De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Deze biddag is anders

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Deze biddag is anders

‘Besmettelijke hebzucht oorzaak van de crisis’

7 minuten leestijd

De biddag van volgende week zal anders zijn dan voorheen. Waren we niet jarenlang verlegen met het gebed voor gewas en voor arbeid, omdat het Nederland zo goed ging? De komende week zullen de predikanten echter minder dan ooit moeite hebben met de toepassing in de biddagpreek.

Een vijftiger meende het enige jaren geleden serieus, toen hij zei: ‘Als er ooit nog eens een crisis komt zoals rond 1930 het geval was, dan hebben wij tenminste mooie jaren achter de rug.’ Serieus werd zo’n opmerking niet genomen, want niemand in ons land rekende echt met een kredietcrisis, het begrip dat nu al kenmerkend voor 2009 is.
De grootste tegenslag die ons in materieel opzicht kon overkomen, was toch een week of vijf overvloedige regen of juist een iets langere periode met geen neerslag? Dan steeg op de markt de prijs van de groente iets of kregen de boeren iets minder of juist meer voor de oogst. En als het elders oorlog was, moesten we soms iets meer betalen voor de benzine, zonder dat het autogebruik in de goede zin omgebogen werd. Werd het ons Nederlanders echt te erg, dan konden we altijd nog staken …

Ontluisterende ervaring
Minister Wouter Bos van financiën noemt het zijn misschien wel meest ontluisterende ervaring van het afgelopen jaar dat niemand kon zeggen wat er precies aan de hand was en hoe lang de onzekerheid en de crisis duren. Experts geven nu toe de ernst onderschat te hebben – wat na de recente bekendmaking van premier Balkenende dat onze economie dit jaar met 3,5 procent krimpt, voorbij zal zijn. Het percentage is nagenoeg gelijk aan de verslechterde cijfers in ons nationale huishoudboekje in 1930, de tijd die we aanduiden als dé crisisjaren.
Aan de economische malaise die voortkomt uit de kredietcrisis, kunnen weinig Nederlanders zich onttrekken als ze in de spiegel van hun consumentengedrag kijken. Want het zijn niet alleen banken en verzekeraars die hun zaak niet op orde hadden, het was niet alleen de onaantastbare marktwerking waardoor toezicht en regels onvoldoende waren, het zijn ook de consumenten voor wie het nooit genoeg was. De financiële sector speelde er gretig op in. ‘Besmettelijke hebzucht is de oorzaak van deze crisis’, zei PvdA-minister Bos, als was hij predikant in een orthodoxe kerk.

Tirannie van het geld
Journalisten hebben het ons de afgelopen jaren aangeleerd allerlei gebeurtenissen te vertalen in geldelijke winst of economische schade. Een bezoek aan een buitenlands staatshoofd, provocerende uitspraken ten aanzien van de islam, een ongeluk op een verkeersknooppunt of een demonstratie – bij alles wordt doorgerekend wat het gevolg voor de schatkist is.
Geld heeft hierdoor een andere betekenis gekregen dan waarvoor het gemaakt werd – ruilmiddel tegenover goederen of diensten.
Geld is geworden tot een doel. De financiële wereld kwam op zichzelf te staan en verloor haar dienstbaarheid aan ons dagelijkse leven. Als we aan geld meer waarde toekennen dan het heeft en we denken ons geluk en welzijn ermee te realiseren, dan krijgt geld trekken van een afgod. En van een afgod word je slaaf – en daarom is het terecht als gesproken wordt over de tirannie van het geld. Abraham Kuyper zei het al: ‘Geld hoort niet bij de schepping.’

Laag dieper
Crisis is een woord met een negatieve lading. Daarom is bezorgdheid over de ontwikkelingen in de wereld en in ons land terecht. Het is nodig oog te hebben voor groepen in de samenleving die hard getroffen worden. En de christelijke gemeente zal vanuit haar diaconale attitude alert moeten zijn inzake de levensomstandigheden van broeders en zusters en van allen die ze tot haar naasten moet rekenen.
Tegelijk is waar – en dan komen we van het niveau van het zichtbare een laag dieper op het niveau van onze levenshouding – dat economische neergang en kredietcrisis ons volk tot bezinning moeten brengen. Daar zijn soms heel onprettige gebeurtenissen voor nodig. Wie meer doet dan de waan van de dag over zich heen laat komen, zal de oorzaak niet alleen bij de topbankiers met hun buitensporige bonussen leggen, maar ook eigen levensstijl en koopgedrag kritisch bezien. Zijn wij als christenen – ook de politici die vanuit een christelijke levensovertuiging hun taak verrichten – hiertoe niet als eerste geroepen? De verloren zoon uit Lukas 15 gaat ons er in voor. Hij verkwistte zijn vermogen en had ten tijde van een hongersnood niets om te eten, waarna we lezen ‘dat hij tot zichzelf gekomen is’. Wat zou het daarom winst zijn als in de discussie over het aantal koopzondagen doorslaggevend zou worden wat tot werkelijk welzijn van de werknemers en consumenten is.

