De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over een gereformeerde jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over een gereformeerde jeugd

7 minuten leestijd

In de laatste uitgave van het christelijk literair tijdschrift Liter (december) staat een gesprek te lezen van Teunis Bunt met de schrijver Stephan Enter. Erboven is een uitspraak van de schrijver geplaatst: Geen betere jeugd dan een gereformeerde jeugd. De generatie schrijvers die precies het tegenovergestelde beweerden en dat soms schaamteloos keer op keer hebben geëxploiteerd, is passé. Het gesprek gaat vooral over de in 2007 verschenen roman van Enter, Spel geheten. De verhalen spelen in het dorp Brevendal. Dat blijkt een anagram te zijn van Barneveld, het dorp waar Enter zijn jeugd doorbracht. Wie het voorrecht heeft in dit dorp al vele jaren te wonen, herkent al lezend voortdurend wat heet de couleur locale. Boven één van de hoofdstukken staat het woord Poppenkast. Daarin verklaart de hoofdpersoon dat hij niet meer gelooft.

Dat is in een catechisatieles, waarin mijn hoofdpersonage constateert dat hij al tijden niet meer gelooft en dat het nu maar eens over moet zijn met die bezoekjes aan de catechisatie.
Ik moest heel erg lachen om de manier waarop die predikant hem helemaal niet serieus nam.
Dat is een authentieke frustratie van mij. Overigens: het speelt een rol in het boek, maar geen belangrijke rol. Af en toe steekt het de kop op. Maar ik weet dat ik als negen- of tienjarige, net als Norbert in dit boek, een groot probleem had met het verhaal over Job. Alles wordt Job afgenomen, zijn vrouw en kinderen komen op een gruwelijke manier om het leven. Uiteindelijk blijft Job volharden in zijn geloof, God geeft hem alles weer terug, ook een nieuwe vrouw en kinderen en Job wordt weer gelukkig. Ik weet nog dat ik als kind dacht: ja, maar hij blijft toch eeuwig doodongelukkig over die eerste vrouw en kinderen! Die komen echt door een brand om het leven. Ik ging daarmee naar de dominee en ik kreeg daar maar geen antwoord op. Dat heb ik een aantal keren ervaren: dat zo’n dominee daar maar een beetje omheen zeilt en die frustratie heb ik in dit verhaal proberen te leggen. Het past ook typisch bij een leeftijd natuurlijk, waarop je daar zoveel tegen ingaat als Norbert doet.
Norbert doet het bij de catechisatiegroep, want hij wil het echt zeggen als iedereen er ook bij is.
Nee, dat bedenkt hij ter plekke. Het nieuwe seizoen is net begonnen en aan de ene kant vindt hij het fijn om daar een paar uurtjes te zitten in de warmte met allemaal jongens en meisjes die hij eigenlijk wel aardig vindt. Tegelijkertijd beseft hij dat hij schijnheilig bezig is, want hij gelooft er niks meer van. Dat gaat hem zo frustreren dat de bom barst.

In meer van je boeken en op meer momenten in dit boek steekt het geloof even de kop op. Ben je ook opgegroeid in een gereformeerd milieu?
Ja, ik ben bijbelvast opgevoed. En Barneveld is ook nog eens de gesp van de biblebelt. Ik heb daar een dubbele houding in: ik ben nu echt weg van de kerk, maar tegelijkertijd ben ik ontzettend blij dat ik daar ben opgegroeid. Ik heb een heel warme, liefdevolle jeugd gehad en ook mijn middelbare school was een fantastische school. Ik zou echt zeggen: geen betere jeugd dan een gereformeerde jeugd. Maar tegelijkertijd ben ik er helemaal van weggedreven. Ik merk dat sterk wanneer ik weer eens in Barneveld of omliggende dorpen ben. Dan erger ik me meteen weer aan allerlei dingen die ik herken van vroeger. Maar als ik in Utrecht ben en iemand die helemaal niet kerkelijk is, zegt iets neerbuigends over gereformeerden, dan neem ik het op voor hen. Dat is een gespletenheid die zich wel niet meer zal oplossen, vrees ik .

Andere auteurs die gereformeerd opgevoed zijn, hadden de neiging zich daartegen af te zetten. In jouw boek proef ik een zekere mildheid.
Die voel ik ook. Wat ik zeg: ik heb juist ook nog de herinnering aan die warmte, al zal dat misschien per dorp of per gemeente verschillen.

