Eerder uit dan in beeld
Kerk en student [1]
Op zondag komen meer studenten hun bed uit voor de reguliere dienst van de Martinikerk dan voor de studentendienst die twee uur later volgt, schreven twee Groningse studenten eind vorig jaar in het Reformatorisch Dagblad. Wat is er tussen kerk en student?
In november vorig jaar stond het studentenpastoraat op de agenda van de synode. Helaas werd deze bespreking om procedurele redenen gestaakt. Jammer, maar het biedt wel de mogelijkheid om als Protestantse Kerk in Nederland goed na te denken over de rol en positie van de kerk in de studentenwereld.
Als oud-student, mentor bij een studentenvereniging en lid van een stadsgemeente (Rotterdam-Delfshaven) met veel studenten en oud-studenten voel ik me nauw bij het onderwerp betrokken en wil ik een bijdrage leveren aan de discussie over de rol en positie van de kerk in de studentenwereld. Als basis dient behalve persoonlijke ervaringen een evaluatierapport van het studentenpastoraat, waarin geconstateerd werd dat de huidige vorm en inhoud onvoldoende bereik hebben en onvoldoende recht doen aan de breedte van de kerk.
Ergens ‘lopen’
Om wie gaat het eigenlijk? Nederland kent volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bijna 600.000 studenten in het HBO en WO. Volgens schattingen is ongeveer zes procent van hen overtuigd christen.
Student mogen zijn is in deze tijd niet alleen een gave, maar ook een opgave. Een hbo-docent vertelde me eens dat meer dan de helft van zijn studenten wel ergens ‘liep’: bij een maatschappelijk werker, psycholoog, psychiater, schuldhulpverlener en wat dies meer zij. Voor alle studenten geldt dat de studententijd een periode is van oriënteren, (onder)zoeken en ontdekken. Jonge mensen zijn op zoek naar zichzelf, naar zelfstandigheid, naar de zin van het leven.
De vraag is wat we hen als kerk te bieden hebben, allereerst aan de kerkelijk betrokken studenten en daarnaast zeker ook aan de rand- of niet-kerkelijke studenten. De pastorale aspecten lopen hier bijna naadloos over in de missionaire.
Pastores
Wat doet de kerk? De Protestantse Kerk in Nederland heeft twee speerpunten in haar beleid: Missionair kerk-zijn en jongeren. Op deze punten wordt hard aan de weg getimmerd. Zo is er een nieuw programma Missionair werk en kerkgroei, waarbij onder andere ingezet wordt op het stichten van nieuwe kerken in VINEX-locaties en oude stadswijken.
Ook voor jongeren gebeurt er veel. Nog onlangs werd de samenwerking tussen HGJB (Hervormd Gereformeerde Jeugdbond) en JOP (de jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland) versterkt en onder de noemer Jeugdwerk van de Protestantse Kerk gebracht. Specifiek voor studenten vaart de Protestantse Kerk op dit moment de koers van het studentenpastoraat. In diverse steden zijn studentpastores actief die door de kerk zijn aangesteld en grotendeels door de landelijke kerk worden betaald via de solidariteitskas. Vanaf 2000 worden vanuit financiële overwegingen echter geen nieuwe pastores meer aangesteld; er is dus een vacaturestop. Bezuinigingen gaan de kerk niet voorbij en deze maatregel is genomen omdat meer beleidsmatige pogingen om tot een efficiëntere organisatie te komen gestrand waren. Hierdoor kan het voorkomen dat in sommige steden het studentenpastoraat wegvalt door vertrek van de pastor, terwijl het in andere steden op volle sterkte blijft. Al met al een ongewenste situatie.
Weinig aansluiting
Een meer inhoudelijk punt dat eigenlijk al sinds jaar en dag duidelijk is, is dat met name studenten uit orthodoxe en evangelische hoek weinig aansluiting vinden bij het studentenpastoraat.
Bovenstaande punten en vragen over taakopvatting en activiteiten van studentenpastores zijn aanleiding geweest voor een evaluatie van het Studentenpastoraat vanuit de Protestantse Kerk. Deze evaluatie is in 2007 uitgevoerd door KASKI, een bureau voor onderzoek en advies over religie en samenleving. In hun rapport worden naast positieve opmerkingen ook een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij de huidige vorm van het studentenpastoraat (zie kader). Het Studentenpastoraat is actief in negentien steden, is er voor alle studenten en richt zich vooral op zingeving en sociale integratie.
Internationaal studentenpastoraat is er in tien steden. Een twintigtal pastores is verbonden aan de Protestantse Kerk in Nederland. Het KASKI-rapport noemt alleen absolute aantallen van deelnemers bij de verschillende activiteiten en komt dan op ongeveer 5600 deelnemers. Dit getal is, zoals het rapport zelf ook opmerkt, een overschatting. Het kan zijn dat iemand die bijvoorbeeld naar drie lezingen en een cursus gaat voor vier deelnemers wordt geteld. Uit het KASKI-rapport blijkt verder dat slechts 27 procent van alle deelnemers aan vieringen student is, omgerekend zijn dat ongeveer driehonderd studenten. Bij gespreksgroepen en cursussen ligt dat percentage aanzienlijk hoger, ongeveer 75 procent.
Twee werelden
Studentenpastoraat heeft nu formeel en financieel een link met de plaatselijke gemeente, maar in de praktijk zijn het twee werelden. Opvallend is dat het KASKI-rapport constateert dat er bij de studentenpastores weinig inspanning verricht wordt om studenten kerkelijk te socialiseren. Wat mij betreft is dat een gemiste kans. Studentenwerk zou ingebed moeten zijn in de plaatselijke gemeente of op z’n minst moeten leiden naar de gemeente.
