De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

De Gereformeerde Kerk in Zuid Afrika, de Dopperkerk, is in één punt haar (blanke) zusterkerken voor, meldt een hoofdartikel in Beeld, overgenomen in De Wekker. In het altijd weer aardige Zuid-Afrikaans:

Die Gereformeerde Kerke in Suid-Afrika (GKSA) het die laaste klompie jare van binne en van buite dikwels onder kwaai kritiek deurgeloop: Oor die nimmereindigende debatte oor die gebruik van bekers of kelkies by die nagmaal; oor hul onwilligheid om vroue in die kerklike ampte toe te laat; en oor die onderlinge twiste oor die gebruik van die nuwe Afrikaanse Psalmomdigting wat die ander Afrikaanse susterkerke sonder huiwering sing.
Op een terrein is die Doppers hul susterkerke wel ver voor – kerkeenheid. Wit en swart dominees en ouderlinge het verlede week sonder haakplek saam in Potchefstroom gesit en sinode hou, soos hulle verlede jaar in hul streeksinodes gedoen het en soos hulle in hul klassisse doen. Ja, daar was probleme wat oorkom moes word, soos die moedertale wat verskil. Die Doppers het hulle nie daardeur laat afskrik nie. Hulle het geweet dis die regte ding om te doen. Daarom het hulle moeite met tolk- en vertaaldienste gedoen.
Natuurlijk verskil die situasie tussen die GKSA en die ander ander susterkerke. Daar is byvoorbeeld nie verskille tussen die wit en swart Doppers se belydenisgrondslae nie. Nietemin, die Doppers het gewys waar daar ’n wil is, is ’n weg. Dit strek die GKSA tot groot eer. In Suid-Afrika is dit ’n sterk getuienis dat versoening moontlik is – mits mense bereid is om daarvoor te werk. Dit is ’n boodskap wat almal, maar veral die ander susterkerke, ter harte kan neem.

In het begin van de jaren tachtig hield prof.dr. J.P. Versteeg, hoogleraar Nieuwe Testament in Apeldoorn, een serie lezingen voor de NCRV-microfoon onder de titel Op de man af. Veertig bijdragen zijn gebundeld in Bijbelwoorden op de man af (uitg. Kok, Kampen). Hier volgt een fragment over vasten, dat volgens prof. Versteeg niet mag worden beperkt tot het op bepaalde momenten afzien van voedsel:

Het vasten moet een teken zijn van een hele levenshouding, niet slechts op bepaalde momenten, maar op alle momenten. Het teken van het zich onthouden van voedsel op bepaalde momenten moet heenwijzen naar een gevend leven op alle momenten. In het Oude Testament lezen we dan ook herhaaldelijk de kritiek van de profeten op het volk Israël, omdat het wel voor de vorm het vasten onderhield, maar geen levenshouding kende die met dat vasten overeenkwam.
Het punt van het vasten is dus beslist niet op een Aswoensdag door ons af te handelen. Het blijft permanent op de agenda van ons leven staan. Het vasten heeft alles te maken met wat Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de Korinthiërs, dat we van de wereld gebruik mogen maken, maar dat we haar niet ten einde toe moeten gebruiken (1 Kor, 7, 31). Letterlijk schrijft Paulus daar, dat we de wereld niet tot op de bodem moeten gebruiken, niet òp moeten gebruiken. We moeten altijd een zekere distantie bewaren. Paulus keert zich bij deze woorden tegen mensen in de gemeente van Korinthe die zeiden, dat gelovigen van de wereld helemaal geen gebruik meer mogen maken. De gelovigen, zo zeiden zij, moeten zich uit de wereld terugtrekken. Daar is Paulus het absoluut niet mee eens. De gelovigen hebben in de wereld te staan en ze mogen daarom ook van de wereld gebruik maken. Wèl moeten daarbij naar Paulus’ overtuiging grenzen in acht genomen worden. Dat is nu precies wat in het vasten tot uitdrukking gebracht wordt: We moeten ook kunnen loslaten.

De bekende Duitse filosoof Max Scheler heeft gelijk in zijn opmerking, dat het verschil tussen de geest van het evangelie en die van het kapitalisme hierin bestaat, dat het eerste de mens ook bij een minimum aan genotmiddelen een maximum aan genot verschaft, terwijl het laatste wel een maximum aan genotmiddelen weet te verschaffen waarbij echter dikwijls zelfs een minimum aan genot ontbreekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's