De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een blad omgeslagen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een blad omgeslagen

Beste collega Lam, beste collega Geluk [3, slot]

4 minuten leestijd

Hebben we vandaag inderdaad geen echte Nederlandse kerk meer, zoals de Nederlandse Hervormde Kerk van weleer, en zijn er nu slechts gemeenten in Nederland, zoals ds. L.J. Geluk, hervormd emeritus predikant te Rotterdam, in een gesprek ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het blad Ecclesia opmerkte? Over deze vraag schrijven ds. Geluk, redacteur van Ecclesia, en ds. H.J. Lam, voorzitter van de Gereformeerde Bond, elkaar drie brieven. Vandaag de laatste.

Beste collega Lam,

Laat mij deze derde en laatste keer beginnen met iets recht te zetten. Wanneer u schrijft dat ik gesteld heb ‘dat de Protestantse Kerk geen echte kerk’ is, bent u verder gegaan dan mijn bedoeling was. De Protestantse Kerk in Nederland is een andere kerk dan de Nederlandse Hervormde Kerk. Niet alleen in haar naam.

Of zij kerk is of denominatie – wie zal dat van een zo complex geheel op beslissende wijze uitmaken? Maar zij is niet de vaderlandse kerk, waarvoor J. Barueth in de achttiende eeuw als advocaat optrad, waarover G.J. Vos in de negentiende eeuw schreef, voor welker herstel de vrienden van het Réveil baden en worstelden, die door sommigen die zich van haar hadden afgescheiden – tot 2004 toe! – naar hun eigen woorden werd gezien als ‘het geopenbaarde lichaam van Christus in Nederland’.

Er is, collega Lam, een blad omgeslagen. Dat heeft zó grote gevolgen, dat is zó ingrijpend. Het is definitief. Het heeft de leden en de gemeenten van de kerk in een nieuwe situatie gebracht, waarin een complete heroriëntering noodzakelijk is. We moeten verder, blijven terugzien is niet goed. De ijveraars die het SoW-proces ondanks alle tegenstemmen hebben doorgezet, konden hun doel bereiken. Dat moeten zij straks wel verantwoorden, maar heeft de situatie waarin de kerk nu is beland niet iets van een oordeel dat over ons is gekomen? Is het niet beklemmend dat zij geen kracht heeft om te midden van ons volk, waarin moreel verval steeds verder om zich heen grijpt en vreemde religies opdringen, Christus te belijden, actueel te belijden naar de Schriften, als God en mens, de Weg, de Waarheid en het Leven? Christus, de Opgestane, Heer der heren en Koning der koningen?

Het was in 1893 dat J.H. Gunning schreef: ‘… dat de kerk vele trouwe dienaren heeft, die elk dáár, waar zij staan, kracht oefenen, is niet genoeg. De kerk als kerk, als geheel, gelijk zij optreedt in de maatschappij, moet belijden. Doet zij dit niet, dan verdwijnt zij gaandeweg, want, nog eens, het belijden van den Naam des Heeren Jezus Christus is hare éénige levenstaak. Nergens anders bestaat zij voor. Geschiedt dit dus niet, dan zondigt zij tegen haar goddelijk Hoofd, en verzuimt jegens de maatschappij hare heilige roeping om getuigenis van de eeuwige waarheid te geven. Dit schaadt veel dieper dan socialisme of anarchisme kunnen doen. De maatschappij beseft het bij instinct, en keert zich af van de kerk. Het smakeloos geworden zout wordt vertreden; men gaat langs de kerk voorbij.’

Deze ernstige woorden gelden enkele generaties later nog onverkort. De volkskerk, de kerk die weet verantwoordelijkheid voor het volk te dragen, ís verdwenen, de kerk zoals zij nu nog is verdwijnt al verder naar de rand van de samenleving. Dat de Protestantse Kerk in Nederland haar roeping, ‘haar eenige levenstaak’, niet verstaat (evenmin als zo vele jaren lang de Nederlandse Hervormde Kerk dit deed), dàt is de nood waarin wij verkeren. En wanneer men dit niet ziet, schikt men zich in de nieuwe situatie.

Juist vanwege die nood schreef ik de vorige keer over de ‘accolade’. Daarin ben ik in het geheel niet begrepen. Ik gebruikte dit woord omdat de meeste andere woorden die ik had kunnen schrijven op de een of andere manier belast zijn. Ik dacht en denk aan enig verband niet alleen van goedbedoelende leden van de Protestantse Kerk die trouw aan de heilige Schrift en de belijdenis willen zijn, maar aan ‘enig verband’ tussen die gemeenten onderling die de ernst van de tijd en de nood van kerk en volk verstaan. Die nog weten van de kracht van het Evangelie, niet om zich af te scheiden, niet om het geheel en de andere gemeenten te vergeten, niet om zich voor het geheel van de Protestantse Kerk af te sluiten. Integendeel, maar om in alle ootmoed, God om geloof, wijsheid, moed en trouw te bidden, naar Zijn weg te vragen en elkaar te bemoedigen, in het verlangen vanwege de roeping die de kerk als geheel verzuimt, samen Christus belijdende gemeenten te zijn. Dus toch zoiets als een bekennende Kirche.

Met broederlijke groeten,

L.J. Geluk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een blad omgeslagen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's