De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Accent op de toepassing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Accent op de toepassing

Prediking de eeuwen door: [6] bij Johannes Hoornbeeck

7 minuten leestijd

Mensen worden door de prediking zalig. Hoe is dat de eeuwen door gebeurd? Al sinds de zeventiende eeuw is Johannes Hoornbeeck in de kerk een man van gezag. Wie is hij als prediker en wat kunnen we vandaag van hem leren?

‘Een man met grote geleerdheid en pastorale inslag’, zo typeert dr. T. Brienen, christelijk gereformeerd emeritus predikant te Hoogeveen, de nadere reformator Johannes Hoornbeeck. ‘Tegelijk is hij tegen een uitstalling van geleerdheid in de preek. De preek moet goed onderbouwd en geestelijk rijk van inhoud zijn.’ Dr. Brienen, die vorig jaar een biografie over Johannes Hoornbeeck publiceerde en dit jaar een vertaling en bewerking van diens Homiletiek (1645-’46) op de markt brengt, signaleert dat Hoornbeeck nadrukkelijk verlangt dat een dienaar van het Woord zelf zijn leven richt naar het Woord dat hij preekt en leert.
‘Hij moet een geheiligde, gelovige en vrome zijn, niet eigen roem of financieel voordeel zoeken, maar het heil van de gemeente.’

In hoeverre doet zijn persoonlijkheid ertoe als hij preekt?
‘Hoornbeeck is een zeer getrouw man, trouw aan het Woord van God en trouw aan de gemeente die hij dient. Hij heeft een brede blik op het gebeuren in zijn tijd, op de theologische visies en geschilpunten van toen en op het leven van de gemeente en haar leden.’

Hoe komt de tekstkeuze in de regel tot stand?
‘Hij neemt afstand van de sinds de Middeleeuwen in omloop zijnde postilles en perikopenpreken, waarbij de preekstof van tevoren vastligt. Hoornbeecks bezwaar is dat anderen dan worden nagepraat en de Bijbel maar voor een deel wordt gelezen. Zijn tekst of tekstgedeelte kiest hij in verband met de tijd, de plaats en de situaties van de gemeente en de hoorders. Verder preekt hij uit de Heidelbergse Catechismus.’

Uit welke bestanddelen bestaat een preek meestal?
‘Een goede preek begint volgens Hoornbeeck met een inleiding die zich verhoudt tot de eigenlijke inhoud van de preek als de vestibule tot de zaal; ze moet naar de essentie van de tekst leiden. De context van de tekst kan goed materiaal leveren voor de inleiding, maar deze kan ook genomen worden uit de actualiteit.
Vervolgens wordt het thema van de preek geformuleerd met de verdelingen (de uitwerking van het thema in onderdelen). Dan volgt de verklaring of uitleg van de tekst. Zeer zorgvuldig moeten de tekstwoorden duidelijk worden gemaakt.
Uit de verklaring komen de bewijsvoeringen of leringen voort. Dat zijn de algemene regels van de Schrift voor leer en leven, die degelijk onderbouwd moeten worden, zodat de hoorders weten dat het om de wil van God gaat.
Dit leerstellige wordt vervolgens toegepast om de waarheid van het evangelie te bevestigen, te verdedigen en om afwijkingen te bestrijden. In de toepassing moet ook aangegeven worden hoe een christen praktisch dient te leven en handelen. Hij hoort aansporing tot uitoefening van de deugd en afhouding van misstappen en zonden. Verborgen maskers worden aangewezen en subtiele sluipwegen van de zondaars openbaar gemaakt.
In dit laatste deel van de preek horen ook de kenmerken die onze geestelijke staat moeten bewijzen. Deze moeten met het grootst mogelijke onderscheidingsvermogen, met gerijpt inzicht en met invoelende voorzichtigheid naar voren worden gebracht, want het is beslist niet gering een oordeel over iemands staat en heil te vellen. Jonge predikanten moeten zich daarom niet al te zeer met deze kenmerken bezighouden.
De preek wordt beëindigd met een korte samenvatting van de preek, een doxologie (lofprijzing van God) of een afsmeking van genade bij God.’

In hoeverre maakt hij gebruik van retorische elementen?
‘Behalve de enige preek die van hem is uitgegeven heeft Hoornbeeck ook een Homiletiek, een handboek voor preekkunde, gepubliceerd (1645- ’46). Daarin laat hij horen hoe hij over de retorica denkt. Mag men, zo vraagt hij, welsprekend en als een orator (s)preken, naar bloemrijke uitdrukkingen en een prachtig betoog streven? Zijn oordeel is dat de prediker daarmee gevaar loopt dat de woorden uitblinken boven de zaken. Dan zijn het meeslepende woorden van menselijke wijsheid, die de prediking van het kruis van Christus verijdelen. Daarom ook geen veelvuldig citeren van profane

Dr. T. Brienen, christelijk gereformeerd emeritus predikant te Hoogeveen: ‘De prediker Hoornbeeck wist wat hij preken moest: het Woord van onze God. Daarin wordt ons verkondigd de volkomen gerechtigheid van Christus, die de grond van de rechtvaardiging des mensen voor God is. Sterk wijst hij in de preek op de kracht van de zonde en de zondigheid van de mens, de noodzaak van bekering en de heiliging in de praktijk der godzaligheid. Christus is in alles het fundament.’

en exotische gezegden en het meedelen van heldendaden van de heidenen. Geen uiterlijk vertoon van geleerdheid. Wel kan de boodschap via de topica (algemene gegevens) opgehelderd worden, maar dan heel kort.’

