De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nochtans mijn moeder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nochtans mijn moeder

4 minuten leestijd

Beste collega Geluk,

Allereerst wil ik u zeggen blij te zijn met uw uitleg van het woord accolade. Daardoor werd mij helderder wat u van de Gereformeerde Bond na 1 mei 2004 verwachtte. Dat had ik vanuit uw vorig schrijven niet direct begrepen, maar nu wel. De klomp kan dus heel blijven.

Uw nadere uitwerking spreekt mij aan. Zij spoort met wat wij als Gereformeerde Bond de afgelopen jaren geprobeerd hebben, namelijk er te zijn voor de gemeenten, juist met het oog op wat u noemt: verootmoediging, bemoediging. Tevens wilden we de kerk en haar leiding herinneren aan haar roeping. Daarvan getuigen brochures en artikelen in De Waarheidsvriend.

Zo mogen we ‘enig verband’ zijn voor Christus belijdende gemeenten. Blijkens reacties ook voor gemeenten en predikanten die vanouds niet als horend bij de Gereformeerde Bond te boek staan. We doen dat hechtend aan het profiel dat voor onze beweging de afgelopen eeuw kenmerkend is geweest.

Dit is echter niet het eigenlijke van ons beider schrijven. Het gaat u en mij vooral om de vraag of de Protestantse Kerk een échte kerk is. U verklaart dat u niet gesteld hebt dat het niet zo is.

Bedoelt u daarmee aan te geven dat de Protestantse Kerk dus meer is dan een samenvoeging van gemeenten? Als u het goed vindt, vraag ik op dit punt nog even door. Want het antwoord lijkt enigszins in het midden te blijven; misschien zelfs naar het einde, het eschaton geschoven te worden. Dat maak ik althans op uit de zinsnede: ‘Of zij (de Protestantse Kerk) kerk is of denominatie – wie zal dat van een zo complex geheel op beslissende wijze uitmaken? ’ Mag die vraag echter hier en nu al niet – positief! – beantwoord worden?

De Protestantse Kerk is voor u in elk geval niet de vaderlandse kerk. Er is – schrijft u – door het SoW-proces een blad omgeslagen. Opnieuw kan ik met u meevoelen, niet het minst wanneer u spreekt over ‘iets van een oordeel’. Dat bewijst de hoge tol van de eenwording: scheuring. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat er ook gemeenten wel bij varen.

Is er echter in de historie van onze kerk hier te lande niet vaker een bladzij omgeslagen? Ik denk aan 1795, toen de Franse tijd aanbrak en de Nederduits Gereformeerde Kerk haar bevoorrechte positie kwijtraakte. Een doorsnijden van de band tussen overheid en kerk, wat nooit meer is goed gekomen! Ik denk aan 1816, toen de Reglementenbundel werd ingevoerd. Aan 1834, toen de leiding van onze kerk het bestond een groot deel van haar beste leden voorgoed van zich te vervreemden. Allemaal omgeslagen bladzijden, waardoor de kerk niet meer is wat ze voor dat jaartal was.

Het zijn echter wel bladzijden in één en hetzelfde boek: dat van Gods verbond. Híj heeft trouw gehouden. Is dat niet wat de doorslag geeft? En mogen we daaraan niet de vrijmoedigheid ontlenen om aangaande de Protestantse Kerk te belijden wat de Heidelberger en de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de kerk zeggen? Met minder kunnen we niet toe. En zou deze kerk, ondanks allerlei uitwassen, dan niet wortelen in de historie van ons land, in Góds historie met ons land? En zo (de) kerk zijn voor ons land?

Dit besef doet ook relativeren. Een beetje zoals Van Ruler, die het hopeloze aantal gereformeerde denominaties uiteindelijk zag als het gevolg van een ‘huishoudelijke twist’. Moeten we niet de moed hebben, staande in de catholica, dit zijlicht te laten vallen over (heftige) gedeelten van onze kerkgeschiedenis?

Ik ga afronden. Hartelijk dank voor wat u schreef. Met name de bewogen toon van uw derde brief trof mij. Daardoor weet ik mij met u verbonden, ook al gaan we in de taxatie van de Protestantse Kerk uiteen. Wellicht is het verschil op deze noemer te brengen: voor u is de Protestantse Kerk door het trieste gebeuren van het fusieproces een nieuwe kerk, waarmee u zich amper verwant voelt. Voor mij is ze de oude kerk, die ondanks datzelfde trieste gebeuren nochtans mijn moeder is.

Haar ontmoet ik – naar een gedachte eveneens van Gunning – in de concrete gemeente, uit wier midden ik mijn geloof ontvang en die, wanneer ze samenkomt in de eredienst, laat merken dat ze uitziet naar de toekomst des Heeren om voor Zijn troon vergaderd te worden en Hem te aanbidden. Collega Geluk, wordt het geen tijd voor die toekomst?

Met broederlijke groet,

H.J. Lam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Nochtans mijn moeder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's