De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Met z’n allen rooms

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met z’n allen rooms

4 minuten leestijd

Beste collega Geluk,

Het is inderdaad een opmerkelijke uitspraak die u deed: ‘We hebben geen echte Nederlandse kerk meer.’ En niet alleen opmerkelijk, maar ook voor geen misverstand vatbaar.

Uw stelling heeft veelszins mijn instemming. De Protestantse Kerk is niet de exclusieve kerk van Nederland, wat de Nederlandse Hervormde Kerk – getuige het ‘e’-tje – van origine wél was. In haar kerkorde stelt onze Protestantse Kerk zich bescheiden op en voor: ‘De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke kerk.’ En in ordinantie 14 wordt – vanuit het oogpunt van exclusiviteit – nogal naïef gesproken over het verenigen ‘met een andere kerk in Nederland’.
In de visienota van de synode Leren leven van de verwondering van eind 2005 wordt een zo mogelijk nog bescheidener toon aangeslagen: ‘Wij geloven stellig dat God tot mensen spreken wil en daarvoor ook de Protestantse Kerk gebruikt.’
Bovendien is de Protestantse Kerk zo pluriform, dat ze daardoor een exclusief en uitgesproken profiel mist. In bovengenoemde nota wordt deze verscheidenheid als een groot goed afgeschilderd. Maar is dat niet juist haar zwakheid?

Ook uw analyse van hoe het zover heeft kunnen komen, deel ik. Niet het minst door mijn eigen ervaringen. Wanneer ik namelijk terugdenk aan de synodevergadering waarin tot fusie werd besloten en waarvan ik lid was, voel ik opnieuw de verlegenheid en de boosheid van toen. Nóg hoor ik de toenmalige scriba van de hervormde synode zeggen, toen de uitslag van de stemming bekend werd: ‘God dank.’ Nóg weet ik hoe navrant en onjuist mij deze woorden in de oren klonken.

Toch zou ik enkele relativerende opmerkingen kunnen maken. Bijvoorbeeld dat het gedane zaken zijn en dat God ons vraagt verder te gaan. ‘Zeg de kinderen Israëls dat zij voorttrekken.’ En dat het goed is een bescheiden toon aan te slaan tegenover christenen uit andere kerken in ons land. Je wilt immers vriendelijk zijn tegenover hen en een open relatie met hen hebben. Voorts, past een bescheiden toon niet bij onze tijd en getuigt hij niet van realisme? Er zíjn nu eenmaal andere kerken in ons vaderland, of we dat nu terecht vinden of niet.
Er valt nog een andere nuancering aan te brengen. Moeten we niet zeggen dat ook de hervormde kerkorde van 1951 geen exclusieve toon meer heeft gekend?
In het allereerste artikel lezen we immers: ‘De Nederlandse Hervormde Kerk, overeenkomstig haar belijdenis openbaring van de ene heilige katholieke of algemene christelijke kerk, bestaat uit al de Hervormde gemeenten etcetera.’ En in haar ordinanties spreekt zij eveneens over het aangaan van relaties met ‘een andere Kerk in Nederland’. Trouwens, heeft het exclusieve karakter van de Hervormde Kerk als dé kerk van Nederland niet altijd onder druk gestaan? Bijna van meet af werd ze geflankeerd door schuilkerken, waarin roomsen, doopsgezinden en remonstranten konden onderduiken en voortbestaan. En wat te denken van het jaartal 1834, om maar te zwijgen van 1886? Vanwege een tolerante overheid is niet gezocht naar oplossingen zoals met een inquisitie ten tijde van Alva of naar maatregelen zoals Augustinus die liet nemen tegen de donatisten.

Dit alles neemt echter niet weg dat we anno 2009 met het door u gesignaleerde probleem zitten. Er is geen sprake (meer) van dé kerk van Nederland. Er zijn oplossingen. Bijvoorbeeld dat we met z’n allen rooms worden. Dan zijn we in één keer de meeste problemen te boven, doordat we bij elkaar kruipen onder de vleugels van de moederkerk.
Of we zeggen: het gaat toch om de kerk met een grote K? Kerkmuren doen er niet toe. Twee oplossingen waarvoor wij beiden niet zullen kiezen. Want we zijn te zeer onder de indruk van Calvijns hartstochtelijke uitspraak dat, als wij niet onder Christus, ons Hoofd, verenigd zijn met alle andere leden, wij geen hoop kunnen koesteren op de toekomstige erfenis. Er kunnen geen twee of drie kerken zijn zonder dat Christus verscheurd wordt.

Moet deze wetenschap ons er niet toe nopen om, ondanks alles wat er tegen de Protestantse Kerk is in te brengen vanuit welk gezichtspunt ook, haar toch te zien als (de) openbaring van de kerk van onze Lage Landen bij de zee? Met andere woorden: is de Protestantse Kerk toch niet een echte Nederlandse kerk? Dé echte?

Met broederlijke  groet,

H.J. Lam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Met z’n allen rooms

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's