De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Deel van groter geheel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Deel van groter geheel

Voortgaande bezinning op de kinderdoop [2]

7 minuten leestijd

Als de doop in het geding komt, komt alles in het geding. Deze uitspraak werpt een belangrijke vraag op in de bezinning over de kinderdoop. Staat het al of niet aanvaarden van de kinderdoop op zichzelf of gaat het uiteindelijk om twee verschillende theologieën?

Op het eerste gezicht lijkt de onenigheid over de kinderdoop een op zichzelf staand thema te zijn. De discussie lijkt zich vooral toe te spitsen op de interpretatie van een aantal teksten in de Bijbel, zoals de zogenoemde huisteksten, en ontbreken van expliciete kinderdoopteksten en de bijbelse gegevens over de verhouding tussen (kinder)doop en besnijdenis. Hoewel je het over veel bijbelse onderwerpen eens kunt zijn, is de kinderdoop nu eenmaal een zaak waarbij je het niet met elkaar eens bent. Als een uitzondering op de regel.
Het sympathieke van deze gedachte is dat je de verschillen niet op de spits hoeft te drijven en elkaar in de hoofdzaken van het geloof als broeders en zusters kunt erkennen en aanvaarden, zoals we dat bijvoorbeeld in politieke en maatschappelijke organisaties doen. Het pas verschenen boek van dr. B. Loonstra, Het badwater en de kinderen, gaat van dit standpunt uit. Dr. Loonstra zoekt, met behoud van de kinderdoop, diegenen vast te houden die anders over de doop denken. Wel pleit hij ervoor om het gesprek over de dieperliggende lijnen niet te ontwijken.

Geen zwerfkei
Tegelijkertijd moeten wij er de ogen niet voor sluiten dat in het belijden en afwijzen van de kinderdoop ook andere, fundamentele theologische thema’s meespelen. De afwijzing van de kinderdoop staat zelden op zichzelf. Bij de wederdopers in de tijd van de Reformatie had het alleenrecht van de geloofsdoop alles te maken met de visie op heiliging en op de kerk (ecclesiologie). Bij J.C. Philpot spelen ongereformeerde (anderen spreken van hypergereformeerde) elementen mee op het terrein van het aanbod van genade en de oproep tot geloof. Bij verschillende evangelicale stromingen in later tijd gaat de afwijzing van de kinderdoop gepaard met een niet gereformeerde kijk op erfzonde en vrije wil.
Een discussie over de kinderdoop verbreedt zich daarom al snel tot een meningsverschil over het verbond, en de verhouding tussen verbond, verkiezing en wedergeboorte. Naar mijn overtuiging is de kinderdoop daarom niet maar een zwerfkei tussen allerlei theologische thema’s, maar een exponent van onze theologische grondstructuur.

Van de Beek
Een duidelijk voorbeeld in onze eigen tijd zijn de dogmatische studies van prof.dr. A. van de Beek. In zijn boek over de eschatologie (de leer van de laatste dingen) bespreekt hij uitvoerig de doop, en ook de kinderdoop. Hoewel hij de kinderdoop onderschrijft, heeft deze bij dr. Van de Beek een heel andere betekenis dan in onze gereformeerde belijdenis. En je begrijpt pas hoe hij op die andere betekenis gekomen is, als je zijn hele boek leest en (opnieuw) stuit op een van zijn theologische grondbeginselen, namelijk de theologie van de crisis, waarin helaas voor het verbond geen enkele plaats is. Van de Beek zou met zichzelf in tegenspraak komen als hij in zijn denken over de kinderdoop wél het verbond had betrokken!
Wie zou willen zeggen: ‘Zeg mij hoe je over de kinderdoop denkt, en ik zeg jou hoe je denkt over de kerk, het verbond, over de rechtvaardiging van de goddeloze enzovoort’, kan het dus ook omdraaien: ‘Zeg mij hoe je over het verbond, de kerk, de rechtvaardiging van de goddeloze denkt, en ik zal jou zeggen hoe jij over de doop denkt.’

