Het geheim van de kansel
Prediking en psychologie [1]
Elke zondag gaan in Nederland bijna een miljoen mensen naar de kerk. Wie zijn zij, hoe zitten de hoorders in elkaar? Het is goed om in het denken over de prediking ook de psychologische invalshoek in het oog te houden.
Wat gebeurt er tussen preek en luisteraar? Waardoor krijgt een preek betekenis voor de hoorder? Welke rol speelt de psyche van de hoorder in dat proces? Verschillende mensen geven immers verschillende interpretaties van dezelfde preek of horen zelfs verschillende dingen. Elke predikant krijgt wel eens een reactie naar aanleiding van een preek en denkt dan: heb ik dat gezegd? Hoe kan dat? Heeft een en ander te maken met de psyche van de hoorder? En dan met name met zijn godsbeeld, zijn persoonlijkheid, zijn gemoedstoestand? Als we dit onder de loep nemen, hebben we een breed terrein voor ons: van de praktische theologie in het algemeen en van de homiletiek (preekkunde) in het bijzonder. Maar ook dat van de psychologie: welke psychologische factoren spelen een rol in religie en religieuze ervaring?
Dat deze twee terreinen tot op zekere hoogte aan elkaar gekoppeld kunnen worden, hangt samen met het gegeven dat zowel de praktische theologie als de godsdienstpsychologie een gezamenlijke belangstelling hebben voor de menselijke kant van het geloof. Theologen in de pastorie merken dat steeds weer. Ze voelen zich soms halve psychologen, in de prediking, tijdens huisbezoek, catechisatie, een vergadering. Er zit ook een behoorlijke psychologische dimensie aan het ambt. Het is goed als predikanten zich daarvan bewust zijn.
Ontleedtafel
Daarom is het ook goed de preek van tijd tot tijd op een psychologische ontleedtafel te leggen. Een preek doet immers wat mensen. Het is een ritueel gebeuren. Hoe belabberd kan een predikant zich voelen als een preek tijdens het maken en vooral op de kansel niet lukt. Dan kan het niet gauw genoeg weer zondag zijn. Dan heb je ten minste een herkansing. Hetzelfde geldt de hoorder: als hij een slechte preek heeft gehoord, ervaart hij een diepe teleurstelling. Moet hij het daar nu de hele week mee doen?
Anderzijds is een predikant de koning te rijk als hij zijn preek wel kwijt kon, of als de hoorder werkelijk een boodschap ontving waar hij de hele week wat aan heeft. Dit alles is natuurlijk theologisch te verklaren, maar het is ook goed er van terzijde psychologisch licht op te laten vallen.
Vijf fasen
In dat licht zijn er volgens Ruimte om te horen, de studie naar preken en de psyche van de luisteraar van dr. Hanneke Schaap-Jonker, met betrekking tot het horen van de preek vijf fasen te onderkennen: receptie, aandacht, betekenis, reactie en herinnering.
Ik illustreer deze fasen aan een preek over Jozef: ‘Jozef nu was dertig jaar oud toen hij stond voor het aangezicht van de farao.’ (Gen. 41:46) De hoorder gaat dan deze weg:
(1) Hij hoort dat Jozef dertien jaar van beproeving heeft meegemaakt; hij was immers zeventien toen hij als slaaf verkocht werd; daarbij richt men zich vooral op de inhoud van de preek (receptie).
(2) Vervolgens gaat de figuur van Jozef voor hem leven door de manier waarop de prediker die schildert (aandacht).
(3) Hij herkent zich in Jozef en merkt dat Jozef hem in wat hij meemaakt zeer nabij komt, dat hij – met andere woorden – de preek kan verbinden aan zijn eigen leefwereld (betekenis).
(4) Hij doet de ontdekking dat God met hem wil zijn zoals Hij met Jozef was; deze ontdekking vervult hem met vertrouwen (reactie).
En ten slotte (5) reist de figuur van Jozef met hem mee de nieuwe week in, tot zijn vermaning en vertroosting (herinnering). Zo stel ik mij het proces van horen voor.
Godsbeeld
In al deze fasen speelt het godsbeeld dat iemand heeft een belangrijke rol. Onder godsbeeld hebben we te verstaan: God zoals Hij door het individu beleefd en ervaren wordt. Het godsbeeld is een centraal element in de geloofsbeleving. Daarnaast is er het godsconcept: dat is de kennis over God op een rationeel niveau.
Een en ander doet denken aan de zogenaamde Heidelbergse methode van preekanalyse. Deze wordt beoefend aan de hand van de vraag op welke manier God in een preek voorkomt. Met welke namen wordt Hij genoemd: Vader, Rechter, Redder, Heiland enzovoort. Er zijn talrijke studies, verricht door godsdienstpsychologen en praktisch theologen, waarin het godsbeeld aan de orde komt in relatie tot ouderbeelden, persoonlijkheid, geestelijke gezondheid, biografie, cultuur en sekseverschillen.
Bij het godsbeeld komt de persoonlijkheid – deze verhouden zich tot elkaar als hol en bol. Persoonlijkheid is een begrip met vele lagen. Tal van factoren spelen een rol in de vorming van iemands persoonlijkheid. Het is niet meer dan logisch dat de predikant daarmee in zijn werk rekening houdt. Net als met zijn eigen persoonlijkheidsstructuur. Met een zekere speelse nuchterheid moeten we zeggen dat er aan iedere dominee wel een draadje los zit – er moeten echter niet te veel draadjes los zitten.
