Stel de roeping centraal
Aprilsynode besluit over predikantschap
Tussen twee vergaderingen van de synode is het stil. Maar juist in die tijd worden bij de formulering van de voorstellen voor beleid belangrijke beslissingen genomen. Zoals die over de toekomst van het predikantschap. Ons appèl? Spreek over roeping, niet over loopbaanontwikkeling.
Dat er in een krimpende kerk wat gedaan moet worden om het werk van de predikant betaalbaar te houden voor kleiner wordende gemeenten – daarover verschillen de meningen niet. Na enkele jaren van intensieve besprekingen, waarbij het geheel van de kerk en de verschillende regio’s in Nederland, in het oog gehouden zijn, liggen er drie rapporten, die elk de discussie wat verder gebracht hebben. Pastor in beweging, Werk in de wijngaard en De wissel voorbij: het spoor en de bielzen hebben het academische profiel van de predikant onderstreept, de noodzaak van het werken in teamverband vastgesteld en de positie van de kerkelijk werkers benoemd. Eigenlijk is de vraag: ‘Hoe kun je met minder professionele mensen toch zoveel mogelijk werk blijven doen?’
Nu de synode in november de koers heeft uitgezet, zullen in april concrete beleidsvoorstellen op tafel liggen. Het is voor de toekomst van de kerk van groot belang hoe die ingevuld worden.
Collegiale teams
Het laatstgenoemde rapport is geschreven door een commissie onder leiding van oud-minister Veerman. Een verandering op basis van dit rapport is het appèl op predikanten om te gaan samenwerken. Al te veel zijn zij solistisch bezig geweest. Waar de predikant met behoud van zijn eigen arbeidsveld, met de erkenning van het eigene van zijn roeping als dienaar van het Woord, met anderen in overleg treedt, groeit het besef dat we samen voor de gemeente van Christus verantwoordelijk zijn, wordt het welzijn van de gemeente niet te zeer afhankelijk gemaakt van zijn gaven en komt hij uit zijn geïsoleerde positie.
Het mooie van een collegiaal team is dat de predikant in een natuurlijke setting vorm kan geven aan zijn roeping in onze kerk. Hij is immers in dienst van de kérk, niet van de gemeente. Dat is een voorrecht, dat leidt tot bezinning op wat de kerk ten principale ís en tot het opnemen van een taak moet leiden.
Kan een collegiaal team echter ook inhoudelijk overal samenwerken? Hoe stellen orthodoxe predikanten zich in de steden op, als er samenwerking gevraagd wordt met voorgangers die de Heilige Schrift zo heel anders lezen en daaruit andere conclusies trekken voor het leven van de gemeente? Als op deze vragen geen bevredigend antwoord komt, kan de vorming van collegiale teams belemmerd worden.
Samenwerking van gemeenten
Dezelfde positieve waardering hebben we als het rapport van de commissie-Veerman de kerk wil leren je ook verantwoordelijk te weten voor gemeenten in de regio. De synode zou er voor de acceptatie van de voorstellen goed aan doen te concretiseren hoe het voornemen ingevuld gaat worden ‘dat gemeenten alleen financiële steun ontvangen als ze met andere gemeenten samenwerkt’. Op welke wijze kan er sprake zijn van dwang van bovenaf ? De vrijheid van de kerkenraden is in de reformatorische traditie een niet op te geven uitgangspunt. Daarom moet het zelfstandig en volwaardig functioneren van deze ambtelijke vergadering – het grondvlak – gestimuleerd worden. Samenwerking tussen gemeenten mag nooit de vrijheid van de Woordbediening in gevaar brengen.
Elke (wijk)gemeente heeft haar eigen geschiedenis en staat in een eigen context. De voorbeelden dat een te nauwe relatie met een andere gemeente twee verliezers opleverde, zijn gemakkelijk voor het voetlicht te brengen. Bereidheid ter plaatse om met anderen samen te werken, moet daarom gepaard gaan met alertheid in de kerkenraden om de identiteit van de gemeente te bewaren. En die identiteit stel je alleen veilig door eruit te leven, haar voorwerp van voortdurende bezinning te laten zijn door het wezen van de gemeente in prediking en toerusting aan de orde te stellen.
Loopbaanontwikkeling?
Bij de waardering voor het rapport van de commissie-Veerman is er één groot punt dat vervreemdend werkt, namelijk het spreken over de loopbaanontwikkeling van de predikant. Dat begrip pást gewoon niet bij het eigene van het predikantschap en daarom is de vergelijking met de huisarts als generalist in de medische wereld geen gelukkige vergelijking. Als God een van Zijn dienaren naar elders roept – Jona naar Ninevé, Filippus naar de route Jeruzalem-Gaza – is de vraag niet aan de orde of zijn carrière hiermee een goede impuls ontvangt.
