Evangelische probleemvelden
Theologische kruispunten [2, slot]
Als het aantal evangelische christenen vandaag alleen maar groeit, dan moeten hervormd-gereformeerden het gesprek met hen aangaan. Wanneer helder is wat de gereformeerde theologie kenmerkt, is de volgende vraag: wat is evangelisch?
De term ‘evangelisch’ laat zich niet gemakkelijk omschrijven. Het is namelijk een verzamelnaam, waarin diverse tradities doorwerken. De godsdienstsocioloog prof.dr. H.C Stoffels beschrijft in zijn dissertatie de evangelische beweging in ons land als een orthodox-protestantse bekeringsbeweging, die via missionaire activiteiten een geestelijke en morele verandering van individuen, kerken en maatschappij nastreeft. Van een evangelische theologie valt moeilijk te spreken, in ieder geval niet van een uniforme. Sommige evangelischen spreken meer van een stemming dan van een theologisch systeem, en van temperament dan van theologie. Vandaar dat evangelischen het zelf ook liever over een beweging dan over een theologie hebben.
Antitheologisch
De evangelische beweging is eigenlijk een protestbeweging geweest. Zij heeft tegenover gevestigde kerken en academische theologie een op zijn minst terughoudende houding aangenomen.
Er is zelfs sprake van een antitheologisch vooroordeel. Dat is te verklaren vanuit de arrogantie en dominantie van liberale en vrijzinnige theologen en hun stellingname en interpretaties ten aanzien van de Bijbel en het belijden van de kerk. Evangelischen zagen daarom weinig heil in theologische scholing.
Ze vatten liever het christelijk geloof in een aantal centrale waarheden samen. Rond deze min of meer losstaande waarheden ontmoeten en (h)erkennen ze elkaar in allianties en organisaties.
Dat evangelische christenen kritisch ten opzichte van kerken stonden en staan, komt omdat deze volgens hen of in traditionalisme gevangen zijn, of zich aanpassen aan actuele trends of denken met een aangepaste theologie – die eigenlijk weinig met het christelijke geloof te maken heeft – te overleven. Tevens is er het bezwaar dat in de kerken veel te weinig het ambt van alle gelovigen gehonoreerd wordt. Vandaar dat in de evangelische beweging met klem de actieve betrokkenheid van alle leden van de gemeente bepleit wordt, vanuit de overtuiging dat de Bijbel het priesterschap van alle gelovigen verlangt.
Overeenkomsten
Hoe veelvormig en contextueel bepaalde inzichten ook zijn, een aantal leerstellige overeenkomsten verbindt het evangelische christendom. Een eerste overeenkomst is de onvoorwaardelijke aanvaarding van de Bijbel als het gezaghebbende Woord van God voor ons. Daarop volgt de persoonlijke geloofsrelatie met Christus Jezus en Zijn heilswerk door het werk van de Heilige Geest.
Evangelischen zijn ook overtuigd van de missionaire roeping van de individuele gelovige en van de gemeente als geheel, die met nadruk aan de orde wordt gesteld. Ze scheppen verder ruimte voor het functioneren van de gaven van de Heilige Geest en leven sterk bij de wederkomst van Christus en de consequenties daarvan.
Aantal probleemvelden
Het zijn stuk voor stuk wezenlijke aspecten van het christelijk geloof. Vandaar dat gereformeerden en evangelischen elkaar op die punten vinden, in wederzijdse herkenning en ontmoeting. Toch is er ook een aantal probleemvelden te signaleren, die niet over het hoofd gezien of verzwegen kunnen worden. Mijns inziens is het eerste probleemveld dat er (nog) geen gemeenschappelijke evangelische theologie is. Dat wreekt zich met name als het over de Schriftbeschouwing gaat. Er is wel een gemeenschappelijke erkenning van het formele gezag van de Schrift, maar ten aanzien van de interpretatie van de Schriften zijn (ook) in de kring van de evangelischen vrij ingrijpende verschillen. Er ontbreekt nogal eens een duidelijk zicht op de eenheid van de Schriften. Vandaar dat allerlei organisaties van deze beweging liever met basisformules werken. Het is er tot nu toe niet van gekomen om een organisch opgebouwde belijdenis te formuleren.
Bovendien is de benadering van de Schrift in deze beweging in vele gevallen nogal formeel en wordt te weinig gelet op het kader waarbinnen tekstgedeelten staan en fungeren in overeenstemming met het geheel van de Schrift. Dat leidt tot verwrongen interpretaties en merkwaardige schema’s, bijvoorbeeld ten aanzien van de gebeurtenissen rond Jezus’ wederkomst. Zo lezen (veel) evangelische broeders en zusters letterlijk tweemaal Zijn terugkeer vanuit gegevens uit 1 Thessalonicenzen en Openbaring en leidt de combinatie van 1 Thessalonicenzen 4 en Openbaring 20 tot de leer van de verborgen opname van de gemeente, en twee of drie keer opstaan uit de doden.