Kloof wordt groter
Het nadeel van deze gedachte is dat de kloof in een gesprek alleen maar groter wordt. Je trekt iemands gehéle theologie in twijfel. Je stelt meteen alles ter discussie. Je plakt een ‘geloofsdoper’ meteen het etiket van remonstrant op. Blaas je daarmee de verschillen niet enorm op, ten koste van de overeenkomsten? Het valt me op dat het leggen van dit verband slecht valt bij degenen die menen de kinderdoop te moeten verwerpen. Ze ervaren dit als een oneerlijke en onzorgvuldige behandeling.
Nu denk ik dat wij ons van de verbanden in ons belijden vaak niet (meer) bewust zijn. Het postmodernisme raakt ook de theologie: de tijd van de grote dogmatische concepten is voorbij, het theologiseren is fragmentarisch geworden. Dat betekent dat men op het ene punt soms heel reformatorisch kan denken, terwijl men op het andere punt strikt evangelisch denkt. Dat sluit elkaar tegenwoordig niet meer uit. Men kan daarom inderdaad op het punt van de kinderdoop dwalen, en over andere artikelen zuiver reformatorisch denken. Het zou me niet verbazen als het op deze wijze ook reeds het geval was bij Spurgeon, Bunyan en Russische baptisten. Maar een rode draad, een helder grondbeginsel ontbreekt. Het is veelzeggend dat in evangelische en pinksterkringen weinig alomvattende en samenhangende dogmatische werken worden geschreven. Afgezien van de vraag of zij dit zouden willen, ben ik wel benieuwd of zij hiertoe in staat zouden zijn.

Verbondstheologie
De kinderdoop heeft in onze reformatorische belijdenisgeschriften en in onze liturgische formulieren alles te maken met het grondbeginsel van het verbond. Gereformeerde theologie is verbondstheologie. Daarmee bedoelen we dat God Zijn heil als een radicale genade schenkt aan verloren mensen, zonder enige verdienste van ons. Hij handelt met zondaren in de weg van het verbond, waarbij Hij dus de Eerste is maar ook de Laatste. Het heil gaat van Hem uit, en ook wanneer het dwars door ons heen gaat, is dat het werk van Hem. Zelfs wanneer van ons een geloofsbeslissing vereist wordt om aan het beloofde heil deelachtig te worden, belijden wij daarin Zijn volmaakte werk. Gods werk gaat altijd aan het onze vooraf en het gaat zelfs aan het onze voorbij. Hier raken wij aan het geheimenis van Zijn verkiezende liefde, Zijn verbondstrouw en Zijn wederbarende genade. Het is met name in de kinderdoop dat al deze noties meeklinken. God zegt ons, uit eeuwige en vrije liefde, Zijn onverdiende heil toe. Zijn jawoord wil de grond van ons leven en van ons behoud zijn. De kinderdoop leert ons dat het fundament van ons heil buiten onszelf ligt en dat wij nooit vastheid in onszelf mogen en kunnen zoeken, noch vinden. De kinderdoop onderstreept het genadekarakter van het heil. Zodra je dat loslaat, bijvoorbeeld door aan te nemen dat wij een vrije wil hebben, dan kun je vroeg of laat met de kinderdoop niet meer uit de voeten. Dan wordt de kinderdoop een struikelblok.
Daarom pleit ik ervoor om gesprekken over de kinderdoop in een breder verband te plaatsen. Om na te gaan of je wel op één lijn zit als het gaat om de fundamenten van ons belijden. Dan kún je uiteindelijk met mensen als Bunyan toch uit de voeten, hoe jammer het ook blijft dat hij in zijn Christenreis de doop niet noemt. Maar dan kun je ook radicaal afstand moeten nemen van iemands gehele denken en, zonder hoogmoedig te willen oordelen, zeggen: u spreekt uit een andere geest.

Verbanden leggen
Mag ik hieruit een laatste les trekken? Het zou heel heilzaam kunnen zijn als wij in prediking en catechese en alle andere vormen van onderwijs de verbanden in ons geloof en belijden duidelijker maken. In leerdiensten over de Heidelbergse Catechismus (maar ook over de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels) kan steeds terugverwezen worden naar de grondgedachten van deze geschriften, naar de theologie ervan. Die winst doen we ook als predikanten regelmatig vervolgstof uit de Schrift preken. Dan wordt het verband in brieven als Romeinen en Galaten preek na preek zichtbaarder.
Leent ook de klassieke bijbellezing (hier en daar nog in ere) zich niet bij uitstek voor een samenhangende bestudering van de Schriften? Niet om daarmee de hele openbaring in een verstandelijk systeem te persen. Maar wel om te laten zien dat onze God een God van orde is, en dat Zijn heilsleer niet bestaat uit losse flarden maar uit een eenduidige en samenhangende boodschap, die klinkt als een klok.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Deel van groter geheel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's