De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In een hof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In een hof

Meditatie: Johannes 18:6

4 minuten leestijd

In de lijdenstijd heeft iedere evangelist in zijn boodschap iets eigens. Iets wat we in andere evangeliën niet lezen. Zo ook bij Johannes. Zonder tijdsaanduiding spreekt hij over Christus lijden.

'Toen Hij dan tot hen zei: Ik ben het, gingen zij achterwaarts en vielen ter aarde.'

In de paaszaal heeft het hogepriesterlijk gebed geklonken. Na het ‘Amen’ valt een geladen stilte die de Heiland Zelf moet doorbreken. Met Zijn discipelen gaat Hij de stad, Jeruzalem, uit, over de beek Kedron. Die naam doet ons denken aan koning David, die op de vlucht voor Absalom was en ook over de Kedron trok. In deze paasnacht trekt Davids Grote Zoon, Jezus Christus, erover. Wat een tegenstelling met enkele dagen terug, toen het ‘Hosanna’ klonk.

Nu tevergeefs
Johannes heeft het begrepen: Davids uittocht was onvrijwillig, Jezus’ uittocht vrijwillig. Waar wij de draad zo gemakkelijk kwijtraken, daar neemt de Heiland die weer op. Hij gaat over de beek Kedron, waar een hof was en gaat daarin. Ongetwijfeld denkt Johannes aan een andere hof. De hof van Eden, waar de eerste mens, Adam, zondigde. Hij gaf gehoor aan de influistering van de satan. Nu treedt de tweede Adam ook in een hof. Opnieuw zal de satan proberen van het doel af te leiden, maar nu tevergeefs. Hier wordt verzoening aangebracht voor de zonde die in de eerste hof was bedreven. Hier heeft de Man van smarten de bittere lijdensbeker gedronken. Alleen. Zonder hulp of steun van wie ook. ‘Ik zocht naar medelijden, naar troosters, maar helaas, ik vind er geen …’ (Ps. 69).
Vaak is Jezus in de hof van Gethsémané geweest. Dat wist ook Zijn verrader, Judas. In het holst van de nacht gaat hij op Hem af, met een hele afdeling politie en soldaten. Zwaar bewapend, alsof het een wapengevaarlijke misdadiger betrof. Maar Jezus vlucht niet. De tweede Adam hoeft zich niet te verbergen, zoals eens de eerste Adam in de hof van Eden. Daar werd ook gezocht. God riep: ‘Adam, waar zijt gij?’ En hij verborg zich, hij zocht een schuilplaats.
Zich verbergen, dat doet iemand die een misdaad begaan heeft. Hij wordt gezocht en vlucht van schuilplaats naar schuilplaats om vrij te blijven. Totdat een sterke hand hem grijpt en boeit.

‘Ik ben’
De Heere Jezus wordt gearresteerd, dat wel. Maar het initiatief blijft bij Hem. Hij maakt er een daad van. Zijn wapens zijn geestelijke wapens. Hij strijdt met het wapen van Zijn Woord als Machthebber. Uit het donker van de hof van Gethsémané komt er Eén tevoorschijn, Die vraagt: ‘Wie zoekt u?’ Een onverschillig antwoord zegt: ‘Jezus, de Nazarener.’
Met enkele woorden weten ze het: ‘Ik ben het.’ In het Grieks zijn het maar twee woorden: ‘Ik ben.’ Bekende woorden in het evangelie van Johannes. Meestal met een toevoeging: ‘Ik ben de Weg’ of ‘Ik ben de Goede Herder’, ‘Ik ben het Brood des levens’, ‘Ik ben het Licht der wereld’. Woorden vol evangelie. ‘Ik ben.’ Zo wil Hij Zich hier, in deze hof, ook bekendmaken, al zal het Zijn dood betekenen.
Hij treedt Zelf naar voren. Het Licht der wereld verschijnt ook in deze duisternis. Verblindend en ontwapenend. Bij het horen van dit machtswoord ‘Ik ben’ deinzen Zijn vijanden achteruit. Ze bezwijken allen voor de overmacht waarmee Hij hen tegemoet treedt en toespreekt. Ze vallen voor Hem neer. Alle knie zal zich voor Hem buigen, gewillig en onwillig.

Voorover
Gelukkig zijn we wanneer we voor deze hoogste Profeet, deze enige Hogepriester en deze eeuwige Koning niet alleen achterover, maar ook voorover mogen vallen en voor Hem knielen.
Laten we aan Zijn voeten neervallen en weten: Hij zal niet laten omkomen. Nog anders gezegd: Hij wilde zelfs voor ons omkomen. Wat een genadige boodschap te midden van onze zwakheden en menselijke onmogelijkheden.
‘Ik ben het’. Op dit machtswoord zou het afgelopen geweest zijn daar, in die hof van Gethsémané, wanneer de Heere Jezus de zaak zo gelaten had. Maar Zijn vijanden mogen weer opstaan en zich wat herstellen. In feite betekent dit dat van godswege de zaak van de Zoon des mensen voortgang moet hebben.
Opnieuw klinkt de vraag: ‘Wie zoekt u?’ en weer het antwoord: ‘Jezus, de Nazarener.’ En weer klinkt Jezus’ antwoord: ‘Ik heb u gezegd, dat Ik het ben.’
Hij neemt vrijwillig het lijden op Zich, zoals Hij ook vrijwillig mens geworden is. We mogen roemen in vrije gunst die Hem bewoog. Dat is het hart en de kern van het evangelie. Hij voor mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

In een hof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's