De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet de Bond, maar de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet de Bond, maar de kerk

Ds. Kieskamp en zijn strijd tussen licht en duisternis

8 minuten leestijd

Als lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond sta je in de strijd tussen licht en duisternis, is de ervaring van ds. R.H. Kieskamp uit Lienden. Na twaalf jaar nam hij dit kalenderjaar afscheid als tweede voorzitter.

‘Van ds. J.T. Doornenbal, onder wie ik in Oene ben opgegroeid, heb ik zeer veel mogen leren, wat ik naar ik hoop ook in praktijk gebracht heb. Ik noem zijn liefde, zijn zelfverloochening, zijn diepe ootmoed, zijn preken met grote ernst, waarbij de farizeeër, die rechtzinnig wilde zijn zonder Jezus, vlijmscherp werd aangepakt. De genade en liefde van Christus werden in veel van zijn preken zozeer in de kracht van de Heilige Geest geschilderd dat je de Geest als het ware voelde waaien en de hemel wagenwijd openging. Preken, die later als student bij me bovenkwamen tijdens een collegeserie over de toepassing van het heil van prof.dr. A.A. van Ruler in Utrecht, waar ook de Geest voelbaar waaide te midden van de vele studenten, met name toen het er diep doorging omdat de verzoening van onze schuld ter sprake kwam.
Ds. Doornenbal was breed, diep en veelzijdig. Hij had iets oud gereformeerds én iets van de Jezus-mystiek van de Romana. Hij zag sterk uit naar de volheid in Christus, was literair begaafd, kende de tijdgeest, las veel. Prof. Van Ruler zei tijdens tentamen eens van hem: ‘Geniaal, geniaal, ik had hem graag in Hilversum gehad.’ Als ik ds. Doornenbal zelf kon vragen of ik als predikant zijn leerling ben, zou hij droogjes gezegd hebben: ‘M’n jonge, je hebt toch van mij begrepen dat ik alleen getracht heb je leerling van Jezus te maken?’’

Doorbreken
‘Overigens zijn er naast Doornenbal ook anderen die een stempel op mijn leven hebben gezet. Hierbij denk ik aan ds. J. van den Heuvel, vader van dr. P. van den Heuvel uit Bunnik. Bij hem volgde ik in Ede belijdeniscatechisatie en leerde ik vooral dat in preken de bevinding – of wat dan ook – nooit als een sluier over het Woord mag komen te liggen, maar altijd uit het Woord moet opkomen. Alleen dat geeft Woordkracht.
Ook denk ik aan ds. G. Boer, die op een bijzondere manier betrokken raakte bij mijn roeping tot het ambt, toen deze doorbrak na ongeveer vijftien jaar getob erover. Tot slot noem ik ds. A. Kool uit Utrecht, mijn mentor en bevestiger tot het ambt te Oud-Alblas, die met weinig woorden veel kon zeggen.’

U was van 1984-1988 lid van het moderamen van de hervormde synode, een tijd van spanning en polarisatie over maatschappelijke thema’s. Was het mogelijk te besturen zonder compromissen te sluiten over essentiële thema’s?'
Het verzoek om zitting te nemen in het moderamen was voor mij een berg die te hoog was om er overheen te zien. Hij schrompelde echter tot een klein molshoopje ineen toen een lichtstraal van Gods liefde mijn hart raakte via een kinderliedje dat ik ter hoogte van Nijkerk in de auto hoorde. Mede daardoor werd de zwaarte van deze ambtslast gaandeweg veranderd tot een lust.
Ingrijpend was mij de voorbereiding in 1986 op Hydepark in Doorn voor de intentieverklaring ‘In staat van hereniging’ met de Gereformeerde Kerken, toen de Heere mij zeer veel gebedslast voor de kerk gaf. Cruciaal was toen voor mij dat we, althans plaatselijk, hervormd – dat is op gereformeerde grondslag – konden blijven.
Of ik veel compromissen heb moeten sluiten? Hiervan wil ik zeggen dat ik geen partij was om compromissen te kunnen sluiten, want ik vormde maar een klein deel van het geheel. Wel heb ik getracht er zegenend in te staan en in de marge fors bij te sturen. Overigens heb ik gewaardeerd dat de verhoudingen goed en open waren en dat alles gezegd kon worden.’

