De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

6 minuten leestijd

Marcel ten Hooven en Ron de Jong: Gezag en vrijheid. Geschiedenis van de Christelijk-Historische Unie, 1908-1980. Uitg. Boom, Amsterdam; 369 blz.; € 29,50. Jos de Heer: Lucas. Acta, 3. Jezus Passie. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 376 blz., € 35,00.

Marcel ten Hooven en Ron de Jong:
Gezag en vrijheid. Geschiedenis van de Christelijk-Historische Unie, 1908-1980.
Uitg. Boom, Amsterdam; 369 blz.; € 29,50.

De Christelijk-Historische Unie, die in 1908 werd opgericht, wordt in dit boek geduid met woorden als ondogmatisch; stille kracht; betrouwbaar maar bedaagd; wars van organisatie, ideologische scherpslijperij of politiek vertoon; gemoedelijk; gezapig; bijna een vriendenclub; en verder vooral als een hervormde partij. Hoofdstuktitels en de onderverdelingen van het eerste deel Een stille kracht, waarin Marcel ten Hooven onder meer de mentaliteit van de CHU(’ers) schetst, geven dat aan: ‘Meer een levenshouding dan een politieke keuze’, ‘Wij wensen te blijven onszelf’. Ten Hooven baseert zijn verhaal mede op vraaggesprekken met nog levende partijgangers, onder wie oud-ministers Veerman en Deetman.
In het tweede deel worden de ontwikkelingen binnen de CHU vanaf de oprichting in 1908 tot de fusie met KVP en ARP in 1980 minutieus beschreven. De achtergrond van het ontstaan van de CHU komt daarin aan de orde en verder: De CHU onder het districtenstelsel 1908-1918, De CHU in het interbellum, Bezetting, Doorbraak en de Indonesische Onafhankelijkheid, De CHU in de jaren vijftig en ten slotte het ‘lectoraal verval’ en de weg naar het CDA. Alle partijprominenten, volgens de auteurs nooit zo spraakmakend als ARP’ers, passeren uiteraard de revue.
Als hervormde partij tekenden zich de jaren door binnen de CHU ontwikkelingen af die zich in de Hervormde Kerk voordeden. De CHU wees zuilvorming om principiële redenen af en had, anders dan de ARP, geen eigen scholen, kranten en omroepen. Daardoor alleen al was ze weinig ‘militant’. Ten Hooven geeft aan dat in de na-oorlogse jaren de Doorbraak huis hield binnen de CHU. De naam van de hervormde hoogleraar G.C. van Niftrik, leerling van Barth maar zelf politiek nooit doorgebroken, valt meer dan eens. De Jong geeft aan welke gevolgen de Doorbraak (van socialisten en confessionelen naar de PvdA) voor de CHU heeft gehad. De uitstroom van CHU’ers naar de PvdA werd namelijk gecompenseerd door een instroom uit andere partijen.
Volgens freule Wttewaal van Stoetwegen, jarenlang markant boegbeeld van de partij, waren er in 1946 heel wat kiezers teruggekomen ‘die in 1937 wegens Colijn naar de ARP waren gegaan’. Dat is een verrassend element.

Bij alle waardering die ik voor dit boek heb, plaats ik toch een paar kritische kanttekeningen. Notoire dwarsliggers binnen de partij krijgen ook aandacht, zoals het vermaarde Eerste Kamerlid F.C. Gerritson, de dichter Geerten Gossaert, die de onafhankelijkheid van Indonesië zijn levenlang ‘een onvergeeflijke schande’ bleef noemen en de groot-Nederlandse gedachte voorstond. Andere critici of kritische bewegingen blijven echter ongenoemd of onderbelicht. Uiteraard krijgt Ph.J. Hoedemaker aandacht. De CHU als partij van (confessionele) hervormden gaat grosso modo op hem terug. Maar de jaren door zijn er critici geweest die stelden dat de CHU niet Hoedemakeriaans, ofwel theocratisch genoeg was. De rabiaat antipapistische Hervormd Gereformeerde Staatspartij van ds. C.A. Lingbeek, die van oordeel was dat de CHU te mild was tegenover Rome, ontbreekt echter. Ook de Protestantse Unie van A.A. van Ruler komt nauwelijks uit de verf, al komt het boek van H. Spanning In dienst van de theocratie. Korte geschiedenis van de Protestantse Unie en de Centrum gespreksgroep in de CHU wel voor het voetlicht. Maar het is onbegrijpelijk dat een theocraat als Van Ruler zelf in de naam- en literatuurlijst niet voorkomt. In dit verband noem ik het ook een manco dat drs. G. van Leijenhorst slechts twee keer wordt genoemd, louter als ‘conservatief’ lid en (daarom) lid van de Centrumgespreksgroep. Dat hij op vitale momenten al vanaf de jaren zeventig, voor de oprichting van het CDA, een afwijkend standpunt innam – met name inzake wetgeving aangaande gokken, abortus en euthanasie – ontbreekt, evenals zijn inzet voor het Hoedemakeriaanse gedachtegoed, onder andere in het gewijzigde beginselprogram van de CHU.

