De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Haat-liefdeverhouding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Haat-liefdeverhouding

Van Ruler kritisch en positief over Geref. Bond

8 minuten leestijd

Prof.dr. A.A. van Ruler had een soort haat-liefdeverhouding tot de Gereformeerde Bond. Iets soortgelijks gold en geldt voor opvallend veel andere theologen die afkomstig zijn uit het meer behoudende deel van de Hervormde Kerk in ons land.

Van Rulers persoonlijke ervaringen, en die stempelen ongetwijfeld ook bij hem zijn visie, waren niet onverdeeld positief. Onlangs vertelde ds. J. Schrijver uit Woerden in een radio-interview met Koos van Noppen hoe Van Ruler volgens eigen zeggen in 1944 vanuit Hilversum, waar hij predikant was, een ringbeurt verzorgde in het hervormd-gereformeerde Huizen. Na afloop van de dienst werd hem de hand geweigerd door de ouderling van dienst, omdat deze het oneens was met de preek.
Van Ruler ervoer dat als een tuchtmaatregel, en nam het hoog op. In een indringend consistoriegesprek overtuigde hij de kerkenraad, inclusief de betreffende broeder, van diens ongelijk – wat voor iemand met zoveel theologische bagage als Van Ruler had waarschijnlijk niet zo moeilijk was.
Vervolgens dreigde hij de zaak aan te kaarten bij de meerdere vergaderingen van de kerk. Pas toen de man de volgende dag met een pond paling voor zijn deur stond, smekend om van verdere stappen af te zien, liet Van Ruler zich vermurwen.

Weinig vleiend
Wanneer Van Ruler zes jaar later schrijft dat zich in gemeenten in en rond de Gereformeerde Bond allerlei ‘partijfanatisme, kortzichtigheid, cultuurschuwheid en verwringing van de waarheid’ voordoen, zal hij mogelijk aan deze Huizense ervaring hebben teruggedacht. Hij legt helaas niet inhoudelijk uit wat hij met deze weinig vleiende begrippen precies bedoelde.
Kunnen we vanuit zijn oeuvre wellicht nog iets scherper krijgen wat hij op de Bond tegen had? In een onbekende (want nooit gepubliceerde) lezing die hij in 1957 te Leiden hield, zegt hij er het volgende over: ‘De Gereformeerde Bond is zeer machtig, althans organisatorisch; theologisch betekent zij niets – geestelijk veel; maar zij is onvruchtbaar door haar star neen zeggen tegen alles.’ Het is opvallend hoezeer dit beeld overeenkomt met de indruk die vele buitenstaanders nog altijd van de Bond hebben. Laten we de elementen die Van Ruler hier noemt wat nader bezien – ook wanneer we Van Ruler niet zonder meer bijvallen is het immers nog altijd een leerzame spiegel die hij hier voorhoudt.

Wijzer
De Bond wordt doorgaans veel politieke invloed in het geheel van de kerk toegekend (naar mijn indruk overigens vaak meer dan hij feitelijk heeft). Ook Van Ruler acht de Bond dus ‘zeer machtig’ in organisatorisch opzicht. Zijn invloed is volgens Van Ruler echter onvruchtbaar, doordat de Bond feitelijk overal op tegen is.
Kennelijk is zijn visie op de Bond door de jaren heen niet structureel gewijzigd, want in een kort voor zijn levenseinde geschreven overzicht over vijftien jaar theologie (1955-1970) schrijft hij dat ‘als de Gereformeerde Bond een wat wijzer koers voer’ deze de richting waarin de kerk zich ontwikkelt in belangrijke mate zou kunnen bepalen. Letterlijk schrijft hij zelfs dat de Bond in dat geval een goede kans zou maken om ‘de hele kerk eenvoudig over te nemen van de zogenaamde middenorthodoxie, die de zaak innerlijk aan het opgeven is’.
Er doet zich namelijk allerwegen een geestelijke honger voor onder de mensen. De kerk is geroepen om daarop in te gaan, niet door actuele, politiek gerichte prediking, maar door het geven van brood voor het hart met het oog op de eeuwigheid. Kortom, Van Ruler zou graag gezien hebben dat de Bond zich minder zou isoleren van het grotere geheel. Veel beter dan zich op te stellen als een ‘kerkje in de kerk’ zou de Bond zich constructief (en dus niet slechts negatief ) betrokken kunnen tonen op wat er in het geheel van de kerk speelt. Het lijkt mij dat deze oproep van Van Ruler, hoezeer er in dit opzicht ook ten goede veranderd is, nog altijd tot bezinning stemt.

