De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Calvijn, de herdershond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Calvijn, de herdershond

7 minuten leestijd

Het kan niemand in ons land ontgaan: vijfhonderd jaar geleden werd Johannes Calvijn geboren. Merkwaardig, die aandacht in een zo geseculariseerd land als het onze, zou je kunnen zeggen. Of het moet zijn dat het helemaal past in een tijd waarin druk gepraat en geschreven wordt over de Nederlandse identiteit. Zijn wij eigenlijk wel een van oorsprong calvinistisch land en hoe calvinistisch zijn we nog steeds? Het heeft ook iets hyperigs: iedereen doet iedereen na. Het opinieblad voor geloof en samenleving VolZin (9 januari) wijdde er zijn omslag aan met een fraaie reproductie van een schilderij van Johannes de Haan uit 1797 en daarbij de tekst: Johannes Calvijn (500): Gods eigen herdershond.

Cees Veltman had een gesprek met Mirjam van Veen, docente kerkgeschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij promoveerde op een studie over Calvijn en Coornhert. Tijdens de nationale Calvijnweek (12-18 januari) van de VU werd haar nieuwe boek gepresenteerd: Een nieuwe tijd, een nieuwe kerk. De opkomst van de calvinistische’ beweging in de Lage Landen. Boven het gesprek staat een veelzeggende uitspraak van Van Veen: ‘Calvijn is niet de stichter van het calvinisme’. Ze is duidelijk: Calvijns invloed in de Lage Landen wordt overdreven. Het gesprek begint met een heftig citaat van Karl Barth:

‘'Calvijn is een waterval, een oerwoud, iets bovennatuurlijks, ergens direct onder de Himalaya vandaan, absoluut Chinees, fantastisch, mythologisch. Ik zou graag gaan zitten en nu de rest van mijn leven alleen met Calvijn doorbrengen’ , schreef de beroemde Zwitserse theoloog Karl Barth over de reformator. Hij was vooral enthousiast over Calvijn omdat hij Luthers bedoeling om het geloof te hervormen samenbracht met Zwingli’s bedoeling om het leven te hervormen. Calvijns grootste werk Institutie – op Luther geïnspireerd – bezorgt hem internationale faam. Daarin valt hij de kerk aan en zegt hij geen nieuwe kerk te willen stichten, maar terug te willen gaan naar de apostelen. Een beweging die bijbels wil zijn, kan zich volgens hem niet noemen naar een mens. De term calvinisme is geen uitvinding van Calvijn zelf. Calvijn ziet zichzelf als een herdershond van God, een hond die gaat blaffen als zijn baas wordt aangevallen.’

Calvijn is niet de vader van het calvinisme, aldus Van Veen. Het calvinisme heeft zelfs nooit bestaan, vindt ze. Je kunt beter spreken over gereformeerd protestantisme met diverse leidsmannen: Zwingli, Bullinger, Melanchthon en Luther.

‘Calvijns invloed in de Lage Landen is beperkter dan meestal wordt aangenomen. Hoe hij ook had aangedrongen op een wekelijkse avondmaalsviering – volgens hem het hart van het geloof – toch beperkten de Nederlanders die viering tot enkele keren per jaar. Ook in Genève is het idee van de wekelijkse frequentie trouwens al mislukt. Het blijkt een te grote breuk te zijn met de katholieke traditie – eenmaal per jaar met Pasen. Dat is een brug te ver voor de mensen. De decembermaand is nog steeds een duidelijk voorbeeld dat de calvinisering van Nederland mislukt is. Calvijn moet niets hebben van Sinterklaas, Sint Maarten of het Kerstfeest, want je kunt de geboorte van Jezus elke zondag vieren. Daar hoef je geen vrije dag voor te hebben. Ook binnen de gereformeerde kerk blijven mensen sympathie houden voor de oude katholieke rituelen. Zo blijven de Drenten knielen in de kerk en wijwater gebruiken. Het klokkenluiden bij begrafenissen blijft ook, ondanks het protest van predikanten.’

Als er vandaag over calvinistisch wordt gesproken of geschreven, heeft dat meestal de gevoelswaarde van: onverdraagzaam, steil en streng. Veltman vraagt: ‘Calvijn heeft de naam weinig tolerant te zijn geweest en hij is immuun voor kritiek.’
Hij heeft inderdaad geen begrip voor andersdenkenden, verbreekt vriendschapsbanden en maakt vrienden bittere verwijten, noemt hen honden en zwijnen. Voor toenadering tussen katholieken en protestanten heeft hij geen goed woord over. Hij steunt wel pogingen om tot een vergelijk te komen met de lutheranen. Voor Luther heeft hij grote waardering.’