U was tot afgelopen mei twaalf jaar bestuurslid van de Gereformeerde Bond, waarvan tien jaar als tweede voorzitter. Waar ligt voor u de kern van het werk van de Bond? Hoe ziet u zijn functie in de nabije toekomst?
‘Ook hier waren de verhoudingen goed en open. Wel heb ik zowel in het moderamen als in het hoofdbestuur ervaren dat ik in de frontlinie van de strijd tussen licht en duisternis verkeerde. Meer dan ooit wordt daar de geestelijke strijd gestreden en wie die met vleselijke wapens aangaat, door opkrikken van eigen ego, breekt meer af dan dat hij opbouwt. De kern van het werk van het hoofdbestuur ligt naar mijn inzicht in totale afhankelijkheid van God en met een rechte rug de wacht houden bij het Woord en de confessie. Hierbij dient, naast het handhaven van de belijdenis, vooral het functioneren ervan hoogste prioriteit te hebben. Bij functioneren denk ik aan het werk dat de Heilige Geest verricht in mensenharten, zoals bijvoorbeeld verwoord in de eerste zondag van de Heidelbergse Catechismus. Meer dan ooit hebben we nodig dat het belijden op volle toonhoogte van de Schrift zal functioneren in een levend geloof. Wie de catechismus als troostboek beleeft, heeft het merg van het gereformeerd belijden verstaan en roemt in genade alleen.
Dat zijn allemaal zaken die de Gereformeerde Bond ook niet in zijn vingers heeft, maar waarvoor wel de bede mag zijn dat het de Heere behaagt de Bond te gebruiken. Hier ligt ook tegelijk de functie van de Gereformeerde Bond voor de toekomst.’

Adder vangen
‘Overigens gaat het niet om de Bond op zichzelf. Het gaat om de kerk en daar zal het de Bond ook om dienen te gaan. Voor de kerk houd ik hoop, gelet op Gods verkiezende liefde, op de trouw van God en de vastheid van Zijn verbondsbeloften. Hierbij speelt mee dat mijn vrouw na een worsteling van ongeveer achttien jaar het geloofsinzicht van een krachtige doorwerking van de Heilige Geest voor de kerk vandaag ontving. Mijzelf heeft de Heere tijdens de kerkenradendag van 1996 in de Joriskerk te Amersfoort op wonderlijke wijze bemoediging gegeven betreffende de kerk, wat weer bevestigd werd door het getuigenis van broeder C.H. Sukkel uit Kesteren dat de kerk vastligt in Gods welbehagen. Mede daardoor had ik gedacht dat de scheuring van 2004 er niet zou komen. Hiervan heb ik ook iets laten doorschemeren tijdens de gesprekken in de commissie Stelwagen, de zogenaamde antibreukcommissie, op Hydepark. Het is helaas anders gelopen.
Toch blijft Gods bemoediging in de Joriskerk rechtovereind staan. Vaak moet ik denken aan het verhaal van de schipbreuk van Paulus. Momenteel is het schip van de kerk geheel stukgeslagen en zijn we allen met of zonder onze kerkplank aan wal gekomen. Om weer samen verder te kunnen in één kerkschip, zullen we echter naar mijn gevoelen eerst een adder moeten vangen en doden, namelijk de adder van de gereformeerde hoogmoed en die van de Protestantse Kerk. Daar bedoel ik mee dat de Heere geve dat het geloof waarin we een goddeloze worden in eigen ogen – in Gods ogen zijn we dat al – steeds meer zal doorbreken, opdat het geloof waarin we gerechtvaardigd zijn in Christus heerlijk zal open bloeien. Dat zal liefde en lof geven en de weg banen naar het ene kerkschip. Moge de Gereformeerde Bond naar de toekomst toe daarin veel betekenen. Dat zal eraan meewerken dat heel Nederland weer onder het beslag van het Woord zal kunnen komen.’

Hoe ziet u het eenvoudige geloofsleven, dat in veel hervormde gemeenten gevonden werd en wordt, bedreigd worden?
‘Misschien nog wel het meest door een Woordarme en Christusschrale prediking. Toch is er nog veel goeds en werkt de Heere door.’

Wilt u iets zeggen over hoe u het volgehouden hebt in de ambtelijke dienst?
‘Gebed, gebed, gebed. En geloofsovergave, alles in Gods handen leggen, zwak zijn in mijzelf en zo voortdurend de wonderlijke vertroostingen ontvangen van de kracht van het Woord en het getuigenis van de Heilige Geest. Veel strijd dus en veel overwinning.’

In uw toespraken legde u het meeste nadruk op verootmoediging en op de rechtvaardiging van de goddeloze. Waarom op deze twee?
‘Alleen dat geeft bouwen op de rots, zodat er zelfs geen zandkorrel tussen zit. Hierbij krijgt het Soli Deo gloria het volle pond.’

Tot slot: welke van de twee heeft uw voorkeur? Betuwe of Alblasserwaard?
‘Bijna 26 jaar stond ik in Leerdam ongeveer in het midden ervan. Dus laat ik het maar in het midden.’

Bush of Obama?
‘Bush in ethisch opzicht. Verder wacht ik af of Obama het beter zal doen.’

Hervormd of protestants?
‘Hervormd heeft duidelijk mijn voorkeur. Dit vanwege het gereformeerd belijden en vanwege mijn zorg dat protestants in het kader van de Protestantse Kerk een neutrale inhoud krijgt, tenzij alle sola’s van de Reformatie door de Protestantse Kerk uit de kast worden gehaald.’

Petrus of Johannes?
‘Johannes, hoewel ik ook enkele heftige trekken van Petrus bij mezelf herken.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet de Bond, maar de kerk

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's