Leest Hoornbeeck zijn preken voor of improviseert hij ter plekke?
‘Ik heb de indruk dat hij wel een geschreven tekst voor zich heeft als leidraad voor de preek, maar deze met vrijheid gebruikt. Hij houdt van een levendige verkondiging met naar het einde toe meer en zeker gepaste gebaren.’

In hoeverre richt hij zich op de gelovige, in hoeverre op de buitenstaander?
‘In zijn uitgegeven preek heeft Hoornbeeck de gemeente op het oog en daarin bijzonder de jonge leden en dan ook weer degenen die de desbetreffende zondag belijdenis van het geloof afleggen. Voor hun ouders heeft hij ook een woord. De buitenstaanders komen niet in het vizier van deze preek. Uit zijn andere werken blijkt dat hij een voorstander is van het drijven van zending onder de heidenen en van gesprek met de Joden. In zijn preek en zijn Homiletiek komen ze niet voor. Wel spreekt hij uitvoerig over de afwijkingen en dwalingen van roomsen, dopersen en remonstranten. Hij waarschuwt voor hun leer.’

Hoe lang duurt een preek?
‘Hoornbeeck staat op het standpunt dat de preek een uur mag duren. Al te korte maar ook te wijdlopige preken vinden hebben zijn goedkeuring niet. In elk geval moet er gepreekt worden naar de omstandigheden en de gewoonte van de kerk ter plekke. Geen al te grote uitwijdingen. Breek liever af en verschuif naar een andere samenkomst wat de preek langer zou doen maken dan de gewone en toegestane tijd. Vanaf de kerkvaders was een uur preken gebruikelijk. Laten we ons daaraan houden, vindt Hoornbeeck.’

Hoe gaat hij om met exegese en toepassing?
‘Hoornbeeck wil dat predikers een verantwoorde verklaring van de Schriften geven. Met alle mogelijke middelen van zijn tijd. Daarbij schuwt hij niet scholastieke ontledingen aan te wenden. De behandeling van de toepassing van de leringen in zijn Homiletiek neemt evenveel ruimte in als de uitleg van de tekst. Als vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie legt hij veel accent op de toepassing.’

Hoe gaat hij om met de allegorische uitleg van de Schrift?
‘Hierover is hij duidelijk. Het is fout de hele preek of een deel ervan te vullen met allegorie, zoals Origenes gewoon is. Ook Bernardus van Clairvaux is dikwijls weelderig in allegorieën. Wees ervoor op je hoede, want de prediker begaat gemakkelijk deze zonde. Doch nuchtere en doorzichtige metaforen en allegorieën mogen het Schriftwoord dienen.’

Hoe gaat hij om met Oude en Nieuwe Testament?
‘Hoornbeeck is van mening dat alleen uit het Woord van God, maar dan ook uit het gehele Woord van God gepreekt moet worden. Het is authentiek en canoniek en nuttig voor geloof en vroomheid. Wie vraagt of vandaag het Oude Testament nog gepreekt moet worden, krijgt van hem een bevestigend antwoord.’

Hoe gaat hij om met bijbeluitleg en dogmatiek?
‘Hoornbeeck staat voor een degelijke en verantwoorde uitleg van de gekozen bijbeltekst. Ze kan niet goed genoeg zijn. Uit deze uitleg haalt hij zijn leringen, eigenlijk dogmatische en ethische richtlijnen voor de hoorders. Zo krijgen de dogmatiek en de ethiek een beslissende functie voor de toepassing. Het is de vraag of dit terecht is en de toepassingen niet regelrecht uit de Schriftwoorden moeten voortkomen.’

Wat kunnen we vandaag van Hoornbeeck als prediker leren?
‘De predikant die Hoornbeecks homiletische handboek doorneemt, wordt gevormd voor zijn wekelijkse preekwerk. Hij geeft vele aanwijzingen voor het maken en houden van de preek. Met zijn vormen van de leringen zou ik voorzichtig zijn, omdat deze een scholastiek element bevatten.
Zijn boodschap is duidelijk: het gaat om de verkondiging van het evangelie van Gods ontferming in Jezus Christus tot bekering van zondaren en geestelijke opbouw van gelovigen.’

Volgende week aandacht voor Wilhelmus à Brakel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Accent op de toepassing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's