Hij ziet zichzelf als een profeet in de lijn van bijbelse profeten met hetzelfde gezag bekleed.
Alle kerkhervormers hebben het gevoel door God geroepen te zijn. Ondanks enorme tegenstand gaan ze daarom door. Calvijn heeft het wel heel sterk hoor. ‘Ik spreek door de mond van de Heer’, zegt hij. Calvijn is standvastig, allesbehalve een windvaan. Hij heeft de moed om tegendraads te zijn. Het is ook een immuniseringstrategie. Bij kritiek kan hij altijd zeggen: kritiek kregen de profeten in het oude Israël ook. Kritiek is voor hem een bewijs dat hij gelijk heeft.’

Wie het over de gestrengheid van Calvijn heeft contra zijn tegenstanders, komt al spoedig op de naam van Servet. Een vraag tijdens het gesprek met Mirjam van Veen luidt dan ook: ‘Het negatieve beeld van Calvijn wordt ook bepaald door de zaak-Servet. Hij heeft deze arts en theoloog, die de drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest een dwaling noemt, bij het stadsbestuur aangegeven en is het ermee eens dat Servet op de brandstapel eindigt.’
‘De weergave van zijn rol in de zaak Servet verschilt nogal. Hij is ofwel een verschrikkelijke tiran die met zeldzame hardvochtigheid iemand op de brandstapel heeft gebracht, ofwel hij heeft er eigenlijk niks mee te maken, want de gemeenteraad van Genève besloot tot de terdoodveroordeling. In zijn tijd is de brandstapel een normale straf voor ketters zoals Servet, hoewel sommigen juist voor tolerantie pleiten. Ook de inquisitie heeft hem veroordeeld tot de brandstapel. Er is een algemeen gevoel dat Servet gedood moet worden. Calvijn pleit er nog voor hem door het zwaard te laten ombrengen omdat dat een minder pijnlijke dood is. Ook bezoekt hij hem in de gevangenis, maar dat zijn hevige twistgesprekken waarbij Calvijn hem probeert te bekeren. Servet is natuurlijk doodsbang en Calvijn heeft daar geen enkel begrip voor. Dat maakt hem niet sympathiek.’

Voor wie belangstelling heeft: vorig jaar verscheen een roman van de Spaanse auteur Antonio Orejudo, in vertaling Dopersvuur geheten, over Miguel Servet (1511-1553). Zeer de moeite waard voor liefhebbers van historische romans.

Ten slotte, wie vandaag over Calvijn schrijft, kan niet heen om zijn visie op de predestinatie. Het idee van voorbestemming (predestinatie) van ieders leven is het opvallendste punt van Calvijn?
Bij Calvijn is het nog een soort bijlage bij zijn theologie. Bij zijn volgelingen wordt het de hoeksteen van het geloof. Hij verzet zich met die predestinatieleer tegen de leer van het noodlot. In zijn tijd is het geloof in het noodlot groot en Calvijn stelt daar tegenover dat de mens geregeerd wordt door de goede God. Wat er ook gebeurt: een mens is veilig in Gods hand en God bepaalt zijn levensloop. Calvijn is benauwd dat de leer van het noodlot de mens onmachtig maakt. De dramatiek van de predestinatieleer is dat Calvijn op zijn beurt dat verwijt oproept. Wie leert dat God de hele levensloop bepaalt, zelfs na zijn dood, maakt de mens onmachtig. Calvijns theologie heeft spannende kanten die hem nog steeds wel de moeite waard maken, zoals de nadruk op de afstand tussen God en mens waardoor je God niet in je zak hebt, al wijkt hij daar zelf vanaf met zijn predestinatieleer. Hij maant tot voorzichtigheid bij het vangen van God in woorden en beelden. Dat maakt ruimte voor het mysterie. Hij heeft het idee dat een kerk steeds bezig is een kerk te worden, steeds op weg.
Dat geeft het kerkbegrip van Calvijn een grote dynamiek. Hij heeft geen moeite om anglicanen of lutheranen als ware kerk te erkennen, maar weet akelig zeker dat de Rooms-Katholieke Kerk niet aan zijn normen voldoet. Die kerk zag hij als een besmettelijke ziekte. Je kunt hem typeren als een koppig profeet en een werelds geleerde die voluit profiteert van wat het humanisme had gebracht. En hij is werelds, bepaald geen benepen man. Hij heeft over heel Europa veel contacten. Ook in de Nederlanden is de gereformeerde kerk dan heel internationaal georiënteerd. Calvijn laat zijn preken in Genève dikwijls volgen door een gebed voor andere gelovigen in de hele wereld. Hij legt de nadruk op het belang van de wereldgemeenschap. Dat zie ik in de Nederlandse kerken te weinig terug. In die zin zou een nieuwe Calvijn nodig zijn, maar ik weet niet of we nu in Nederland zo’n behoefte hebben aan leiders.’

Een fraai gesprek over een man van grote invloed die toch heel gering over zichzelf dacht. Hij zou geen raad hebben geweten met alle huidige media-aandacht. Een herdershond kiest immers onvoorwaardelijk voor zijn baas en is slechts dienstbaar aan diens welzijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Calvijn, de herdershond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's