Persoonlijk aanspreken
De omgang met de Schrift is bij evangelischen zonder meer te respecteren. Maar die is soms erg individualistisch. De Bijbel wordt primair gezien als het boek waardoor God mij persoonlijk aanspreekt. Dat is natuurlijk waar, maar dat kan eenzijdig worden. Het is van belang dat wij de Schriften horen samen met de Kerk der eeuwen, om die samen, ook wereldwijd, te mogen verstaan. Evangelischen erkennen de soevereiniteit van de Geest; wij zijn allen voor wedergeboorte, voor het leven van geloof en gebed van Hem afhankelijk. Toch is er een spanningsveld in dit belijden. Sterke nadruk werd en wordt gelegd op de wilsbeslissing van de mens en zijn keuze voor God. In evangelische kringen is te weinig oog voor Gods verkiezende genade en wordt er sterke nadruk gelegd op de geloofsbeslissing van de mens. Een houding die meer arminiaans dan calvinistisch is. De visie van John Wesley komt erin naar voren: ‘Gods genade is volstrekt vrij, zij komt helemaal van God, maar die genade is vrij voor allen. Alle mensen mogen die aannemen, maar of zij dat doen, hangt af van hun eigen beslissing en keuze.’
Persoonlijke ervaring
Een tweede probleemveld is dat de grote nadruk op wedergeboorte en bekering en op het werk van de Heilige Geest leidt tot subjectivisme. De eigen ervaring wordt nog al eens tot toetssteen of sleutel bij het lezen en interpreteren van de Schrift.
Het accent op persoonlijke ervaring kan ook leiden tot geestelijk individualisme. In dit verband valt op te merken dat het grote accent op de ervaring meebrengt dat onder evangelischen velen de kinderdoop afwijzen. Alleen hij of zij die wedergeboren is en dat weet vanuit een persoonlijke geloofservaring en dat publiek wil belijden, mag gedoopt worden. Deze visie heeft echter te weinig oog voor het genadekarakter van het heil en voor het verbond.
Heiliging
Een derde probleemveld dat te signaleren is, heeft te maken met de grote nadruk op de persoonlijke heiliging in evangelische kringen. Ook hier werken de ideeën van Wesley door. Hij geloofde zelfs in de mogelijkheid van volmaakte liefde. Sporen van perfectionisme zijn nog altijd aanwezig. De nadruk op persoonlijke heiliging leidt gemakkelijk tot legalisme, als zou verlossing eerder een beloning voor het naleven van Gods wet dan het gevolg van goddelijke genade zijn. Het is buiten kijf dat wie zich aan Christus heeft overgegeven een ander mens geworden is en zijn of haar leven niet op de oude voet kan voortzetten. Het geloof heeft consequenties voor het leven van alle dag; rechtvaardiging en heiliging horen wezenlijk bijeen. Maar evangelischen hebben gaandeweg minder aandacht voor de rechtvaardiging van de goddeloze en voor het bedelaar blijven tot de laatste snik. Ze geven meer aandacht aan bepaalde vormen en fases van heiliging.
Verwaarlozing
Een vierde probleemveld geldt de leer van de kerk (ecclesiologie). De nadruk op de geestelijke eenheid van de gelovigen leidt gemakkelijk tot verwaarlozing van de zichtbare kerk. Vele evangelischen zijn congregationalisten: ze richten zich niet op een kerk maar op de (onafhankelijke) gemeente. Heel sterk valt daarom het accent op de persoon van de gelovige en het persoonlijke in het beleven van het heil. Een echte gemeente kan eigenlijk alleen maar een gemeente van wedergeborenen zijn. Daarin gaat de evangelische beweging terug op de doperse lijn van de zestiende eeuw. De Kerk is echter het lichaam van Christus, waarvan de gelovigen levende lidmaten zijn (zie Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus).
Een vijfde probleemveld is de visie op de toekomst van Christus (eschatologie). Evangelischen geloven in de terugkeer van Jezus, maar er is grote verdeeldheid rond het Duizendjarig Rijk en de bestemming van mensen – ongelovigen – in Christus’ toekomst. Het is nog lang niet duidelijk hoe ze de Schrift wat dat betreft moeten verstaan.
Eerlijk
De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat genoemde problemen niet voor de hele evangelische beweging gelden en dat een aantal ervan ook in de gereformeerde gezindte te signaleren is. Ik denk aan anti-institutaire elementen, groepsdenken, spanning rond verkiezing en verbond, heiliging, zending, toekomstverwachting enzovoort. Wel is het zaak en taak om in het contact met de evangelische beweging de hoofdkenmerken van de evangelische traditie en van de reformatorische in het oog te houden en van daaruit in gesprek te gaan, zonder de vragen en de kritiek te verdoezelen. Daarbij is de inbreng van de gereformeerde theologie beslist niet minderwaardig, integendeel.
Huiswerk
De vragen die in het gesprek over en weer aan de orde mogen komen, raken de genoemde probleemvelden en met name de visie op de Schrift en de uitleg daarvan, de visie op het totale werk van de Middelaar, de visie op de Heilige Geest en Zijn werk in kerk en wereld, de visie op het verbond, op de kerk en de verhouding enkeling en gemeenschap. Vragen zijn er ook over rechtvaardiging en heiliging en de positie van de mens, en de leer van de laatste dingen. Me dunkt dat er huiswerk genoeg is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's