Wantrouwend
Over het theologisch gehalte van de Bond is Van Ruler ronduit negatief. Dat hing ongetwijfeld samen met het gegeven dat de Bond zo sterk gericht is op de bewaring van het bestaande erfgoed, dat nieuwe theologische gezichtspunten er per definitie wantrouwend bejegend worden.
Van Ruler zelf had natuurlijk nogal wat van zulke nieuwe theologische gezichtspunten aangedragen. Het interessante is dat dat bij hem eerder de vorm aannam van een bepaalde uiterste toespitsing van het gereformeerd belijden dan van kritiek daarop. Kritiek op de belijdenis treft men bij Van Ruler immers zelden aan. Integendeel, hij genoot er juist van elementen uit de belijdenis die massaal onder vuur lagen (bv. de verkiezingsleer) krachtig te verdedigen.
Het kan dus wel: creatief en vernieuwend theologisch bezig zijn zonder weg te groeien van het kerkelijk belijden. Het moet misschien ook wel, vanwege de specifieke vragen en uitdagingen waar we in onze tijd voor staan. Vragen die niet altijd afdoende beantwoord kunnen worden met een eenvoudige verwijzing naar Luther of Calvijn.
Door dat te laten zien heeft Van Ruler er zelf ongetwijfeld aan bijgedragen dat de weerstand tegen goede tijdbetrokken theologie in de Bond (als ik het goed inschat) afgenomen is. Wanneer ze maar een herkenbare bijbelse achtergrond hebben, bleken nieuwe theologische inzichten immers wel degelijk positief verwerkt te kunnen worden binnen de Bond – denk aan het afscheid van het klassieke vervangingsdenken in de theologische bezinning op de betekenis van Israël.

Bevindelijkheid
Zeer positief uitte Van Ruler zich intussen over het geestelijke gehalte van de Gereformeerde Bond, met name vanwege zijn bevindelijkheid. Ook daarin stond Van Ruler model voor vele andere hervormden. Hij meende zelfs dat de kerk als geheel deze spiritualiteit slechts tot haar schade zou kunnen negeren. Met name doelde hij dan op de persoonlijke ontmoeting met God en doorleving van het geloof. ‘Ik aarzel niet te zeggen, dat onze kerk, menselijkerwijs gesproken, voor een goed deel drijft op deze elementen en ze in de toekomst om haars levens wil niet zal kunnen missen.’
Niet dat de bevinding het een en al is, men moet haar zeker niet verabsoluteren, dan wordt zij ziekelijk. Maar àlles in de kerk en àlles in de theologie zal een bevindelijke gloed en glans moeten hebben.’ Want zonder de warmte van een levensechte persoonlijke doorleving van de geheimenissen van het geloof, verzakelijkt en verwatert het kerkelijk leven op den duur. De hoogten en diepten van het bestaan worden in de bevindelijkheid doorleefd met een intensiteit die volgens Van Ruler de in zijn tijd invloedrijke existentialisten deed verbleken tot eenvoudige burgermannetjes.

Niet concreet
In zijn vier opstellen over bevinding heeft Van Ruler deze gedachtegangen op een grondige manier nader uitgewerkt. Met het laatste van die vier artikelen, Ultra-gereformeerd en vrijzinnig heeft grote bekendheid gekregen, mede doordat het velen in de gereformeerde gezindte prikkelde tot een reactie. Van Ruler uit hier scherpe kritiek op tal van ontsporingen in de bevindelijke wereld. Het lastige is echter dat hij niet concreet man en paard noemt. Veel dingen die hij beschrijft, doen meer denken aan de geloofswereld die Jan Siebelink beschrijft in Knielen op een bed violen dan aan een doorsnee Gereformeerde-Bondsgemeente. Vermoedelijk heeft Van Ruler de zaken met opzet niet te concreet willen benoemen, omdat hij als geen ander wist dat wat zich in openlijke vorm aan de uiterste rechterzijde van het kerkelijk spectrum voordoet, in meer versluierde vorm toch ook zijn werk doet in meer gematigde kringen. Juist daardoor is het nog altijd bijzonder leerzaam wat Van Ruler schrijft. Enerzijds voor bonders die zich grotendeels in de reformatorische kring bewegen, maar anderzijds ook voor christenen die geen idee hebben waar ze bij ‘bevinding’ aan moeten denken. Ik gaf het opstel (vooral de eerste helft – verderop verloopt het artikel voor mijn gevoel iets) in elk geval regelmatig op als kerkelijk examenlectuur om over door te praten, ook met studenten uit andere delen van de kerk.

Toon
Van Rulers kritiek was dus scherp. Als een volleerd chirurg wist hij precies de lijnen aan te wijzen waarlangs het misging in de bevindelijkheid. De titel van de bundel met reacties vanuit hervormd-gereformeerde zijde (Op het scherp van de snede) was dan ook goed gekozen. Maar de toon die Van Ruler aansloeg was er één van diepe innerlijke verbondenheid. Daarom kon men het van hem ook hebben. Zijn verbondenheid betrof overigens niet alleen de bevindelijke laag in de Bond. Dat zou gemakkelijk wat modieus zijn geweest. Van Ruler wist zich niet minder met de Gereformeerde Bond verwant in het opkomen voor de kernen van het christelijk belijden. De verzoening door Christus’ schuldovername, de lichamelijke opstanding van Christus, het concrete handelen van God in de geschiedenis, de zeggenschap van God over het hele leven (theocratie) – het waren stuk voor stuk noties die voor Van Ruler van even centraal belang waren als binnen de Gereformeerde Bond.
Tot de blijvende betekenis van Van Ruler behoort zijn poging om de Bond op de kerk te betrekken, en de kerk op datgene waar de Bond uit leeft. Zulke middelpuntzoekende krachten heeft de kerk nodig. Vooral wanneer ze zoals Van Ruler opereren vanuit het diepe besef dat Bond en kerk slechts kunnen leven van het ene katholieke geloof van de kerk der eeuwen, dat in het christelijk belijden is verwoord en dat het waard is om in de theologie telkens opnieuw geactualiseerd en doordacht te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Haat-liefdeverhouding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's