BOEKBESPREKINGEN
W.J. op t Hof: Willem Teellinck, Leven, geschriften en invloed. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 667 blz.; € 49,90.Karel Deurloo Schepping. Van Paulus tot Genesis. Uitg. Kok, Kampen; 164 blz.; € 24, 50.
W.J. op ’t Hof:
Willem Teellinck, Leven, geschriften en invloed.
Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 667 blz.; € 49,90.
De beste omschrijving van de positie van de Zeeuw Willem Teellinck (1579- 1629) in de theologie- en vroomheidsgeschiedenis is deze, dat hij in leerstellig opzicht calvinist is en dat hij voor wat de praktijk der godzaligheid betreft voluit puritein is. En dat met het accent van de bernardijnse Jezusliefde en mystiek van Thomas van Kempen. Tot die conclusie komt prof.dr. W.J. op ’t Hof, hersteld hervormd predikant op Urk en hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd piëtisme aan de Vrije Universiteit, in zijn omvangrijke boek Willem Teellinck. Leven, geschriften en invloed.
Dr. Op ’t Hof noemt hem de vader van de Nadere Reformatie. De omschrijving Nadere Reformatie werd afgeleid van further reformation, een term sinds S. van der Linde ingeburgerd, door A.A. van Ruler consistent gebezigd, maar door C. Graafland en anderen bekritiseerd. Zelf beriep Teellinck zich graag op de Reformatie, het calvinisme puriteins gepraktiseerd. Hij heeft zichzelf nooit vader van de Nadere Reformatie genoemd.
De in Zierikzee geboren Willem Teellinck onderging een geestelijke bekeringservaring in de onmiddellijke nabijheid van de kopstukken van het Engelse puritanisme. Hij trouwde met een Engelse puriteinse vrouw, Martha Greendon. Teellinck werd gewonnen voor de puriteinse gezinsgodsdienst en sabbatsheiliging. Het woord zondag vermeed hij. Na een rechtenstudie wist Teellinck zich geroepen tot predikant en diende hij de Zeeuwse gemeenten Haamstede en Burgh (1606-1613) en Middelburg (1613-1629). Zijn eerste gemeente bestond uit twee dorpjes op het Schouwse platteland, terwijl Middelburg de hoofdstad van de provincie Zeeland was.
De Synode van Dordrecht (1618) had Teellincks instemming, met name vanwege ‘nader-reformatorische’ programmapunten zoals de catechese, prediking en tucht. Een uitvloeisel daarvan was de Zeeuwse synode van 1620, waar hem de eervolle opdracht werd verstrekt twee provinciale catechisatieboekjes voor de jongere jeugd samen te stellen.
Na de Synode van Dordrecht zond Teellinck met ingang van 1620 een ware vloedgolf van geschriften, pamfletten en traktaten de wereld in. Bijna alle Teellinckiana verschenen aanvankelijk in octavo- of quartoformaat. Dr. Op ’t Hof heeft het oeuvre van Willem Teellinck op voortreffelijke wijze indrukwekkend beschreven.
Het loont zeer de moeite om het boek meer dan eens ter hand te nemen, je ook te verdiepen in de doorwerking en historiografie. Teellinck kon zichzelf relativeren en was een man van de vrede. Hij spaarde ook zijn eigen geloofsgenoten niet.
Het portret op de voorzijde van dit boek is van een kunstschilder. Teellinck geschilderd in toga met sierkraag.
Dr. Op ’t Hof heeft ons in de 21e eeuw opnieuw Teellinck voor ogen geschilderd. Hij is er op uit dat het verleden geheimen prijsgeeft en dat maakt hem wel eens wat al te voortvarend in zijn veronderstellingen. Maar zijn studie dwingt respect af.
Ik citeer: ‘Hoezeer Teellinck ook de Drie Formulieren van Enigheid hoog in het vaandel had staan en hoezeer hij ook het calvinistische leerstelsel als de beste confessie apprecieerde, voor hem stak één norm daar ver bovenuit: de Heilige Schrift. Die norm wenste hij als uitgangspunt van al zijn theologische opvattingen te hanteren. Dat hij daarbij tot logische inconsequenties en verwarrende tegenstellingen kwam, deerde hem niet. Liever een getrouwe leerling van de Bijbel dan een meester in de dogmatiek!’
