De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

7 minuten leestijd

Dr. C.G. Geluk over dr. A. van de Beek (I)
God doet recht. Een prachtige titel voor het nieuwste boek van prof.dr. A. van de Beek. Maar de inhoud ervan heeft mij teleurgesteld. Een recensie ervan kregen we van dr. C.G. Geluk in De Waarheidsvriend van 12 februari. Hij heeft ook vragen bij veel onderwerpen, maar noemt lezing van het boek een boeiend avontuur. Je moet bij theologen soms opletten om te merken welke kant ze op gaan. Het is niet aan mij zo’n analyse te geven; ik ben een meelevend gemeentelid, wel met theologische belangstelling maar geen theoloog.
Toch een reactie. Mij bekroop het gevoel dat de gedachten eenzijdig zijn en dat hier het evenwicht in de theologie zoek is. Als alles al geschied is op Golgotha, waar blijven de goddelozen dan in het gericht? Als wij persoonlijk geen deel hebben aan het offer van de Heere Jezus Christus aan het kruis op Golgotha, waar komt God dan aan Zijn recht? Bovendien loop je de kans dat je de lijdende Middelaar zo uitvergroot, dat er voor verheerlijking nauwelijks nog plaats is. De Bijbel leert ons dat er nog een heerlijke toekomst komt voor allen die God vrezen. Geen oor heeft het gehoord en geen oog heeft het gezien. In het bijbelboek Openbaring wordt er ons iets van getoond. Als je de eschatologie (leer der laatste dingen) laat opgaan in wat geschied is aan het kruis van Golgotha, dan zeg je eigenlijk: de lijdende Christus, dat is dan ook de heerlijkheid. Als gezegd zou zijn dat het lijden van de Middelaar ook in Zijn heerlijkheid grote eer krijgt (de doorboorde handen), dan stem ik daarmee in.
Nu was ik benieuwd wat te lezen over de laatste dingen, maar ik lees: er komt niets nieuws meer, want alles is al geschied. Als je naar de wereld om ons heen kijkt, dan zie je er niets van dat God recht doet. Daarom ligt een zeer wezenlijk aspect van het recht doen nog in de toekomst.

J. ten Hove, Wezep

Dr. C.G. Geluk over dr. A. van de Beek (II)
Ds. C.G. Geluk schrijft in zijn bespreking van het laatste boek van prof.dr. A. van de Beek het volgende: ‘Mijns inziens maakt het klassieke avondmaalsformulier (…) een grondfout, en wel in de zin (die Van de Beek met instemming citeert): ‘… en verkondigen hun (degenen die in de genoemde zonden blijven) dat zij geen deel in het Rijk van Christus hebben.’ Als het dan ook nog voor mogelijk wordt houden dat je gericht en verdoemenis ‘des te zwaarder’ wordt, dan zorgt dit voor veel verwarring en avondmaalsvrees. ‘Een’ oordeel (tuchtiging) is voor velen ‘het’ oordeel (verloren gaan) geworden.’
Ik teken een ernstig protest aan tegen deze exclamatie. Dr. Geluk gaat ervan uit dat dr. Van de Beek de gewraakte zinsneden uit het avondmaalsformulier met instemming citeert, maar distantieert zich er zelf van. Hij noemt het zelfs een ‘grondfout’, omdat tuchtiging in de Bijbel schijnbaar altijd alleen het behoud van de zondaar op het oog heeft.
Mijns inziens is het laatste echter de grondfout in de redenering van ds. Geluk. In 1 Korinthe 11:30-32 wordt wel degelijk de mogelijkheid genoemd dat wij met de wereld veroordeeld zouden worden (namelijk als wij onboetvaardig blijven). Geheel in die lijn betuigt de Schrift: ‘Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem’ (Joh. 3:36). Daarom miszegt het avondmaalsformulier niets als het de ergerniswekkende zondaar (en daar gaat het immers over) het oordeel Gods verkondigt zolang hij in zulke genoemde zonden blijft. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat wie de betreffende passage uit het avondmaalsformulier schrappen wil, zich aan een andere grondfout schuldig maakt, namelijk het prediken van een goedkope genade. Wie de vloek en het oordeel van God over de onboetvaardige zondaar, die in ergerniswekkende zonden blijft leven, ernstig neemt, moet ook verkondigen dat zo iemand geen deel in het rijk van Christus heeft en bezig is verloren te gaan (1 Kor. 1:18) Dat is een bijbelse waarheid die we niet mogen verbergen voor de gemeente.

