Hoi Wilbert,
Graag schrijf ik je over mijn belijdenis doen binnenkort, en over wat daaraan vooraf is gegaan. Ik zal me even kort voorstellen. Ik ben Jane, negentien jaar en woon in Stroe. Waar dat ligt? Nou, op de Veluwe. Stroe heeft geen eigen kerk, daarom ga ik met mijn ouders zondags naar Kootwijkerbroek.
Twee jaar geleden begon bij mij het belijdenis doen te leven. God wist allang dat ik niet zonder Hem kan en dat wilde ik ook graag aan mijn gemeente zeggen. Op dat moment werd er door de duivel heel erg aan mij getrokken. Het voelde niet goed en daarom ben ik toen niet naar belijdeniscatechisatie gegaan.
Afgelopen Pinksteren gingen we met een aantal jongeren van onze kerk naar de conferentie van Opwekking, in Biddinghuizen. Op de terugweg kwam ‘belijdenis doen’ aan de orde. Ik vertelde de bestuurder dat ik op dat moment het gevoel had dat er aan mij getrokken werd, en dat ik niet het gevoel had dat God het wilde. De precieze woorden die hij toen zei weet ik niet meer, maar het kwam erop neer dat je niet alleen belijdenis moet doen omdat je er een goed gevoel bij hebt, maar ook als je dat gevoel niet hebt en je met je verstand weet dat je Hem wilt volgen en dat Hij je dan wil helpen. Ik wist dat zelf diep van binnen ook wel, maar toen werd ik erdoor geraakt.
Dit was een vraag die me er eerst van weerhield om belijdenis te doen. Ze was voordat ik met belijdeniscatechisatie begon al beantwoord. De vraag die me tíjdens de catechese voornamelijk bezighield was: Moet ik een hoed op tijdens de belijdenisdienst, bij het avondmaal en in de gewone diensten? Daarover heb ik nu een beslissing genomen. Bij ons in de kerk is het gewenst om met een hoedje op belijdenis te doen. Ik voelde (daar heb je mijn gevoel weer, uitschakelen die handel: P) me daar eerst niet goed bij – zo ben ik niet. En vraagt God dan van mij dat ik dat doe? Ik heb aan de dominee gevraagd hoe het nu precies zat met het hoedje en of dat verplicht was. Hij zei dat het niet verplicht was, maar wel gewenst werd, om anderen geen aanstoot te geven.
Ik snapte zijn antwoord wel, maar kon me daar nog niet bij neerleggen. Door te bidden en te praten met andere gelovigen, die hun mening en bijbelse opvattingen erover gaven, ben ik er uiteindelijk toch uitgekomen. Ik sta nu achter mijn beslissing. Ik ga belijdenis doen met een hoedje en tijdens de avondmaalsdiensten zal ik ook een hoedje dragen, om anderen geen aanstoot te geven en omdat het in deze gemeente gewenst is, maar ik doe dit niet voor mijzelf.
Nu dit punt voor mij duidelijk is, heb ik er helemaal zin in om het antwoord dat God allang van mij weet aan de gemeente en vrienden te laten horen. Nu het dichterbij komt, wordt het mij steeds lastiger gemaakt om tijd voor God te nemen en te maken. Na het belijdenis doen verwacht ik dat dit gevecht in sommige periodes heftiger wordt, omdat de duivel je graag terug wil hebben.
Wilbert, hoe is dat bij jou gegaan? Ik ben daarnaar benieuwd, ook omdat Hardinxveld-Giessendam een heel andere plaats is dan Kootwijkerbroek. Anders wat betreft de manier van geloven en misschien ook wel in hoe jongeren en ouderen actief zijn in de gemeente, en in betrokkenheid op elkaar. Misschien leef jij wel op een heel andere manier naar je belijdenis toe en zijn ook de vragen die we deze periode hadden niet te vergelijken. Maar het belangrijkste hebben we in onze beide gemeenten gemeen: het draait om God. En op welke manier je dat uit is voor God niet belangrijk, als het maar ter ere van ZIJN NAAM is.
Groetjes, Jane
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's