Dialoog met de discipelen
De geschriften van de oudtestamentische profeten, de brieven van de evangelisten of het onderwijs van de apostel Paulus brengen op opvallende wijze aan het licht hoe vaak, hoe duidelijk en hoe radicaal gesproken wordt over het omgaan met ons bezit. Jezus heeft veel uitspraken gedaan over de economie – en daarbij is het opvallend dat Hij niet principieel tegen rijkdom is, dat Hij zelfs rijke vrienden heeft. Wel heeft Hij vanwege Zijn goddelijke wijsheid gezien hoe geld in staat is mensen ten onder te doen gaan, samenlevingen te laten ontsporen.
Het meest aangrijpend is dat de slavernij van het bezit een enorme blokkade kan zijn voor de toegang tot het Koninkrijk van God. Toen de rijke jongeling Jezus verlaten had (Mark. 10:22, 23), zegt Hij tegen Zijn leerlingen: ‘Hoe moeilijk zullen zij die rijkdommen bezitten, het Koninkrijk van God binnengaan!’ Het is goed om de dialoog tussen de Heiland en de discipelen te volgen. De twaalven zijn verbaasd over de uitspraken van hun Meester, die in Zijn woordkeus hen dan heel dichtbij komt: ‘Kinderen, hoe moeilijk is het dat zij die op rijkdommen vertrouwen, het Koninkrijk van God binnengaan!’ Jezus herhaalt. Als daarna de bekende uitspraak volgt over de kameel die makkelijker door het oog van een naald gaat dan een rijke het Koninkrijk binnen treedt, dan zijn ze ‘nog meer ontsteld’.

Geleend bezit
In Zijn onderwijs op aarde gaat de Zoon des mensen altijd tot de kern. Hij wijst ons hart aan als de plaats waar de weerstand moet worden gebroken, waar de beslissingen vallen en waar de crisis overwonnen wordt. Het zichtbare levensgedrag van christenen die meeliften op de welvaart, brengt ons niet bij de kern van het christendom, maar het onderwijs van Jezus wel. Wie daarvan weet en toch zijn hart zet op schatten die kunnen verroesten, lijdt schade aan zijn ziel.
Rentmeesters kunnen meezingen met Psalm 24: ‘Al de aard’ en alles wat zij geeft, met al wat er beweegt en leeft, is ’t wettig eigendom des Heeren’. Vanuit dat perspectief hebben we helemaal niets. Voorspoed is ons geschonken en rijkdom is ons geleend. Aards bezit is niet van ons, maar gegeven om God en de naaste ermee te dienen. Paulus schrijft in Filippenzen 4 dat hij weet van overvloed, maar ook van gebrek lijden. Als navolger van Christus heeft hij geleerd ‘tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik verkeer’.
Moeten wij het opnieuw leren om te leven uit de voorzienigheid van God, waardoor we Hem gaan belijden als de Schepper, die onderhoudt, beschermt en bewaart? Voor de gelovige is het leven dan de oefenschool om door zegeningen en tegenslagen heen Hem te vertrouwen als een almachtig God en als een getrouw Vader.

Laatste ernst
De jaarlijkse biddag zal zo niet alleen een dag van voorbede zijn: gebed om Gods zegen over de vrucht van het land en voor onze arbeid, gebed voor de miljoenen armen in deze wereld wier leven door de media in ons huiskamers gebracht is. Biddag is ook een dag van onderwijs voor de gemeente, opdat ze leren zal dat onze God de verdrukte recht doet en de hongerige brood geeft.
Die noties zijn niet slechts bedoeld voor mensen met een diaconaal hart, maar hebben te maken met de laatste ernst van het leven. Tegenover Felix spreekt Paulus (Hand. 24) over ‘rechtvaardigheid, matigheid en het komende oordeel’. Laten we bijeenhouden wat de Bijbel in één adem noemt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Deze biddag is anders

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's