Al met al een mooi, gedocumenteerd boek, met vooral aandacht voor de hoofdlijn en te weinig aandacht voor de kritische flank en bepaalde kritische randgangers.

J. van der Graaf, Huizen

Jos de Heer:
Lucas. Acta, 3. Jezus’ Passie.
Uitg. Meinema, Zoetermeer; 376 blz., € 35,00.

Met de verschijning van het derde deel heeft Jos de Heer zijn verklaring van het Lukasevangelie afgerond. In vergelijking met de beide vorige delen, die in ongeveer 750 bladzijden de hoofdstukken 1 tot en met 13 behandelden, is dit deel, gewijd aan Lukas 14-24, beknopter van opzet. De lezer mist daardoor wel een aantal exegetische details, maar daar staat tegenover dat de lezer beter dan in deel 1 en 2 de draad van het betoog kan vasthouden. Overigens is de opzet van het werk gelijk aan de vorige delen. De schrijver heeft veel aandacht voor structuur en compositie en laat dikwijls treffende verbanden zien. Zo tekent hij bij Lukas 20 en 21 aan dat de evangelist hier een fundamentele continuïteit aanwijst tussen Jezus’ optreden in de synagoge van Kapernaüm op één dag en zijn onderwijs in de tempel, waarbij een vijftal gebeurtenissen zich eveneens op één dag afspeelt.
De uitleg van de verschillende perikopen is beknopt, maar doorgaans ter zake. Ik noem een enkel voorbeeld. Bij de bespreking van Lukas 16:1-8 interpreteert de schrijver de handelwijze van de rentmeester ten opzichte van de schuldenaars als gesjoemel. Moeilijk blijft dan dat zijn heer hem prijst. Die moeilijkheid wordt ondervangen door de exegese van Derrett en anderen, waarbij de door de rentmeester kwijtgescholden som het bedrag is dat de rentmeester eigenmachtig boven hetgeen toegestaan was geïncasseerd had. De schrijver gaat daar echter aan voorbij.
Grote aandacht besteedt de schrijver aan het lijdensverhaal in de weergave van Lukas. Of je kunt zeggen dat Lukas verreweg de meeste informatie over Judas geeft, lijkt me wat gezocht. Mooi is het verband dat hij aanwijst tussen het proces van Jezus en dat van Stefanus. Een vraagteken zet ik achter de bewering dat farizeeën geen deel uitmaakten van het sanhedrin. Dat lijkt me gelet op Handelingen 23:6 een te boude bewering.
Bij de bespreking van Lukas 21 merkt De Heer op dat Lukas de woorden van Jezus gekleurd heeft weergegeven vanuit de latere historische gebeurtenissen van de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel door de Romeinen. Het is waar dat Lukas na 70 schrijft en op de gebeurtenissen terugziet. Toch staat de opmerking van de schrijver in tegenspraak tot wat enkele bladzijden verder – naar mijn mening terecht – gezegd wordt, namelijk dat de beschrijving niet ingekleurd is door de feitelijke gebeurtenissen rond 70 maar ontleend is aan de profetische beschrijvingen van de verovering van Jeruzalem door Nebukadnezar in 586 v.Chr.. Wat betreft vers 24 zou ik sterker dan de auteur doet willen spreken van een toekomstperspectief voor Jeruzalem.

Ik volsta met deze enkele opmerkingen. Het geheel is een mooi werkboek geworden, dat goede diensten kan bewijzen bij de voorbereiding van preek en bijbelstudie. Een hartelijke gelukwens aan het adres van de schrijver die in een betrekkelijk kort tijdsbestek dit werk naast zijn werk als gemeentepredikant in Ouderkerk aan de Amstel completeerde, is op zijn plaats. Ik hoop dat het hem lukt om ook het tweede boek van Lukas op deze wijze van commentaar te voorzien.

A. Noordegraaf, Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's