De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leren luisteren naar God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leren luisteren naar God

Na zijn bekering verandert Calvijns relatie tot Bijbel

5 minuten leestijd

In het woord vooraf dat Calvijn op 22 juli 1557 voor zijn commentaar op de Psalmen schrijft, heeft hij het onder andere over zijn plotselinge bekering – of over zijn onverwachte bekering, zoals sommige geleerden de Latijnse tekst willen vertalen.

Er is veel over Calvijns bekering geschreven. De een probeerde vast te stellen wanneer die plaatsgevonden zou moeten hebben. Iemand anders ging wroeten in zijn relatie tot de Rooms-Katholieke Kerk; hij schrijft immers dat hij aanvankelijk hardnekkig vasthield aan het bijgeloof van het pausdom, zodat het hem niet gemakkelijk viel zich uit die diepe afgrond te bevrijden. Daarbij is opgemerkt dat de bekering waarover Calvijn het heeft nog geen volledige koerswijziging ten opzichte van de Rooms-Katholieke Kerk betrof. Calvijn schrijft namelijk dat zijn bekering begon met ‘enige smaak van de ware evangelische vroomheid’ die hem toch zo raakte, dat hij zich inspande om daarin verder te komen.

Docilitas
Als Calvijn het over zijn bekering heeft, schrijft hij dat God zijn hart door een onverwachte bekering bedwongen heeft tot docilitas. Degenen die over Calvijns bekering schrijven, vertalen dat woord docilitas verschillend. Soms met ‘leergierigheid’ of ‘ontvankelijkheid’. Ook wel met ‘gehoorzaamheid’. Maar er wordt nooit ingegaan op wat Calvijn precies met dat woord zou bedoelen, terwijl zijn bekering nu juist alles met dat docilitas te maken heeft.
Het Latijnse woord docilitas is afgeleid van het werkwoord docere, dat zowel onderricht geven als onderricht krijgen kan betekenen. Calvijns bekering hield in dat God zijn hart ‘bedwong tot de bereidheid zich te laten onderrichten’.
Dat heeft alles met het Woord van God te maken. Toen Calvijn tot bekering kwam, betekende dit dat zijn relatie tot de Bijbel totaal veranderde. De Heere God bracht hem er met kracht toe voortaan naar de Bijbel te luisteren. Dat is hetzelfde als luisteren naar God Zelf. Want God is een God Die spreekt. Niet op een afstand, God daalt tot ons af en komt tot ons in Zijn Woord.

School
Calvijn gebruikt voor de Bijbel vaak het beeld van ‘de school van God’. Hij kende dat beeld uit de christelijke literatuur en gebruikt het voor de Bijbel, omdat God ons via de Bijbel onderricht geeft (zie bv. 2 Tim. 3:17).
Het gaat in dat onderricht om kennis. Daarom gebruikt Calvijn in dat verband vaak het woord wijsheid. Hij noemt de Bijbel de school van de ware wijsheid, omdat we God alleen via de Bijbel leren kennen als de God van ons heil. In dat verband citeert Calvijn meer dan eens 1 Korinthe 1:21. In zijn uitleg van die tekst wijst hij erop dat het aanschouwen van Gods schepping ons tot ware kennis van God zou moeten brengen, omdat God daarin zijn wijsheid geopenbaard heeft. Maar het ligt aan ons dat het onderricht van God in de school van de schepping ons niet verder brengt dan dat we een vaag besef van God hebben, zodat we ons niet tegenover God verontschuldigen kunnen. We hebben de Bijbel en de verkondiging nodig om ware wijsheid te leren.
Als we preken van Calvijn lezen, komen we het beeld van de school vaak tegen. Meer dan eens zegt hij dat we ons niet zo gemakkelijk laten onderrichten door wat God ons in zijn Woord zegt. In een preek over Job 28:1-9 merkt hij op: ‘De eerste les die we leren moeten als we naar de school van God gaan, is dat we, zoals Paulus zegt (in 1 Kor. 3:18), dwaas worden.’ Onze wijsheid moeten we opgeven en we moeten vervuld worden met Gods wijsheid.

Erkennen
Calvijn wil hiermee niet zeggen dat het helemaal niets voorstelt dat we verstand hebben en studeren kunnen. Onze natuurlijke scherpzinnigheid is een gave van God en alle vrije kunsten en wetenschappen die ons wijsheid verschaffen, zijn ook door God gegeven. Maar de waarde van die wijsheid is beperkt; ze kan niet doordringen in het Koninkrijk van God.
Calvijn is ook positief over wijsheid die we van nature hebben of die we in de ervaring van het leven opdoen. Maar van beslissende betekenis in alle wijsheid is onze houding ten opzichte van God. We moeten ons niet tegenover God opstellen en zelf heersen willen. Dat is de wijsheid van de wereld die in de ogen van God dwaasheid is. Calvijn roept ons op om ons met al onze geschonken en verworven wijsheid aan God te onderwerpen en te erkennen dat we hetgeen we weten niet aan onszelf danken maar aan God. We moeten ons door God laten leiden. In de ogen van de wereld is dat wel dwaas, maar dat is wijs in de ogen van God (Calvijns uitleg van 1 Kor. 3:18-19).

Bescheiden
Het vraagt dus een bepaalde houding van ons als we leerlingen in de school van God willen zijn. We moeten bereid zijn ons te laten onderrichten. Calvijn wijst er in dit verband vaak op dat we bescheiden en ootmoedig moeten zijn. We moeten ons niet laten leiden door wat we zelf bedenken. We moeten zo bescheiden zijn, dat we ons houden willen aan wat God ons allen leren wil (preek over 1 Tim. 1:5-7).
Echt gehoor geven aan wat God zegt lukt niet als we denken dat we veel weten. Onze trots staat ons in de weg. We zijn er dan op uit nieuwe dingen te bedenken. Maar God wil leerlingen hebben die ootmoedig zijn (preek over 1 Tim. 1:3-4). Als we profiteren willen van het onderricht dat God in Zijn Woord geeft, moeten we beginnen met nederigheid en kleinheid (preek over 1 Tim. 6:3-5).

Levenslang
In de school van God is Calvijn zelf ook leerling. Je verbeeldt je wel heel wat, zegt hij in een preek over Psalm 119:9-17, als je de preekstoel bestijgt en meent in de naam van God te spreken, terwijl je niet goed onderricht bent in het Woord van God. Als we anderen onderricht geven, is dat alleen echt mogelijk als we zelf bereid zijn om te leren. Ik spreek hier niet opdat jullie naar mij luisteren, merkt hij vervolgens op. Ik moet van mijn kant leerling van God zijn. Het woord dat ik spreek, moet voor mijzelf van betekenis zijn. Wat een ongelukkig mens ben ik anders. We kunnen wat de Schrift betreft alleen maar over ware kennis beschikken als we erkennen dat God levenslang onze schoolmeester moet zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Leren luisteren naar God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's