Het theologische vertrekpunt zal de commissie-Veerman bij de uitwerking van haar voorstellen moeten nemen in God die roept, in Christus die de apostelen uitzendt en in de gemeente die rondom Woord en sacrament vergaderd is. Als dat principe losgelaten wordt, verliezen we het kenmerkende van de kerk, dat haar onderscheidt van elke andere maatschappelijke organisatie.
Bruid van Christus
Vanuit dit gezichtspunt krijgt de band tussen de dienaar van het Woord en de gemeente een nadere invulling, waarin ‘de plichten van de opzieners’ vanuit onder andere 1 Timotheüs 3 bepalend zijn. Het gaat om de gemeente, de bruid van Christus, waarbij het de passie van allen die haar dienen mag zijn haar als een reine maagd aan Hem voor te stellen. Paulus werkt daartoe met een ijver van God, zegt hij in 2 Korinthe 11.
Heeft de apostel het daarbij over de ontwikkeling van zijn loopbaan? In hetzelfde hoofdstuk geeft hij enig inzicht in zijn cv: drie keer gegeseld, gestenigd, drie keer schipbreuk, in gevaren van moordenaars, van de stad en van de zee, in honger en dorst … Eerder in 2 Korinthe (hoofdstuk 4) schreef Paulus al ‘altijd de dood van de Heere Jezus in het lichaam mee te dragen’. Hoe kijkt onze synode naar deze tekst als ze de loopbaan van predikanten wil stimuleren?
Wanneer het geestelijke karakter van het werk van de predikant niet het volle pond behoudt, vervallen we in formele afspraken die dit karakter kunnen aantasten. Als herder en leraar is de dominee helemaal op de gemeente betrokken, wat zich niet verdraagt met een ver doorgevoerde specialisatie. Hij zal aan het ziekbed willen zitten van de vrouw die hij zondags in de diensten mist; hij zal in de verkondiging de vragen aan de orde stellen die in de ontmoeting met jongeren naar voren komen.
Personeelsmanagement?
We vragen van de commissie-Veerman daarom voor alles: stel de roeping van de predikant centraal en richt u daarbij op wat de opbouw van de gemeenten dient. Dat laatste kan betekenen dat de predikant zijn ambities moet kruisigen, omdat zijn leven gewijd is aan de roeping van God. Hij ziet vooral uit naar de ‘ontplooiing van de gemeente’, totdat Christus in haar gestalte krijgt (Gal. 4).
In de brochure van de Gereformeerde Bond over het beroepingswerk, Vacant, en dan …? , is gesteld dat ‘de roeping tot het ambt van dienaar van het Goddelijk Woord, als vriend van de Bruidegom, weinig ruimte toelaat voor het formuleren van eigen ontplooiingsmogelijkheden in de ‘bedrijfsmatige’ zin van het woord. De Heere kan ons roepen om trouw ons werk te doen op een post waar naar menselijke maatstaven niet veel uitdaging in het werk zit. Het spreken over ‘uitdaging’ en ‘ontplooiing’ zal daarom altijd in samenhang gezien moeten worden met de roeping van de predikant om de gemeente te dienen met het Woord. Als we dat loslaten, gaan we te veel denken in termen van personeelsmanagement.’ Tegen de verzakelijking in het beroepingswerk – onder andere het moeten solliciteren – blijven we ons keren.
Prestatiewereld
De in oktober overleden ds. J.C. Schuurman uit Barneveld ging vorig jaar in een vraaggesprek in op de uitdaging voor dominees. ‘Ik heb voor alle jongere predikanten maar één begeerte: dat ze trouw zullen zijn. Er is zoveel veranderd. Als ze in deze tijd een paar uur catechisatie hebben, krijgen ze al hulp. Wat ik voor de predikanten hoop en bid, is dat ze de ootmoed en de eenvoud zullen kennen, het bij de Heere leven. Waarom die ootmoed? Omdat ze leven in een prestatiewereld. Waarin ik dit merk? Als je jonge predikanten hoort die een beroep hebben, zeggen ze: ‘Echt een uitdaging voor mij.’ Maar je bent toch geen mens die voor God staat en zegt: ‘Ik zal eens …’ Laten ze klein en ootmoedig zijn, of ze in Amsterdam of in Lutjegast beroepen worden. Is het de begeerte van je hart om de Heere te dienen? Al sta je voor tien of voor duizend mensen, je hebt een afhankelijk leven nodig.’ Zou onze synode déze koers willen uitzetten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's