Christus brengt gerechtigheid
Lofzang van Maria is strijdlied tegen onrecht
In deze tijd van het kerkelijke jaar wordt veelvuldig gezongen uit de berijmde nieuwtestamentische lofzangen, met name die van Maria en Zacharias. Het heil dat in Christus verschenen is krijgt klank en stem. Het zijn bekende liederen, maar wie de inhoud ervan tot zich laat doordringen, doet een verrassende ontdekking.
Neem nu het lied dat Maria aanheft. De eerste woorden hebben vooral een persoonlijke klank. ‘Mijn ziel maakt groot de Heere (…) Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan.’ Eén en al verwondering dat uitgerekend zíj de moeder van de Messias mag worden. Even later krijgt haar lied een verrassende wending en overstijgen haar woorden haar persoonlijke beleving van dat moment.
Gods genade, aan haar persoonlijk bewezen, wordt verbonden aan het recht dat de Heere op deze aarde oefent. Hoogmoedigen worden verstrooid, machtigen van de troon getrokken. Nederigen daarentegen worden verhoogd, en verdrukten verlost. Het gaat er heftig aan toe. De Heere zal hongerigen verzadigen en rijken met lege handen laten staan. Hij trekt Zich het lot van de Zijnen aan. (Luk 1: 51-53) De rollen worden omgedraaid. God grijpt in, God zet recht. Wie verwacht deze woorden nu uit de mond van een jong meisje dat in blijde verwachting is?
Strijdlied
God doet recht op aarde, dat is hier de grondtoon. Al ontbreekt in de lofzang het woord gerechtigheid, ze is er wel degelijk de inhoud van. De lofzang van Maria is een strijdlied tegen het onrecht dat de verdrukker aanricht. God komt voor de arme en ellendige op. Zijn handelen werkt bevrijdend en verlossend.
Waar haalt Maria deze woorden vandaan? Waar diept ze deze woorden op? Wie goed leest, merkt dat haar lied vol van oudtestamentische klanken is. In de eerste plaats klinken de psalmen mee: Psalm 33, 34, 75, 113. Maar we horen ook profetieën van Jesaja (51:9, 52:10). En – niet in de laatste plaats – is er grote gelijkenis met de lofzang die Hanna na de geboorte van Samuel op de lippen nam. ‘De HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij’ (1 Sam. 2:1-10).
Gerechtigheid
Het woord gerechtigheid heeft in de Bijbel twee betekenisvelden. Het heeft betrekking op het leven van de mens voor Gods aangezicht (verticaal), en ook op het samenleven van mensen (horizontaal). Door het geloof in de belofte ontvangen schuldige mensen gerechtigheid voor God, zoals ooit Abraham. ‘Abraham geloofde in de HEERE en de HEERE rekende het hem tot gerechtigheid’ (Gen. 15:6). Christus is van deze gerechtigheid het geheim, Zijn offer het hart, de vergeving van zonden de vrucht. De hemel wordt ontsloten.
Maar ook de aarde komt in zicht. Zo diep als dit woord gerechtigheid is, zo breed is het ook. Het is God tegelijk te doen om rechtvaardige verhoudingen tussen mensen. De profeten (Amos, Micha) ontsteken in toorn over het onrecht in het land. Rijken die de armen verdrukken, koningen die slechts uit zijn op eigen belang, rechters die mensen naar de ogen zien – ze worden er van Godswege op aangesproken. Ze verzaken immers de levenstaak die ze van Israëls God gekregen hebben.
De Heere God kiest de zijde van hen die aan het onrecht lijden. ‘’t Is de HEER, die ’t recht der armen, der verdrukten gelden doet.’ Verlangend kijken de psalmen dan ook uit naar de komst van de koning die zijn volk zal richten met gerechtigheid en Gods ellendigen met recht (Psalm 72).
Beide grondlijnen komen samen in de profetie van Jeremia (23:6). Hij schetst het beeld van de koning uit Davids geslacht, Die God Zelf verwekken zal. Zijn naam is Zijn program: de HEERE onze gerechtigheid.
Grondregels
Al deze woorden en stemmen klinken mee in Maria’s lofzang. Haar lied is dus tot aan de rand gevuld met de oudtestamentische profetie.
Christus brengt gerechtigheid. Gerechtigheid om te (be)staan voor God, maar ook gerechtigheid die gestalte krijgt in het leven. ‘Wanneer het Woord in het vlees komt, worden alle verhoudingen omgekeerd. (…) Een ánder Rijk breekt aan, de Godsregering op deze aarde. (…) Als Jezus komt, komen de armen aan de beurt, de hongerigen en vertrapten, de vernederden en de beledigden, de hongerigen en vertrapten, de gekwelden en wanhopigen.’ Het zijn woorden van dr. Jan Koopmans, in oorlogstijd (!) geschreven.