Studentenverenigingen
Behalve het studentenpastoraat zijn ook interkerkelijke organisaties actief in studentensteden. Het betreft dan studentenverenigingen waarbij het niet primair gaat om gezelligheid en onderlinge contacten, maar om geloofsopbouw en missionaire presentie in de studentenwereld. De belangrijkste organisaties zijn IFES-Nederland enNavigators Studenten Verenigingen (NSV). Deze verenigingen trekken vooral studenten uit orthodoxe en evangelische hoek. Door hun missionaire profiel weten ze ook steeds meer studenten zonder kerkelijke achtergrond te interesseren, bijvoorbeeld door het aanbieden van de Alpha-cursus specifiek voor studenten. Met het studentenpastoraat is, een enkele uitzondering daargelaten, nauwelijks tot geen samenwerking. Theologische verschillen en uitvoeringsaspecten werden in het radioprogramma Kerk in Beweging als grootste knelpunten genoemd.
IFES
IFES-Nederland is een beweging van zo’n 3800 (internationale) studenten die het evangelie centraal stelt in de studentenwereld. IFES-Nederland wordt gevormd door plaatselijke studentenverenigingen zoals CSFR, Ichthus, VGS en Alpha. Via veertig van deze verenigingen worden ongeveer drieduizend studenten bereikt. Daarnaast participeren in achttien werkgroepen van IFES-BIS zo’n achthonderd internationale studenten. Dit is een groeiende tak, waarmee IFES feitelijk ook aan zending wereldwijd doet. De meeste studenten gaan uiteindelijk terug naar hun moederland. IFES heeft samenwerkingsprojecten met onder andere GZB, Alpha Cursus Nederland, Evangelisch werkverband, OMF en diverse kerken. Er zijn in totaal twaalf parttime stafwerkers in dienst en vele vrijwillige (staf )werkers. Onlangs is in samenwerking met stichting Evangelie & Moslims een studentwerker voor moslimstudenten aangesteld.
Directeur Bert den Hertog formuleerde in oktober 2008 in het Friesch Dagblad twee grote uitdagingen.
Allereerst benoemde hij het missionaire aspect. Vele studenten kennen het evangelie niet en hebben nog nooit een bladzijde in de Bijbel gelezen. Daarnaast zijn veel christenstudenten nog lang niet uitgekristalliseerd en hebben zij behoefte aan vorming op het gebied van gebed, bijbellezen en getuigen. Binnen IFES-Nederland worden deze uitdagingen kernachtig weergeven met de woorden Mission & Maturity (groei naar geestelijke volwassenheid).
Navigators
NSV bereikt via vijftien verenigingen zo’n drieduizend studenten. De Navigators vormen een interkerkelijke beweging, die wil meehelpen om op een eigentijdse manier Christus zichtbaar te maken aan mensen binnen het eigene van hun leefwereld, zodat zij kunnen kiezen om met Hem te gaan leven. Het motto van NSV is Christus kennen en bekendmaken.
Daarnaast is Agapè onlangs begonnen met studentenwerk in Rotterdam. Agapè is een beweging van actieve christenen uit verschillende kerken. Met elkaar zetten zij zich in om overal ‘geestelijke bewegingen’ op gang te brengen.
Afnemende interesse
Uitgaande van de bovengenoemde schattingen bereiken studentenpastoraat en de diverse organisaties zo’n tienduizend studenten: nog geen twee procent van de totale studentenpopulatie. Nu zal een flink deel van de studenten nog thuis wonen en daar wellicht in kerk of gemeente actief zijn en blijven, maar toch ... Om met het Friesch Dagblad te spreken: dit is slecht nieuws voor de kerk. Te meer als drs. Harmen van Wijnen (directeur HGJB en Jeugdwerk van de Protestantse Kerk) in Kontekstueel van november 2008 bij kerkelijke jongeren afnemende interesse in het gereformeerde belijden signaleert. Zelfs zodanig dat een toekomstige generatie van vertolkers van het evangelie ons tussen de vingers door dreigt te glippen, schrijft hij.
Los van door bezuiniging gedreven veranderingen in organisatie en formatie van het huidige studentenpastoraat vragen de eerder genoemde cijfers en de inhoudelijke punten uit het KASKI-rapport om een duidelijke positiebepaling als kerk in de studentenwereld.
Moslims
In zijn boek Shining like stars verhaalt Lindsay Brown, tot 2007 algemeen secretaris van IFES-World, over moslimlanden die actief investeren in de (westerse) academische wereld, om op die manier een nieuwe generatie leidende moslimdenkers op te leiden. Ze investeren niet alleen in islamleerstoelen, maar ook in reguliere voorzieningen. Bovendien stellen ze veel studenten in de gelegenheid om in het buitenland te studeren. De vraag van Lindsay Brown is: hoe en wat investeren wij? Hoe proberen wij studenten te winnen voor het evangelie?
Wellicht klinkt het nogal activistisch, maar ik vond het tekenend om in het boekje Student en gemeente te lezen dat tijdens een symposium over de rol van de kerk in de stad ongeveer alle groepen uit de stad aan bod kwamen: allochtonen, jongeren, yuppen, zwervers. Eén groep, in veel steden toch in ruime mate aanwezig, bleef buiten beeld: de studenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's