Vader Cats dichtte van Teellinck: ‘Ik heb die waarde man in Zeeland lang gekend, en draag nog zijn beeld als in mijn hart geprent.’ Teellinck, hoofdvertegenwoordiger van een vroomheidsbeweging gericht op de praktijk van de godzaligheid, waar wedergeboorte en heiliging een extra accent kregen om vooral een ware christen te zijn, om in beginsel het beeld van Christus eeuwig te dragen. Maak mij Uw beeld, Uw portret, gelijk!
C. van Sliedregt, Nunspeet
Karel Deurloo:
Schepping. Van Paulus tot Genesis.
Uitg. Kok, Kampen; 164 blz.; € 24,50.
Na Exodus en exil, Koning en tempel, Onze lieve vrouwe baart een zoon is dit boek over de schepping verschenen als deel IV van de Kleine Bijbelse Theologie, geschreven door prof.dr. Karel Deurlo, emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Bijbelse Theologie aan de Vrije Universiteit.
Waarom nu pas, op de vierde plaats? Omdat in de Schrift, dus ook in het Oude Testament, gesproken wordt vanuit het Midden, vanuit de Naam, JHWH, de HEERE. Dat is de invalshoek van K.H. Miskotte. Hij volgde in dat opzicht het voetspoor van Karl Barth. Vanuit dat Midden worden dan de verschillende thema’s van het Oude Testament belicht. De schepping is er ter wille van het verbond. Daarom begint dit vierde deel bij de Brief aan de Romeinen, maar dan niet bij hoofdstuk 1, over Gods openbaring in de schepping, maar bij Romeinen 8: de schepping wacht op de bevrijding. ‘Genesis 1 lees je verkeerd als je denkt dat daar staat hoe het allemaal ging in het oerbegin. Het gaat erom dat de mens de stem zou horen van de mens die Jezus te midden van ons was en is. Zo is Hij de eerstgeborene van heel de schepping’ (31, verkort geciteerd).
Dit is het kader waarin een groot aantal thema’s op verrassende wijze wordt belicht. In kort bestek komt veel ter sprake, bijvoorbeeld de Wijsheid bij de schepping in Spreuken 8, het bittere raadsel van de goede schepping bij Job, God als Heer der dieren, hemel en aarde, de zee en het droge, gerechtigheid als universele scheppingsdaad, de koninklijke mens, mens (Hebreeuws: Adam) en grond (Hebreeuws: adama), man en vrouw.
Mooi is de passage over het Onze Vader. In dit gebed wordt onderscheid gemaakt tussen de hemelen en de hemel. Wat we zien is de beweging van het driemaal de ‘Vader in de hemelen’ naar het driemaal ‘wij’ in onze werkelijkheid. In het midden staan de woorden ‘zoals in de hemel, zo ook op de aarde’. Het is de beweging van de Vader in de hemelen naar de Zoon op de aarde (152). Het is juist dit type opmerkingen dat het lezen van dit boek zo boeiend maakt.
Deze bijbelse theologie komt voort uit wat we de Amsterdamse traditie noemen. Daar geldt als uitgangspunt: de tekst van de Schrift spreekt voor zich. Dus: vertalen en verkondigen wat er stáát. Wij zeggen daar ja en amen op. Want dat is ook het uitgangspunt van onze gereformeerde traditie. Toch hebben wij een andere kijk op wat een bijbelse theologie zou moeten zijn. Want vertalen en verkondigen wat er staat heeft toch ook betrekking op het geheel van wat er staat, dus op de Schrift als geheel? De Bijbel begint met Genesis en niet met Exodus. Dat wordt nog duidelijker wanneer wij het Oude Testament zien in het perspectief van het Nieuwe Testament. Daarom: beginnen bij Genesis, zoals Jezus deed in Zijn gesprek met de Emmaüsgangers. Dan komt er ook ruimte voor de bijbelse geschiedenis van Genesis 1 tot Openbaring 22. Terecht is men juist in de Amsterdamse traditie alert op elke poging om ras, bloed en bodem in te bouwen in een bijbelse theologie. Dat roept het schrikbeeld op van het nazi-Duitsland uit de vorige eeuw. Maar dat hoeft van de weeromstuit niet te leiden tot afwijzing van artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (23v) of een kritische instelling tegenover het credo: ‘Ik geloof in God de Vader, de Schepper van de hemel en de aarde’ (18, 154).
H.J. de Bie, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's