De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezonde honger

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezonde honger

Vierde zaligspreking maar deels vervuld op aarde

6 minuten leestijd

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, zegt de Heere Jezus in de vierde zaligspreking, want zij zullen verzadigd worden. Een gezonde honger, die nooit overgaat.

Als het goed is, gaat een kind dat geboren wordt meteen hard huilen. Een teken van gezondheid. Wordt een mens wederom geboren, dan gaat hij of zij ook huilen.
Dat bedoelt de Heere Jezus in de Bergrede met de eerste zaligspreking: ‘Zalig die treuren.’ Dat is: huilen, niet vanwege de gevolgen van de zonde, pijn, ziekte, handicap, leed, rouw of iets anders ellendigs, maar over de zonde zelf. Treuren, niet met krokodillentranen van vroomheid, maar met de dikke tranen van oprechte spijt. Huilen vanwege het feit dat God niet aan Zijn eer komt.
Verdriet over de zonde is een teken van geestelijke gezondheid. In dat gezonde geloofsleven wordt diezelfde treurende mens dan ook zachtmoedig. Dat is geen zachtaardigheid, maar een steeds meer gaan wachten op God. Een stap naar beneden doen op de trap van verootmoediging en de HEERE ootmoedig verwachten.

Honger
Een gezonde baby huilt ook telkens – zelfs iedere dag meer dan eens – als teken van honger en van dorst. Zonder dat kan een mens niet leven, en ook niet groeien. Zo is het in het geestelijk leven ook. Daarom volgt uit de mond van de Heere de vierde zaligspreking: ‘Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid’ (Matth. 5:6). Ieder mens, van welke levensovertuiging dan ook, is op zoek naar geluk. Dat gebeurt op totaal verschillende manieren en op de meest vreemde plaatsen. De één zoekt het in genot: de hedonist. De ander in bezit: de kapitalist. Een derde in wetenschap en kennis: de filosoof. Een vierde in godsdienstigheid: de farizeeër. En ga zo maar door. ‘Het leven is een pijpkaneel’, zei een bekend Nederlands schrijver, ‘elk zuigt eraan en krijgt zijn deel.’
Nu is het zo dat wie het geluk op aarde zoekt, het nooit zal vinden. Op het moment dat hij het denkt te hebben, glipt het hem uit de handen. Geluk laat zich wel najagen, maar niet grijpen. Je moet iets heel anders zoeken om werkelijk geluk te vinden. Een voorbeeld maakt duidelijk wat ik hiermee bedoel. Iemand die pijn heeft, wil daarvan zo snel mogelijk verlost worden.
Zo zijn gelukzoekers, zij willen hun pijn kwijt. Maar een patiënt die pijn heeft, moet om echt beter te worden niet van de pijn, maar van de kwaal af. Niet de pijn moet worden weggenomen, maar de oorzaak ervan. De oorzaak van alle ellende in het leven is de zonde. Daarvan begeren verlost te worden, dat is nu hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

Recht voor God
Gerechtigheid is in Oude en Nieuwe Testament een belangrijk woord. Het Hebreeuwse woord tsedaka ligt allereerst in de juridische sfeer. ‘Gods gerechtigheid is straffende gerechtigheid’, schrijft ds. C. den Boer in Op verkenning in het Nieuwe Testament. Maar tegelijk betekent het dat de Heere Zijn volk een rechtvaardige behandeling geeft en dat Hij het naar Zijn beloften door Zijn gerechtigheid redt.
Vooral Jesaja spreekt over Gods gerechtigheid als over Zijn heilrijk handelen.’
Gods gerechtigheid wordt door Hem geschonken uit genade, maar daarin leert Hij mensen aan anderen gerechtigheid te doen. Het is ‘vreemde’ vrijspraak: God spreekt des doods schuldigen vrij van hun verdiende vonnis, omdat Zijn gerechtigheid de schuld aan Zijn Zoon heeft gegeven. Dat is de rechtvaardiging van de goddeloze. Wie deze ontvangt, wil ook van harte recht voor God en mensen leven. Dat heet: heiliging. Dat is vrij willen zijn en blijven van de zonde. Het is terugverlangen naar het paradijs, waarin mensen mochten leven in ‘ware gerechtigheid en heiligheid’, zoals vraag en antwoord 6 uit de Heidelbergse Catechismus zegt. Dan wil je ook vrij zijn van de macht van de zonde en van je verkeerde neigingen. Ja, zelfs van het verlangen ernaar, omdat dat God zo’n verdriet doet. Wie hongert en dorst naar de gerechtigheid, die wil bevrijd worden van zijn eigen ik en wil als Jezus Christus zijn, de Enige, Die recht voor God staat.

Verloren zoon
Hongeren en dorsten wil ook zeggen: het zelf niet bezitten. Als je ergens naar verlangt, dan heb je het nog niet. Het is dus ronduit belijden dat ik niet meer kan goedmaken wat er tussen God en mij is gekomen: die dodelijke verwijdering.
Toen de verloren zoon van de honger verging en hij tot zichzelf gekomen was, stond hij op en ging naar vader. Zo staat ieder die naar gerechtigheid uitziet, ook heel concreet op. Dan blijf je niet in de zonde liggen, maar je bekeert je en gaat naar de Heere en houdt je lege hand op bij die Vader. En Deze geeft je onverwijld te eten in ruime overvloed! Het Griekse woord voor ‘verzadigd worden’ betekent letterlijk: u zult te eten krijgen!

Golgotha
Waar gebeurt dat dan? Waar staat de tafel van genadebrood en liefdewijn? Op Golgotha! Daar gebeurt wat Paulus de Korinthiërs predikt als de inhoud van het heerlijk evangelie: ‘Want Dien, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij (God, de Vader) zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem’ ( 2 Kor. 5:21). Op de heuvel buiten Jeruzalem wordt immers het bloed vergoten dat van alle zonden reinigt. Christus laat Zijn lichaam verbreken om de band met God te herstellen. Daar roept de lijdende Borg het mij, zondig mens, toe: ‘Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.’
Van deze heerlijke dingen is het Heilig Avondmaal een afbeelding: U zult te eten krijgen. Aan die tafel kunnen hongerige en dorstige zielen terecht om te smaken en te proeven dat de Heere goed is. Wat Jeremia al profeteerde, mogen wij daar belijden: ‘In die dagen en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; Juda zal verlost worden en Jeruzalem zeker wonen; en deze is het die daar roepen zal: ‘De HEERE, ONZE GERECHTIGHEID!’ (Jer. 33:15, 16)
Net als gewone honger komt deze geestelijke honger steeds weer terug. Hoe meer ik groeien mag in het geloof, des te meer verlang ik ernaar gespijzigd en gelaafd te worden samen met de gemeente aan Zijn tafel. En iedere keer mag ik er verwonderd over zijn Zijn gast te mogen wezen. Dan mag ik genieten van de overvloed van liefde die Hij uitdeelt.

Ten dele
Toch wordt de belofte die aan deze honger en dorst is verbonden, hier op aarde maar ten dele vervuld. Maar als het Koninkrijk gekomen zal zijn en Jezus met Zijn gemeente opnieuw uit de beker drinken zal in het Koninkrijk van Zijn Vader, dan word ik met allen die hongerden en dorsten naar de gerechtigheid verzadigd met Zijn goddelijk beeld. Dan zijn honger en dorst voorbij en is daar de eeuwige verzadiging van vreugde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gezonde honger

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's