Inpassen in leefwereld
Jong en christelijk in 2009 [4, slot]
Wat kunnen kerken, scholen en ouders doen om de geloofsopvoeding beter af te stemmen op jongeren in een moderne samenleving?
Veel kerken, maar ook scholen en gezinnen die zich inspannen jongeren een goede geloofsopvoeding te geven, zijn gewend hierbij de leer centraal te stellen. Jongeren krijgen een gedegen inleiding in de boodschap van evangelie en traditie, en de vorming is erop gericht ze aan het leven van de geloofsgemeenschap gaan deelnemen. Zonder dat ik een oordeel vel over de benadering op zichzelf, stel ik vast dat dit deductieve denken – waarbij de leer en niet de jongere het uitgangspunt is – op gespannen voet staat met de wereld waarin de jongere opgroeit, een omgeving waarin het belangrijk is dat je je wereld zelf bepaalt. Deze spanning tussen een deductieve geloofsopvoeding en een moderne leefomgeving komt voort uit het streven dat veel kerken, christelijke scholen en andere opvoeders hebben om deze twee zaken te combineren. Aan de ene kant wil je als kerk of opvoeder de geloofsinhoud, de traditie en bepaalde geloofsopvattingen aan een volgende generatie doorgeven. Ook al heb je oog voor een veranderende omgeving, je wilt iets ‘conserveren’, namelijk datgene dat de kern vormt van je bestaansrecht. Aan de andere kant wil je deze traditie en opvattingen ook laten landen in de wereld en het hart van jongeren. Maar de wereld en het hart van jongeren is gericht op autonomie en autonomievergroting, ook als het over de godsdienst gaat, en vormt daarmee een directe drempel voor godsdienstige overdracht.
Uitdagingen
Wie probeert deze twee beter op elkaar af te stemmen, komt een aantal uitdagingen tegen. Ik schreef al eerder dat (ook) christenenjongeren meer en meer gebrek aan geborgenheid ervaren. Naast de moderne behoefte aan vrijheid blijft er een basisbehoefte aan zekerheid, ook geloofszekerheid, bestaan: hoe voorzien christenen in kerk, school en gezin daarin? In de tweede plaats ervaren (ook) christenjongeren steeds meer een gebrek aan zingeving. ‘Waar gaat het ten diepste om in mijn leven?’ Hoe geven christenen in kerk, school en gezin daar een fundamenteel antwoord op?
In de derde plaats: een kerk, school of gezin wil niet zonder meer zingeving en geborgenheid bieden, maar wil dat doen in lijn met de eigen geloofstraditie en de centrale opvattingen en waarden die daarin een rol spelen. Hoe maken christenen in kerk, school en gezin een constructieve verbinding tussen deze traditie en de roep om geborgenheid en zingeving?
Lijmpoging
Kerken, christelijke gezinnen en scholen zien zich anno 2009 voor deze uitdagingen geplaatst bij het afstemmen van hun geloofsopvoeding op een moderne context. Je kunt globaal drie lijnen schetsen waarlangs een betere afstemming van de geloofsopvoeding wordt gezocht:
(a) de overlevingsstrategie, (b) de cateraaropstelling en (c) aansluiting zoeken bij identificatieprocessen.
Ik typeer ze een voor een en zal de derde vervolgens verder uitwerken en nagaan hoe deze zich verhoudt tot de drie uitdagingen die ik hierboven benoemde.
De overlevingsstrategie is te typeren als een lijmpoging. De gebroken triangel van kerk, school en gezin moet weer geheeld worden of waar deze nog min of meer functioneert zorgvuldig geconserveerd worden.
In wezen is dit geen poging tot aansluiting bij moderne omstandigheden zoeken, maar je daar juist enigszins van afzonderen door het vormen van een subcultuur. Sommige christelijke scholen zijn daar sterk op gericht. Deze zijn actief in het omhoog houden van de ‘eigen zuil’ door te streven naar een maximale overlap tussen de cultuur en regels op school, de leefwereld van de gezinnen uit de achterban en de leer van de in het schoolbestuur vertegenwoordigde kerken.
Cateraar
De cateraaropstelling is een geheel andere lijn. In dit geval wordt de geloofsopvoeding door ouders, scholen en kerken zoveel mogelijk aan de belevingswereld en cultuur van jongeren aangepast. Kerken, scholen en gezinnen zijn cateraars in de zin dat zij jongeren zo goed mogelijk proberen te bedienen in hun individuele zingevingszoektocht en het vormgeven van hun eigen leefstijl. Deze vorm van aansluiting is gebaseerd op het principe van ‘u vraagt, wij draaien’. Een fenomeen als de jeugdkerk heeft bijvoorbeeld veel weg van deze vorm van aansluiting.