Voorspellen
Waardoor krijgt een preek praktisch-psychologisch gezien betekenis voor de hoorder? Dat gebeurt wanneer hij door een preek een ontmoeting met God ervaart en uitzicht ontvangt tot over de grenzen van het leven heen.
Aardig en frappant is dat het onderzoek van dr. Hanneke Schaap- Jonker uitwijst dat de reactie op de preek voor meer dan de helft voorspeld kan worden uit het godsbeeld en de stemming van de hoorders. Dat geldt zowel een reactie waaruit blijkt dat de hoorder steun ervaart door de preek, als een waaruit blijkt dat hij zich door de preek schuldig voelt tegenover God. Daarnaast is van belang hoe de hoorder staat tegenover de prediker. Met welke houding, vanuit welke gezindheid luistert hij naar zijn voorganger?
Dit onderdeel van het onderzoek is hier en daar in de pers op een wel zeer korte noemer gebracht, bijvoorbeeld: wat je hoort, ben jezelf. Of nog korter door de bocht: je hoort wat je wilt horen. ‘Zeg me wie jij bent, en ik weet wat voor preek je hebt gehoord.’
Vinger aan de pols
Het is predikanten aan te raden van tijd tot tijd een studie als van Schaap tot zich te nemen. Niet voor niets luidt een van haar stellingen:
‘In de opleiding van predikanten verdient klinische psychologie als vak een plaats, liefst aangevuld met een leertherapie.’ Op zichzelf zou ik dat willen bijvallen, al is het wel van belang goed de vinger aan de pols te houden met betrekking tot de mate waarin. Als het goed is, blijft een predikant voor alles theoloog. Hij hoeft – werd mij destijds in mijn studie voorgehouden – geen psycholoog of socioloog of welke - loog ook te zijn.
Het is in elk geval goed als een predikant zich bewust is van de psychologische impact van zijn woorden in zijn preken en tijdens bezoeken. Zelf verrast het me steeds weer hoezeer dat het geval is. Op het feit dat hij woordvoerder is en een ambt draagt, moet een predikant zich niet verkijken. Hoe sterk de devaluatie van ambt en prediking anno 2009 ook is, de ervaring leert dat de geseculariseerde mens tegen het uit het stof verrezen mannetje (Calvijn) opkijkt (of: op hem neerkijkt!). Want hoe je het ook wendt of keert, de predikant bekleedt een bepaalde waardigheid en is een officiële vertegenwoordiger van ‘iets’. Daar wordt hij om gewaardeerd of om afgerekend.
Schaap geeft in een interview een nogal schrijnend voorbeeld van hoe het niet moet: een dominee zegt in zijn preek dat de psalmdichter in de tempel voor het aangezicht van God tot op het bot werd uitgekleed. Schaap reageert: ‘Voor slachtoffers van seksueel misbruik is dat een afschuwelijk beeld, dat meteen afleidt van wat de predikant bedoelt.’
Gezin
Daarom is steeds nodig dat de predikant zich oefent. Zoals hij zich retorische vaardigheden eigen moet maken, is dat ook zijn plicht met betrekking tot psychologische vaardigheden. Bij het maken van de preek probeer ik me er steeds van bewust te zijn hoe een bepaald gedeelte, een bepaalde zin overkomt, retorisch maar ook psychologisch gezien. Deze laatste twee hangen trouwens nauw samen. Niet voor niets luiden regels van de klassieke retorica dat een spreker zijn hoorder tegemoet treedt met ethos (eigen overtuiging, die vertrouwen wekt), pathos (inspelen op de emoties van het publiek), logos (overtuigen door middel van argumenten). Deze richtlijnen bevatten voor een deel psychologische categorieën.
Een eerste oefenplaats voor een predikant is zijn gezin, als hij dat heeft. Om te beginnen zijn echtgenote, maar vlak ook de kinderen niet uit. Zij hebben – als ze onverhoopt niet fans en adoreerders zijn – een uitstekende psychologische antenne voor waar hun predikantvader in zijn preken op koers ligt, maar ook waar hij uitglijdt. Een preekgroep is ook een goede leerschool. En niet te vergeten het bestuderen en beluisteren van knappe kanselredenaars.
Wat psychologisch goed ‘werkt’ in een preek, is het dialogiseren. Schaap gebruikt dat woord in haar dissertatie ook, maar in een andere betekenis, namelijk dat hoorders tijdens het beluisteren van een preek ‘dialogiseren’, in de zin dat ze een gesprek voeren tussen wat ze horen en hun eigen situatie. Met dialogiseren bedoel ik echter in dit verband een stijl van (s)preken: het in gesprek zijn met de hoorder, met vraag en wedervraag, met hoor en wederhoor. Niet letterlijk – ‘Dat kan toch niet, dominee, zegt iemand van u …’ –, maar zo dat de prediker zelf de gesprekspartners vertegenwoordigt.
Poeletje
Dat is het geheim van veel oefenaars. Daarom vindt iemand als prof.dr. Anne van der Meiden, emeritus hoogleraar communicatietheorie, wijlen ds. Joh. van de Poel, de oud-gereformeerde voorganger – ‘Poeletje’, zoals sommigen graag zeggen – zo’n groot oratorisch talent. En vergeet Augustinus niet. In het onlangs heruitgegeven Augustinus, de zielzorger van F. van der Meer komen veel passages voor uit preken van de kerkvader: stuk voor stuk dialogen, die menig knap staaltje van psychologie bevatten. Grote theologen zijn kennelijk grote psychologen. Overbodig wellicht om te zeggen dat het omgekeerde niet geldt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's