We horen en zien dit terug in Jezus’ woorden en daden. Jezus onderwijst zijn volgelingen in de grondregels van het Koninkrijk Gods. ‘Zalig de zachtmoedigen, zij zullen het aardrijk beërven; zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ (Matth. 5:5, 6) Hij heeft de grote schare gevoed met brood en vis, zocht die ene vergeten mens op in het ziekenhuis Bethesda en trok zich het lot aan van een weduwe uit Naïn. De dwaasheid van rijkdom wordt door Hem aan de kaak gesteld; tegelijk klinkt het appèl: ‘Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid.’ Het is de wereld op zijn kop.
Concrete nood
Deze brede accenten verdienen ook aandacht in de gemeente. Wanneer wij in de adventstijd zingen over Christus’ gerechtigheid, krijgt het al snel een wat toegespitste, om niet te zeggen versmalde betekenis. Mijn persoonlijke verhouding tot God staat centraal, en de levensheiliging die daaruit voortvloeit. Van het allergrootste belang, geen misverstand daarover. Maar de Bijbel is rijker, breder, omvattender. Maria geeft stem aan het recht dat God op deze wereld doet.
Blijkbaar heeft de komst van Christus ook alles te maken met de concrete nood van deze wereld. Blijkbaar heeft de geboorte van de Heiland ook van doen met de rechte verhoudingen tussen mensen en tussen volken. De engelen zingen in de kerstnacht over een vrede die op aarde (!) gestalte krijgt.
Maarten Luther heeft dat in de bewogen tijd waarin hij leefde, verstaan. De reformator heeft een uitvoerige uitleg over het Magnificat (de lofzang van Maria) geschreven en deze opgedragen aan Johan Frederik, hertog van Saksen. Hij schrijft dat dit lied van de Moeder Gods uiterst leerzaam is voor hooggeplaatsten die wohl regieren und heilsam Herren sein wollen. Maria zingt – als een soort Deborah – een geestelijk lied voor vorsten en hoge edelen.
Hoe lang nog?
Hoe krijgen deze woorden gestalte in de tijd van vandaag? Blijken ze geen slag in de lucht te zijn? Paulus bidt dat de gemeente vervuld zal worden ‘met vruchten van gerechtigheid die door Jezus Christus zijn tot eer en lof van God’ (Filipp. 1:11). Zijn die vruchten te zien in een daadwerkelijk wandelen in het voetspoor van Christus? Een beker koud water, een uitgestoken hand, onderdak voor vluchtelingen, bezoekwerk onder gevangenen. En, breder, waar is de gerechtigheid te ontdekken die de volken verhoogt? (Spr. 14:34)
Hier en daar zijn glimpen te zien van daden van gerechtigheid en barmhartigheid. Maar veel indringender zijn de beelden van grof onrecht en bruut geweld. En het houdt maar niet op. Hoeveel volken moeten lijden onder de harde dictatuur van een niets ontziende president? Onlangs keerde een GZB-delegatie terug uit Zimbabwe met schokkende berichten; de nood is daar zo onvoorstelbaar groot. Wij voelen ons volstrekt machteloos en verzuchten: Heere, hoe lang nog?
En toch blijft het staan: God doet recht. Maria zingt over de daden die God gaat doen, op een manier alsof ze al werkelijkheid zijn. Profetische werkelijkheid. Het is een blik in de toekomst, maar dan niet een verre, vage toekomst, een vluchtige droom. Het is de toekomst van God, Die in Christus naar ons toe gekomen is.
Daarvan is het Kerstfeest het teken. Daarmee wordt dit hoge feest van zijn romantiek ontdaan, en worden wij midden in de aardse werkelijkheid gezet. Maar niet zonder belofte: de Heere heeft naar ons omgezien.
Wij mogen niet van de pijn weglopen. Er is veel geweld op deze wereld dat niet vergolden wordt. Er zijn vele, vele armen en hongerigen, die in ellende leven en sterven. Er zijn verdrukkers die ongestraft hun gang lijken te kunnen gaan. Zelfs als ze voor het tribunaal in Den Haag komen te staan, is het de vraag of daarmee het aangedane leed ook maar enigszins vergoed wordt. Er is zoveel ten hemel schreiend onrecht.
Maar in de lofzang die Maria ons voorzingt, zingen wij van een God Die daarboven staat. Wij hopen op Hem, Die reddend en richtend zal ingrijpen. Zijn dag komt, al duurt het wachten lang. Wij hongeren en dorsten naar de gerechtigheid die komt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's