Beseffen wij wel wat dit soort opmerkingen uitwerken in onze eigen achterban? Ik zou er een kwaad geweten van over kunnen houden, zijnde een dienaar des Woords die zijn leven lang het oude formulier voor de bediening van het Heilig Avondmaal in avondmaalsdiensten (of in de voorbereiding daarop) heb voorgelezen. Ik heb daardoor volgens dr. Geluk voor veel verwarring en avondmaalsvrees gezorgd. Waarvan acte. Zie echter dr. W. van ’t Spijker over het klassieke avondmaalsformulier in Bij brood en beker (blz. 390vv).

C. den Boer, Barneveld

Dr. C.G. Geluk over dr. A. van de Beek (III, slot)
Ter verduidelijking van wat ik over het avondmaalsformulier heb geschreven, wil ik het volgende naar voren brengen.
Wie in Christus gelooft, is behouden. De zekerheid hiervan ligt in Christus, niet in onze werken. Wij worden niet door onze goede werken behouden. De keerzijde hiervan is: als wij behouden zijn, dan kunnen wij niet meer door onze zondige werken verloren gaan. Het is 100 procent genade.

Een gelovige kan in zonde vallen en aan zonde vasthouden. Dan wandelt hij in de duisternis en niet in de gemeenschap met de Vader. De relatie met Hem is dan niet verbroken maar door ongehoorzaamheid verstoord. Een gelovige kan hierdoor ‘verachteren’ in de genade. Hierdoor loopt hij schade op in het geestelijk leven, maar God laat hem hierom niet vallen. Anders zouden werken toch nog doorslaggevend zijn.
Het Heilig Avondmaal is voor gelovigen ingesteld. Het zijn gelovigen die zich op de viering ervan voorbereiden en die in het formulier worden aangesproken met het oog op het toeleven naar de viering.
Als in het formulier gezegd wordt dat gemeenteleden die zich met bepaalde zonden besmet weten zich van de tafel des Heeren dienen te onthouden, dan gaat het over gelovige gemeenteleden. Als het over ongelovigen zou gaan, dan zouden geen concrete zonden genoemd hoeven te worden, althans niet in relatie tot de viering van het avondmaal. Een ongelovige hoort sowieso niet aan het avondmaal. Als het om ongelovigen zou gaan, zou ermee volstaan kunnen worden om dat te zeggen. De vragen van de levensheiliging – en daarover gaat het in het avondmaalsformulier – kunnen in hun leven niet voortvloeien vanuit de rechtvaardiging. In de context van het Heilig Avondmaal kan het aan de orde stellen van deze vragen met het oog op ongelovigen dan ook geen pastorale functie hebben.
Gelovigen kunnen – in de lijn van 1 Korinthe 11 – wél aangesproken worden op hun levensheiliging. Dat doet Paulus. De verhoudingen in de gemeente te Korinthe zijn niet goed. Wijst Paulus hen nu als ongelovigen aan? Dreigt hij met het eeuwig oordeel, met een zwaardere verdoemenis? Nee, hij roept op tot zelfbeproeving en daarmee tot het breken met de door hem gesignaleerde concrete zonden. Ware zelfbeproeving leidt tot deelname aan het avondmaal. De gelovige die zichzelf niet beproeft en in zijn zonden volhardt en tegen beter weten in toch deelneemt, is niet oprecht. Hij kwetst de liefde van de Heere. Hij eet en drinkt zichzelf ‘een’ oordeel. Paulus spreekt van ziekte, zwakte en ontslapen. Hierbij gaat het om het oordeel van Gods kastijding. De Heere kastijdt degenen die Hij liefheeft, Zijn kinderen, die niet meer verloren kunnen gaan.

Ds. Den Boer verwijst naar Johannes 3:36b en 1 Korinthe 1:18 met het oog op de verschrikkelijke realiteit van het verloren kunnen gaan. Ik huiver met hem. Ik meen alleen – dat zal uit het voorgaande duidelijk zijn – dat deze teksten niet ingebracht kunnen worden in de setting van het avondmaalsformulier.

C.G. Geluk, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's