Kerkrentmeesters (2)
Alles met orde – Vragen over de kerkorde
De meeste kosten die door een gemeente gemaakt worden, zijn gemakkelijk onder te brengen. Ze vormen een uitgavenpost voor de kerkrentmeesters of ze komen voor rekening van de diaconie. Er is echter ook een schemergebied.
De onduidelijkheid betreft kosten die niet rechtstreeks ten bate van de gemeente gemaakt worden, maar waarvan het discutabel is of het zaken van diaconale aard betreft. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bijdrage van de gemeente in de kosten van de leerkracht godsdienst op de openbare basisschool, voor de kosten van de Alphacursus en de Emmaüskring en voor de jaarlijkse bijdrage aan de HGJB. Het college van kerkrentmeesters in een bepaalde gemeente heeft als uitgangspunt gekozen dat deze zaken niet rechtstreeks ten goede aan de eigen gemeente komen en dat de kerkrentmeesters daarvoor dus niet verantwoordelijk zijn. Sterker nog: dit college brengt naar voren dat volgens de Vereniging van Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) alleen zaken ten bate van de eigen gemeente door het college van kerkrentmeesters betaald mogen worden. ‘Wij zouden dus ons boekje te buiten gaan als wij financiën beschikbaar zouden stellen voor genoemde aangelegenheden. Klopt u maar aan bij de diaconie!’
Maar de diaconie denkt daar heel anders over en zegt: dit zijn geen diaconale aangelegenheden, dus u kunt niet van ons verwachten dat wij deze gaan bekostigen met diaconaal geld.
Te min denken
In het nummer van vorige week heb ik de kerkenraad vriendelijk op de vingers getikt, maar deze keer moet ik het oneens zijn met de kerkrentmeesters. Ze denken in dit geval te min over zichzelf. Alsof zij alleen maar verantwoordelijkheid zouden dragen voor binnenkerkelijke aangelegenheden, die rechtstreeks de eigen gemeente ten goede komen.
De kerkorde zegt in artikel XIII-1 dat de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden, voor zover deze van diaconale aard zijn, wordt toevertrouwd aan het college van diakenen, en de verzorging van de (dat wil zeggen: alle!) andere vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente aan het college van kerkrentmeesters.
Daarmee gaat licht in het schemergebied schijnen. Alles wat niet uitdrukkelijk diaconaal is, valt (wat de financiën betreft) onder het college van kerkrentmeester: de kerkdiensten en het pastoraat, de missionaire arbeid, vorming en toerusting, het jeugdwerk en de oecumene. Dit is overigens ook de opvatting van de Vereniging van Kerkrentmeesterlijk Beheer, zo is mij van die zijde verzekerd.
Overleg
Toch blijven er zaken waarbij niet bij voorbaat duidelijk is of deze als diaconaal dan wel als niet-diaconaal moeten worden aangemerkt. Bij dergelijke gevallen wordt er tussen beide colleges overleg gepleegd. Aan de diaconie wordt gevraagd of dit college aanleiding ziet om daarvoor diaconale gelden ter beschikking te stellen. Er is geen sprake van dat de diaconie moet betalen als het college van kerkrentmeesters van oordeel is dat zij dat moeten te doen. Het omgekeerde is wel het geval: als het college van diakenen tot de conclusie is gekomen dat een aanvraag niet bij de diaconie thuishoort, is ze daarmee automatisch een zaak geworden van het college van kerkrentmeesters. Veel problemen kunnen worden opgelost in het jaarlijks overleg bij het opstellen van de begrotingen. ‘Elk jaar plegen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen met de kerkenraad en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente overleg over de (…) begrotingen en het collecterooster van het komende kalenderjaar’ (ord. 11-6-1).
In de begroting van het college van kerkrentmeesters komen niet alleen posten voor als predikantstraktementen en personeelskosten, onderhoud en verwarming van kerkelijke gebouwen en dergelijke. Het is aan te bevelen om daarin ook posten op te nemen voor bijvoorbeeld de catechese, het jeugdwerk, het missionaire werk en het godsdienstonderwijs op de openbare school. Deze maken allemaal wezenlijk onderdeel uit van het leven en werken van de christelijke gemeente. Met het vaststellen van de begroting bepaalt de kerkenraad hoeveel middelen hij voor deze werkvelden beschikbaar wil stellen. In de praktijk wil het nog wel eens voorkomen dat het college van diakenen ruimhartig (soms zelfs: te ruimhartig) van oordeel is dat aan bepaalde onderdelen van het leven en werken van de gemeente ‘toch ook wel diaconale aspecten’ zitten, om vervolgens (een deel van) de uitgaven daarvan voor zijn rekening te nemen. Het blijft altijd zoeken naar een goede balans.
Een college van kerkrentmeesters dient zich daarbij in elk geval terughoudend op te stellen. Het uitgangspunt is dat diaconale gelden ‘van en voor de armen’ zijn. Ze worden besteed voor hen die in moeilijke omstandigheden verkeren, binnen en buiten de gemeente.
Kerkordelijke vragen kunnen worden ingediend bij p.v.d.heuvel@hetnet.nl
Eerdere afleveringen van deze rubriek zijn te vinden op de website kerkrecht.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2009
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2009
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's