De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Willem Jan Otten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Willem Jan Otten

6 minuten leestijd

Willem Jan Otten (1951) is een bekend auteur van poëzie en proza, toneelstukken en essays. Een aantal jaren geleden is in deze rubriek aandacht geweest voor een essaybundel van zijn hand verschenen onder de titel Waarom komt u ons hinderen? In dit boek passeert een groot aantal wijsgeren en schrijvers van naam die allemaal op hun manier hebben bijgedragen aan wat hij steeds noemt zijn kerstening.
Goede Vrijdag 1999 bezocht Otten de Rooms-Katholieke Kerk bij hem in de straat. Tijdens het bijwonen van een statie in deze kerk ontdekte hij ‘dat Jezus met zijn zelfgezochte dood mijn zonden op zich genomen heeft’. Het zorgde voor veel ophef, vooral in de kringen waarin hij zich tot die tijd bevond. Onder de Nederlandse intelligentsia werd er meesmuilend over gesproken en geschreven. Dat kon toch niet waar zijn: Otten ook onder de profeten? Sinds die tijd schaamt hij zich niet ervoor uit te komen dat hij door de ontmoeting met Christus een ommekeer in zijn leven heeft meegemaakt met alle consequenties van dien ook voor zijn werk.

In het Nederlands Dagblad (18 oktober) stond een uitvoerig gesprek van Wilfred van de Poll met hem te lezen onder het opschrift Ik zoek omdat ik word gezocht.

In 1999 heeft u het doopsel ontvangen in de Rooms-Katholieke Kerk. Kort daarop schreef u een essay om uw bekering te verantwoorden, getiteld: ‘Het wonder van de losse olifanten. Een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie’. Als u nu weer een rede zou schrijven, zou die er dan heel anders uit zien?

‘Kijk, dat geschrift was heel snel na mijn toetreding tot de kerk geschreven, midden in de verwarring. Dat merk je als je het leest. Als je net bekeerd bent, ervaar je sterk een breuk. Alsof je door een grote sluis bent heengegaan, en in het laagland van Friesland beland bent. Maar nu zie ik steeds minder verschil tussen ‘voor’ en ‘na’. Er was geen grote breuk. De richting blijft dezelfde.’ (Denkt lang na.) ‘Ik zou het nu niet meer doen, zo’n rede schrijven.’

Waarom niet?
‘Vanwege de verleiding om theologisch te gaan praten. Dat wil ik niet.’

U heeft het niet zo op theologen?
‘De hele opgave voor mij als schrijver is er in gelegen te erkennen dat ik met mijn mond vol tanden sta. Voor een rationeel ingesteld iemand als ik is dat een hele strijd. Eigenlijk vraagt de ervaring van de God die zich heeft uitgeleverd aan mensen om ontferming. Die ontferming, daar blijk van geven, dat is geloof. Ik ben dichter, dus als ik daarvan blijk geef, dan doe ik dat op dichterlijke wijze. Ik ben ook maar een koekoek die koekoek roept. Maar dat wil ik dan ook doen. Hoe moet ik het zeggen …

In het gesprek geeft Otten aan dat tot geloof komen niet betekent je verstand op slot zetten. Je komt in een andere zone van het bestaan terecht, ‘maar ik weiger te geloven dat ik daar minder bij mijn verstand ben (…) Het verstand moet kunnen zeggen: hier houdt mijn vermogen op. Dat moet het niet te snel zeggen. Maar de rede is op haar redelijkst als zij haar grenzen erkent. Een bewezen God is God niet.’

Onlangs verscheen een nieuwe bundel gedichten van Otten. De bundel draagt de titel Welkom (uitg. Van Oorschot) en bevat gedichten die tussen 2003 en 2008 zijn geschreven.

