De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Actualiteit in het achterhoofd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Actualiteit in het achterhoofd

Studie ds. M.A. van den Berg over Calvijn en Daniël

8 minuten leestijd

In een bijzonder fraai uitgegeven boek geeft dr. M.A. van den Berg, hervormd predikant in Zoetermeer, het resultaat van zijn onderzoek naar de historische plaats en de principiele betekenis van Calvijns colleges en preken over Daniël.

Calvijn houdt de colleges in 1559/1560, ze worden in 1561 uitgegeven. De preken dateren uit 1552. Ze worden in 1565 min of meer clandestien uitgegeven, op verzoek van de gereformeerde kerkenraad van La Rochelle, één van de belangrijkste bolwerken van de hugenoten. De editie roept protest op van de diakenen van Genève, die zorgden voor een stenografische opname van Calvijns preken en zich het recht voorbehielden om ze uit te geven, mede ten bate van de arme vluchtelingen die in de stad een onderkomen zochten.
De vraag is natuurlijk hoe colleges en preken zich tot elkaar verhouden. Aan het einde van het onderzoek komt die vraag aan de orde. Maar eerder reeds geeft dr. Van den Berg aan dat er geen wezenlijk verschil tussen Calvijns colleges en diens preken bestaat. In beide gevallen gaat Calvijn uit van de tekst van de Heilige Schrift. En in beide gevallen speelt de context een wezenlijke rol. Bij de colleges over Daniël is het de situatie van de kerk in Frankrijk die hem al docerend voor ogen staat. Hoewel hij het land ontvlucht is, blijft hij altijd een Fransman. Hij woont niet meer in Frankrijk, maar zijn hart blijft er verkeren.

In de weg staan
Tegen deze achtergrond tekent dr. Van den Berg in het eerste hoofdstuk de historische context. Na de dood van de Franse koning Hendrik II brandt er een strijd los tussen de edelen die met geweld de heerschappij van de rooms-katholieke koers willen handhaven, en hen die de noodzaak van de reformatie van de kerk eventueel met de wapenen willen bepleiten.
In zijn studie laat dr. Van den Berg licht over de situatie vallen, zoals Calvijn die in zijn uitgebreide correspondentie tekent. Situatie en beoordeling daarvan leiden bij de reformator tot geen andere overtuiging dan die welke in de eerste uitgave van de Institutie (1536) al te lezen is en die ook terugkeert bij zijn uitleg van Daniël: wie met wapengeweld de boze wil weerstaan, staat God in de weg om te helpen. De strijd wordt bepaald ‘door de soevereine hemelse Meester, met wetten die u met des te grotere moed hebt te gehoorzamen, omdat Hij de zijnen kracht geeft tot aan het einde’.
In het tweede hoofdstuk geeft de auteur een overzicht van de gang van zaken bij Calvijns colleges. Deze zijn er met name op gericht om jongeren te vormen tot voormannen van de Reformatie in heel Europa. Calvijns colleges hebben een plaats gekregen binnen het geheel van zijn uitleg van de Schrift, min of meer in het verlengde van de aangepaste opvatting omtrent educatie in voorafgaande tijden. Het verschil ligt vooral in de methode en in de stof, ontleend aan het Woord van God.

Vraag
In twee grote hoofdstukken plaatst ds. Van den Berg Calvijns uitleg van de profetieën van Daniël vergelijkenderwijs tegenover de commentaren van Melanchthon en Oecolampadius. De eerste geeft zijn werk uit in 1543. Oecolampadius begint met zijn uitleg van Daniël al in 1528, de publicatie ervan valt in 1530. Deze twee hoofdstukken moeten dienen om Calvijns methode scherper in het vizier te krijgen.
Bij Melanchthon ligt van meet af een sterk accent op elementen die in het humanisme van Erasmus een redelijk grote rol spelen, de retoriek en de dialectiek. Bij zijn exegese komt er ruimte vrij, aanzienlijk sterker dan bij Calvijn, voor een methode die voor zijn werk kenmerkend zou blijken. Dr. Van den Berg spreekt in dit verband over de locimethode, en hij verwijst naar de bekende Loci communes, het dogmatisch hoofdwerk, dat van beslissende betekenis zou blijken voor de vorming van het doctrinaire karakter dat de Reformatie zou gaan dragen.
Dr. Van den Berg gaat daar uitvoerig op in. De lezer merkt dat hij zich met plezier laat gaan in deze materie. Hier vallen immers ook beslissingen. Maar het lijkt me toch een vraag of op dit punt een diepingrijpend verschil tussen Melanchthon en Calvijn valt aan te wijzen. De Wittenberger komt via de brief aan de Romeinen tot zijn dogmatisch werk. Precies hetzelfde kan gezegd worden van de tweede druk van de Institutie, waarmee de reformator uit Genève in 1539 voor de dag zou komen.
Inhoudelijk maakt het geen groot verschil uit. Ook bij Calvijn komt de dogmatiek immers op een bepaalde manier los te staan van de exegese. Op dit punt is er van een groot verschil niet of slechts weinig sprake. In beide gevallen is er een weg geopend waarop de dogmatiek en de exegese uit elkaar zouden kunnen groeien, hetgeen in de geschiedenis van de theologie wel heel duidelijk het geval is geweest.

