. Misschien niet verwonderlijk voor mensen met jonge kinderen? ‘Men vindt het daar gewoon fijner voor de kinderen’, reageert een predikant. De leeftijdscategorie van dertigers verbaast dr. Stoffels in elk geval niet. ‘De manier van geloven, de muziek en de directe ervaring die ze van God kunnen opdoen zal ook aansluiten. Vijftigers zijn meer met hun ‘oude’ gemeente vergroeid. Als dezen andere muziek willen horen, blijven er voor hen genoeg uren in de week over.’
Aanbod
Toch denkt Stoffels niet in categorieën van leeftijd, karakter of opleidingsniveau. ‘Je hoort wel dat vooral het minder rationele type naar een evangelische gemeente overstapt. Ik ben daar niet zo van onder de indruk. Van echtparen zouden beiden dan gevoelstypes moeten zijn. Ik denk meer in de categorie van aanbod. Als er geen evangelische gemeente in de buurt is, is de kans klein. Is die er wel, wat voor aantrekkingskracht oefent deze uit? In hoeverre brengt ze zich onder de aandacht? In hoeverre zijn mensen op zoek? Er is nog niet zoveel zicht op hoe dit soort processen verloopt.’
Officiële cijfers van hervormd-evangelisch verkeer is er niet. Wel is bekend dat tussen 2002 en 2006 in totaal 1753 (doop)leden van de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en de Nederlandse Gereformeerde Kerken zich bij een evangelische gemeente hebben aangesloten. Dat er sprake is van een jaarlijkse toename, blijkt uit christelijke gereformeerde cijfers: in 2002 werden 167 leden evangelisch, in 2003 203, in 2004 218, in 2005 287 en in 2006 321. 172 mensen maakten in totaal in deze periode de omgekeerde beweging – dat is ook nog mogelijk.
‘Ooit evangelisch’
Intussen is bekend dat evangelische gemeenten behalve een royale voordeur ook een grote achterdeur hebben. Evangelisch spreker Otto de Bruijne uit Voorthuizen is samen met een predikant en journalist bezig te inventariseren wie door die deur vertrekt en waar naartoe? Eind februari moet de uitkomst van dit onderzoek ‘Ooit evangelisch’ bekend worden; geen wetenschappelijk onderzoek – dat is er niet – maar een onderbouwde indicatie.
Wat de evangelische uitstroom veroorzaakt? De Bruijne noemt het ‘vernauwende denkklimaat’. ‘Er zijn allerlei taboes. Intellectueel, bijvoorbeeld rond de vraag of je de Bijbel letterlijk moet lezen of rond de schepping, maar ook in sociaal opzicht. Wie op de een of andere manier te maken heeft met samenwonen, abortus, homoseksualiteit, vrouwelijk leiderschap in de gemeente, botst tegen een muur. Een groot percentage – dertig à veertig procent – blijft om de kinderen, maar wil er niet oud worden. Veel 50+ers hebben zich jarenlang helemaal gegeven, maar vragen zich nu af: Wat moet ik met dit circus?’
Het is voor De Bruijne de vraag wat de volgende stap is. ‘Deïsme of atheïsme, ik weet het niet. Wat in het algemeen voor onze maatschappij geldt, zal bij de evangelische deur niet ophouden: een aversie tegen instituten en grote structuren. Mensen zoeken het in hun eigen denken en leven.’
Volgende week een interview met een echtpaar dat na twaalf jaar van de evangelische gemeente naar de hervormde kerk terugkeerde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's