Dat heeft misschien meer met de gemeenschap dan met het geloof te maken?
Waarschijnlijk. Maar wat je ook aanhangt, je kunt het altijd treffen of niet treffen. Ik herinner me bijvoorbeeld dat op mijn middelbare school nooit werd gestolen – dat was ondenkbaar. Dat is dus een reden dat ik mild ben en ik heb dat vooral geprobeerd in het hoofdstuk ‘Job’ te laten zien. Vooral in de manier waarop Norbert met zijn vader en moeder naar de kerk loopt. Die liefdevolheid van de kerkgang op zondag. Dat hij langs zo’n naar hars geurend bosje komt en een beetje achterblijft om een tor die midden op de weg loopt even in het gras te zetten: daar zit voor mij de weemoed naar die onbezorgde jeugd in.

Dit wat lange citaat geeft de verkwikkende mildheid aan van de toon waarop Enter zijn verhaal schrijft. Wie al lang afgeknapt is op het sarcasme van iemand als Maarten ’t Hart, kan zich zonder problemen zetten aan het lezen van Enters roman. Dat brengt Barneveld ook nog eens op een evenwichtiger manier in het nieuws dan al dat gedoe over de zogeheten megakerken.

Het decembernummer van Kontekstueel, tijdschrift voor gereformeerd belijden nu, besteedt veel aandacht voor de herdenking van de vijfhonderdste geboortedag van Calvijn in 2009. Onderdeel van dit themanummer (Calvijn. Verguisd en verheerlijkt) zijn vier brieven aan Johannes Calvijn. Drs. A.J. Zoutendijk schrijft hem een brief als dominee. Ik haal er twee fragmenten uit. Eerst over de zwarte banden waarin Sizoo’s vertaling van de Institutie standaard in veel gereformeerde huisgezinnen werd gevonden:

Amicus Calvinus,
Ze vroegen me u een brief te schrijven als aan een oom. Dat doe ik niet. U als oom, dat doet denken aan iemand in Amerika van wie je hoopt te erven en dat valt dan tegen. Liever zie ik u als vriend met wie je iets deelt. Amice dus, zoals we elkaar noemden op ons dispuut. U en ik horen bij een dispuut dat nog lang niet is opgeheven.

Het is bij mij niet met vriendschap begonnen. Aanvankelijk zat u opgesloten in drie zwarte banden, die bij ons thuis in het gelid stonden en waarvan me verteld werd dat je die gelezen moest hebben. U had zogezegd gezag zonder nog iets gezegd te hebben. Zoals een standbeeld ontzag inboezemt. Toen ik de boeken opendeed, trof ik een marmeren vertaling aan en ik kreeg er prompt een marmeren gevoel bij. Toen ik u uit had, dacht ik: ziezo.

Nee natuurlijk. Ik had u niet uit, ik moest er in komen. Dat ging via woorden. Een woord dat me trof was ‘beestachtig’. Wij mensen hebben de neiging ons met een beestachtige liefde te hechten aan dit hier beneden. Het zijn uw woorden; ik vond ze ruig. De zwarte banden konden ook blaffen en je naar de strot vliegen. Zo werden we vrienden.

Niet alleen zwarte banden doen denken aan de man uit Genève, maar in veel studeerkamers zijn ook reeksen bruine banden te vinden, Calvijns commentaren. Daarover schrijft ds. Zoutendijk:

Momenteel tref ik u geregeld via de bruine banden, uw vers-voor-vers notities bij de Bijbel. Een systeem hoef ik daar niet uit te halen, wel een houding. Eerbied gepaard met zelf nadenken. Wat ik opdiep zijn vooral zinnetjes. Die komen van pas als je het geloof wilt behouden. Bij Handelingen 17:31 (Paulus spreekt over de oordeelsdag) vind ik er de volgende notitie: ‘alleen zij zijn goede predikers van het evangelie die als gerechtsdeurwaarders de schuldigen voor het gerecht dagen en die de naderende straf aankondigen, alsof het in hun macht lag die op te leggen’. Vooral die woorden: alsof het in hun eigen macht lag. Zij worden dus medeplichtig gemaakt, er wordt iets in mensenhanden gelegd. De huiver, de ernst, de gloed. Ik blijf naar u grijpen.

Gereformeerd-zijn heeft alles met inhoud te maken voortkomend uit de bron van het levende water dat in de Schriften omhoog komt. Als het herdenken van de vijfhonderdste geboortedag van Calvijn gereformeerden opnieuw tot het doordenken daarvan zou brengen ook en juist voor onze tijd, zal alle drukte niet tevergeefs zijn. Anders zal het niet veel meer zijn dan wat Jezus vlijmscherp de Schriftgeleerden en de farizeeën van Zijn dagen verwijt: de grafmonumenten van de profeten opknappen en de graven van de rechtvaardigen versieren, terwijl we niets hebben van wat hen bezielde en bezighield.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Over een gereformeerde jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's