Gezegd
Broeders, de tranen van Christus stemmen mij tot schaamte en verdriet. Ik was buiten op straat aan het spelen (Zach. 8:5), terwijl in het privé-vertrek van de koning het doodvonnis over mij werd uitgesproken. Dit kwam zijn enige zoon ter ore. Deze ging naar buiten, zette zijn diadeem af en hulde zich in een boetekleed. Hij strooide as op zijn hoofd, ging blootsvoets en weende en klaagde, omdat zijn arme knechtje ter dood veroordeeld was. Ik zie hem plotseling naar voren komen, schrik hevig vanwege deze ongewone verschijning en vraag naar de reden en verneem deze. Wat moet ik doen? (Uit Bernardus’ derde Kerstpreek (vert. Theo Bell)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 2009
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 2009
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's