Niet zoveel nieuws
Dr. Van den Berg geeft na deze overwegingen wat betreft de methode een overzicht van de inhoud van Melanchthons commentaar op Daniël. Hier blijkt nu dat de interessante uitweiding over de methodiek van Melanchthon weinig dienst doet bij de weergave van de inhoud van de Daniëlcommentaar. De fundamentele waarheid blijkt te bestaan in de overeenkomst tussen Daniël en Paulus. In de vijftig bladzijden die aan Oecolampadius zijn gewijd, treffen we geen brede weergave van diens methode aan. Over de reformator van Bazel, die een sterke invloed heeft gehad in de ontwikkeling van een gereformeerde traditie, is ook nog niet zoveel nieuws te melden. Het wordt me niet duidelijk waarom de sprong terug in de geschiedenis wordt gemaakt. Zo veel wezenlijk materiaal waardoor Calvijns commentaar sterker geprofileerd zou kunnen worden, komt er nu niet bij tevoorschijn.

Eigen context
Het is alsof we in een geheel andere thematiek terecht komen als in het vijfde hoofdstuk Calvijn zelf, op de helft van het boek, ter sprake komt. Hier ligt inderdaad de interesse van ds. Van den Berg. Zij komt sterk naar voren in de verbinding die hij legt tussen het rijk van Christus en de ware vroomheid. Het geestelijke rijk van Christus staat tegenover alle wereldlijke rijken die vertegenwoordigd zijn in Babel, Perzië, Macedonië en Rome. Het is duidelijk dat bij Calvijn de eigen context veel meer evident tevoorschijn komt dan bij zijn voorgangers. Het is de kerk onder het kruis die hij tussen de regels door – maar ook op een directe manier – aanduidt als vervolgde en aangevochten kerk. De bladzijden die dr. Van den Berg wijdt aan de vroomheid in al haar aspecten van gebed, geloofsstandvastigheid, eerbied voor het Woord, rust in Gods voorzienigheid, zijn bijzonder waardevol. Zij illustreren het thema dat in vrijwel het gehele oeuvre van Calvijn terugkeert: hoe een christenmens kan leven in déze wereld. Op een anti-apocalyptische manier, zoals de titel van het boek aangeeft.
Hier zoekt Calvijn een blik te slaan in de spiegel van persoonlijke vroomheid, zoals Daniël hem die voorhoudt. Wellicht mogen we zeggen dat voor Calvijn daar de mogelijkheid ligt om onder totaal verkeerde heersers geduld te oefenen en rustig te wachten op Gods wraak. Zo wordt Calvijns uitleg geen staving van het verzetsrecht, maar veel meer een martelarenspiegel, geen oproep tot verzet, zelfs niet in het verborgen.

Meer gehoord?
In de slotbeschouwing van hoofdstuk 6 komt de vraag ter sprake of Calvijn radicaler of gematigder is geworden. Daarbij komt de uitgave, die in La Rochelle (1565) plaatsvond, omstandig en gedetailleerd ter sprake. Hebben de uitgevers van de preken meer gelezen of gehoord in de taal van de kansel dan er te beluisteren viel in de colleges van Calvijn? De conclusie van dr. Van den Berg is dat Calvijn alleen maar voorzichtiger is geworden, vooral toen het politieke en religieuze klimaat Frankrijk rijp maakte voor de godsdienstoorlogen. Hij wilde volle ruimte blijven houden voor een ingrijpen van God, meer dan voor een werkelijk actie van verzet. Ds. Van den Berg heeft Calvijns exegese van de profetieën van Daniël in nauw verband gebracht met de actuele situatie in Frankrijk. Calvijn heeft vastgehouden aan zijn standpunt dat we het koninkrijk van Christus niet met het geweld van wapenen kunnen bevorderen. Het Woord van God bleef voor hem het specifieke middel om in de eigen tijd te bouwen aan het rijk van God.

Warm
Dr. Van den Bergs studie is breed van opzet. Zij steunt op de beschikbare bronnen. Zij geeft blijk van kennis van en van inzicht in de standpunten in de literatuur. De behandeling van de thematiek en de stof is allerminst schraal te noemen. Met royaal gebaar geeft hij als in excursen overzichten van achtergrond en samenhangen, die zijn stof in een breed kader plaatsen. De presentatie is warm, niet wollig. Het geheel is een felicitatie waard. Het boek verschijnt in het Calvijnjaar en neemt daarin terecht een eigen, blijvende plaats in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Actualiteit in het achterhoofd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's