Levenslang proces
De derde insteek, het aansluiten bij identificatieprocessen, is een lijn die enerzijds het waardevolle van de homogeniteit en de conservering van belangrijke geloofsinhouden en -opvattingen uit de overlevingsstrategie onderstreept. Anderzijds onderkent deze lijn van denken de op (geloofs)autonomie gerichte christenjongere als realiteit en acht daarom het aansluiting vinden bij de individuele zingevingszoektocht van deze jongere (zie de cateraar-
Deze reeks is in zijn geheel te downloaden via www.gereformeerdebond.nl (De Waarheidsvriend > Verschenen series en artikelen).
opstelling) essentieel.
In tegenstelling tot de cateraaropstelling staat in deze lijn van denken het aanbod van de instituties kerk, gezin en school in de vorm van een zeker homogeen denken en beleven voorop. Anders dan de overlevingsstrategie is dit aanbod niet gericht op de afzondering van de moderne cultuur, maar op een inpassing in identificaties die jongeren op allerlei fronten en momenten maken.
Identiteit – ook religieuze identiteit – wordt in deze lijn van denken niet opgevat als een statische eigenschap, maar als een proces dat een leven lang voortduurt. Het is zaak om daar als kerk, gezin en school op een zo goed mogelijke wijze de geloofsinhouden in mee te laten klinken.
Voorkeur
Ik zie deze derde lijn van denken als het meest kansrijk. In mijn optiek dienen kerk, school en gezin zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij identificatieprocessen waar jongeren onderdeel van zijn. De eerste lijn van denken, de overlevingsstrategie, is mijns inziens te sterk gericht op afzondering van de cultuur waarin we leven. Ten langen leste zijn jongeren en opvoeders over en weer dan niet meer bereikbaar en aanspreekbaar. Dat kan niet de bedoeling van geloofsopvoeding zijn.
In de tweede lijn van denken, de cateraaropstelling, schuilt het gevaar van ontworteling. De geloofsbeleving en - opvattingen hebben uiteindelijk geen bedding meer, niet in een traditie en niet in een bredere gemeenschap van gelovigen. Het kan verworden tot een aller-individueelst samengestelde religie. Ook dit kan de bedoeling van geloofsopvoeding niet zijn.
De derde lijn van denken biedt mijns inziens mogelijkheden om aansluiting te houden met de leefwereld van christenjongeren zonder te snel over te gaan op een soort hoogst individueel geloven.
Open vragen
Een uitdaging voor kerk, school en ouders die ik in het begin van dit artikel noemde, was die van het bieden van zingeving en geborgenheid en daarbij de verbinding met de traditie maken. Vooral op het punt van de geborgenheid liggen nog open vragen waar het gaat om deze derde lijn van denken. We kunnen er niet omheen dat de triangel van kerk, gezin en school onderhevig is geweest aan modernisering en als gevolg daarvan doorbroken is. Geborgenheid vind je in een gemeenschap. De triangel van kerk, gezin en school kan deze geborgenheid niet meer geven, omdat deze triangel op vele plaatsen niet meer intact is en dus geen gemeenschap meer vormt.
De strategie van aansluiten bij identificatieprocessen van jongeren kan opgevat worden als het best haalbare in deze ‘gebroken staat’. Het best haalbare, omdat de drie instituties, weliswaar afzonderlijk van elkaar, zo goed mogelijk proberen aan zingeving te werken vanuit eenzelfde geloofstraditie. Maar samenhang van die pogingen is veelal ver te zoeken en dat merken christenjongeren ook. Zij ervaren weinig eenheid meer tussen wat zij thuis beleven, op school horen en in de kerk aantreffen. Geborgenheid bieden vormt daarom een belangrijk aandachtspunt voor iedereen die anno 2009 betrokken is bij de geloofsopvoeding van jongeren.
Opvullen
De vraag is daarbij hoe het gat dat ontstaat door het uiteenvallen van de triangel op een zinvolle manier wordt opgevuld. Van de moderne samenleving wordt vaak gesteld dat het een netwerksamenleving is. Geldt onherroepelijk hetzelfde voor de manier waarop het christendom zich daarin manifesteert? Is het einde van de (moderne) zaak een netwerkchristendom of kunnen andersoortige gemeenschappen worden gevormd waarin jongeren geborgenheid vinden? En hoe zien deze gemeenschappen er dan uit? Dit vraagt doordenking van iedereen die zich betrokken weet bij de geloofsopvoeding van christenjongeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's