De gedichten uit mijn vorige bundel, Op de Hoge, zijn geschreven rond de tijd van mijn doop. Het zijn, vergeleken met mijn nieuwe bundel, nog wat meer ‘deinsgedichten’. Nu, negen jaar later, lijk ik in rustiger vaarwater te zitten. Ik heb nu veel minder de neiging dan in het begin om het geloof te rationaliseren of te verdedigen. Ik doe het nog wel altijd, hoor, maar ik voel me niet zo snel meer aangevallen. Het geloof is meer geïntegreerd in mijn leven.’

Wat is er hetzelfde gebleven?
‘Negen jaar geleden had ik het gevoel dat ik te maken had met het begin van een herwaardering van het christendom in Nederland. Die is vooralsnog uitgebleven. Er wordt wel veel meer over religie nagedacht dan vroeger, maar dan vooral op sociologisch of politiek vlak, niet persoonlijk. En er wordt nog onverminderd veel onzin over het geloof geschreven. Waar ik naar op zoek ben, zijn mensen die van binnenuit praten over het geloof. Zonder kerkelijk of theologisch jargon.’

Die komt u niet veel tegen?
‘Veel mensen in mijn omgeving blijven deinzen. Ze willen er heel graag over praten, maar maken nooit de keuze. En misschien is dat genoeg, deinzen. Toch heb ik het gevoel dat ik door te kiezen aan de ‘andere kant’ terecht ben gekomen. Het heeft te maken met die zones waar we het net over hadden. Als je begint met geloven, is het alsof je een nieuw continent aan het ontdekken bent. Alsof je een verzonden beschaving in handen krijgt. Dat brengt ook weer nieuwe spanningen met zich mee.’

Welke dan?
‘Als christen geloof ik in de verrijzenis. Pasen is een ervaring in mijn leven geworden. Ik probeer de aanspraak die het op me doet uit te leven. Maar ondertussen leef ik wel in een wereld die er een steeds bottere, Dawkins-achtige opvatting over wonderen op nahoudt. Dit brengt moeiten met zich mee, waar ik als schrijver verslag van te doen heb. Tegelijk ervaar ik het leven als christen als iets enerverends, een continue zoektocht naar wat ik al gevonden heb. Het geloof is voor mij iets zeer kostbaars, iets wat ik niet wil verliezen. Ik wil het niet kwijt. Ik wil het beschermen. Er steeds weer frisse, nieuwe woorden voor vinden.’

Ten slotte wordt in het gesprek ingehaakt op het recente overlijden van de vader van Otten en op wat dat voor hem betekent:
Hij zwijgt, kijkt naar de vloer en ziet er opeens ontzettend kwetsbaar uit. Er valt een stilte in het gesprek. We nemen nog een sneetje suikerbrood. Desgevraagd wil Otten wel een gedicht uit zijn nieuwe bundel voorlezen. Hij kiest Bahamontes’ hemelvaart uit, een pagina’s lang gedicht met korte regels over een wielrenner die naar de top van een berg fietst:
‘Kwam de klimmer
Bahamontes
Tot de haarspeld
Aangeklommen …’

Ottens hoofd deint mee met het ritme van het gedicht, je hoort de pedalenzwoegende Bahamontes als het ware de berg beklimmen in zijn stem. Otten geniet er zichtbaar van. In het gedicht vraagt Bahamontes zich af hij uit eigener beweging is gaan fietsen, of dat er iemand was die hem het eerste zetje gaf. Weer die vraag, net als in Eindeligt. Otten: ‘Het is ontzettend raar om te bedenken dat je zoekt omdat je aan het zoeken bent gezet. Dat ik zoek omdat ik word gezocht.’

Ter verduidelijking: Eindeligt is een reeks van veertien verhalende gedichten waarmee de bundel wordt afgesloten. Wie van echte poëzie houdt en een beetje ervaring heeft met het lezen ervan, kan ik deze fraaie bundel aanbevelen. Ottens geloof sluimert door veel gedichten heen, zonder dat het er al te dik bovenop ligt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Willem Jan Otten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's