De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In Protestants Nederland schreef ‘waarnemer’ over de brochure Roomsch Bakken en Braden.

Bakken roomsen hun oliebollen anders dan protestanten? En braden ze hazen in wijwater? Je zou het je afvragen bij de titel van een door ds. H. Bakels geschreven brochure uit 1925. De werkelijkheid is wranger, zo leert ons ‘Impressie’, de nieuwsbrief van het Katholiek Documentatiecentrum (KDC) in Nijmegen. Dit KDC aan de Radboud Universiteit is de rooms-katholieke tegenhanger van het Historisch Documentatiecentrum voor het Protestantisme aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dat bracht in 2005 bij het 125-jarig bestaan van de VU een boekje uit: ‘Wat eten we vanavond? Protestants!’ Daaruit bleek dat ook de niet zo Bourgondische (neo-)calvinisten er flink op los konden schransen, het echtpaar A. Kuyper - Schaay voorop.

Nu kreeg het KDC onlangs de brochure Roomsch Bakken en Braden van de destijds tamelijk bekende protestante – ik meen doopsgezinde, maar dat weet het KDC niet – theoloog Bakels in handen. (…)

Het boekje handelt, zo’n vier eeuwen na de eerste ketterverbrandingen in de Lage Landen, over het martelen en doden van ketters door Rome in de 16e en 17e eeuw. De dood van lieden als Jan de Bakker, Hendrik Voet, Weijntjen Claesdr. en vele anderen ging ook gepaard met vuur en olie. Bakels beschrijft de gruwzame dood van ene Algerius in 1558 en Fijt Pelgrims in 1532, die letterlijk op een roostervuur werden gebraden en (of ) met kokende olie werden overgoten en verbrand, omdat ze hun ‘misdaad’ niet bekenden … Voorwaar, een vreselijk 'kookboek'.

In VolZin schreef de Joodse Tamarah Benima over De verharding van het hart, naar aanleiding van Exodus 6:2-9:34).

Dezer dagen is het gemakkelijk om je met Mosjee (Mozes, v.d.G.). te identificeren. Wie voelt zich in deze barre tijden niet als iemand met ‘onbesneden lippen’ (Ex. 6, 12). De NBV vertaalt: ‘Ik kom moeilijk uit mijn woorden.’ Drie plekken kunnen onbesneden zijn. De penis, het hart en de mond. Om vruchtbaar en creatief te zijn, moet, zegt de Eeuwige of zijn profeet, de voorhuid van het mannelijk geslacht, de ‘hardheid’ rondom het hart en de ‘zwaarheid’ van de mond of tong worden weggehaald. Hoe komt het dat je niet uit je woorden komt, of zelf niets meer kunt zeggen? Moderne commentatoren suggereren dat het te maken heeft met innerlijke conflicten. Je wilt iets zeggen, maar wordt heen en weer geslingerd tussen tegenstrijdige gedachten en valt uiteindelijk helemaal stil. Maar ‘onbesneden lippen’ gaat niet alleen om het praten zelf, maar ook om het zodanig spreken dat je wordt gehoord. De Israëlieten hebben niet willen luisteren naar de boodschap van Mosjee dat de Eeuwige hen zal verlossen uit het slavenbestaan, hen zal aannemen als Zijn volk en hen naar het Beloofde Land zal brengen en hen dat land in bezit geven (Ex. 6, 6-8). Mosjee vreest dat als zij al niet luisteren, de Farao helemaal niet zal luisteren naar zijn oproep het volk te laten gaan. Zijn vrees wordt bewaarheid. De Farao, die wordt geconfronteerd met tien plagen, is het model voor de hardheid van het hart. Bij de eerste plagen die de Eeuwige de Egyptenaren oplegt, verhardt de Farao zijn hart. Vanaf plaag zes verhardt God zelf het hart van de Farao. Zelfs als de Farao zijn hart had willen laten spreken, dan zou hij dat niet hebben gekund. Als een mens te lang volhardt in harteloosheid, wordt hij gestraft met het onvermogen om nog compassie te kunnen voelen. Dat is de boodschap die de wijzen aan de opstelling van de Egyptische heerser hebben ontleend.

Wie het slachtveld in Gaza ziet, ontkomt niet aan de indruk dat de strijdende partijen zich beide gedragen als de Farao. Net als Farao laat Hamas de ellende over het volk komen zonder het volk enige bescherming te geven, door schuilkelders of door de burgerbevolking (van wie de helft kinderen zijn) weg te houden van de strijd. Israël op zijn beurt lijkt ook doof voor de oproep een andere oplossing te zoeken. (…)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's