Schapen op nr. 60
Bijbeltekst begrepen
Jesaja was kunstenaar. Zijn profetieën vormen een galerie van schilderijen. Je kunt er uren naar kijken. Deze keer valt bij doek nr. 60 ons oog op een forse kudde schapen. Wat doen die daar?
Het is slechts een detail op een groot werk. Met opzet stel ik deze profetie voor als een schilderij. Jesaja vertolkt zijn boodschap namelijk zeer aanschouwelijk. Dankzij deze aanpak konden zijn tijdgenoten zich er een voorstelling van maken. Eerst zag de profeet het zelf voor zich (Jes. 1:1, 2:1). Vervolgens roept hij ons op om mee te kijken: ‘Hef uw ogen rondom op, en zie …’ (Jes. 60:4)
Op weg
De profeet verhaalt in Jesaja 60 wat de toekomst brengen zal. Halverwege licht hij de boodschap van de HEERE kernachtig toe: ‘want in Mijn verbolgenheid heb Ik u geslagen, maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.’ (vs. 10b) Wie spreekt de profeet hier aan? Teruglezend kom ik dan bij vers 20 van Jesaja 59: ‘En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de HEERE.’ Daarop gaat het begin van ons hoofdstuk verder: ‘Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt.’ De beloofde Verlosser verschijnt in Sion zoals de zon door een donker wolkendek kan breken. Te midden van een duistere wereld zet deze Zon de stad in het licht (vs. 2). Vanwege die heerlijke glans zal men haar de stad des HEEREN noemen (vs. 14b).
We zien op het doek een stad in vrolijk licht. Jesaja schildert er nog van alles omheen. Dat andere is allemaal op weg naar die stad. Beter gezegd: naar het Licht in die stad. We zien ze gaan: de heidenen met hun koningen. Het is een zee van mensen. Een leger van volken. Er komen er op kamelen. Ze dragen goud en wierook mee. Er arriveren er met schapen en rammen. De profeet spoort ons aan om goed rond te kijken. Overal vandaan trekt men naar het Sion van de Heilige Israëls. Rijke handelaren uit Midian en Scheba. Nomaden uit Kedar en Nebajoth. Aan de kust meren de schepen van Tarsis aan. Allemaal op weg naar het Licht.
Hulde
Het doek van Jesaja 60 laat zien wat er gebeurt wanneer de Verlosser tot Sion komt. Van dat Licht gaat een grote aantrekkingskracht uit. De heidenen stromen samen om te wandelen in Zijn licht. Ze brengen Hem hulde met kostbare geschenken. Simeon heeft Hem zien komen, Die een Licht is tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Israël (Luk. 2:30-32). Jezus Christus is het Licht der wereld. Van oost en west, van noord en zuid zullen ze komen tot Hem. Op de Pinksterdag waren in de samengestroomde menigte in Jeruzalem al vele volken vertegenwoordigd.
Met hun geschenken erkennen de heidenen de Verlosser in Sion als hun Koning. De wijzen uit het oosten brengen Hem hulde met goud, wierook en mirre. Maar waar blijven de schapen? Kedar en Nebajoth waren zonen van Ismaël (Gen. 25:13). Kedar is uitgegroeid tot een volk dat met grote kudden en zwarte tenten rondtrok in het woestijngebied tussen Syrië en Mesopotamië. Dit Arabische volk heeft in Israël geen goede naam (Ps. 120:5). Nebajoth is waarschijnlijk de voorvader van de latere Nabateërs, die in veel zuidelijker woestijnen woonden. Nu is de belofte dat ook deze volken hun schapen en rammen zullen brengen naar Jeruzalem voor het altaar van de HEERE. Jesaja schildert dit beeld in de taal en de gebruiken van de oude bedeling. Hij neemt Kedar en Nebajoth als voorbeeld, omdat men zich bij Peru en Kazachstan toch niets zou kunnen voorstellen. De volken zullen Hem hulde brengen met heel hun leven.
Gods gemeente
Ook uit de Arabische volken komen mensen tot de Koning der Joden, die het Licht der wereld is. Zij slachten hun schapen niet meer ter ere van Allah. Maar met toewijding dienen zij de God van Israël. Wie tot Hem komt, besteedt zijn gaven in Gods gemeente. Materiële rijkdom is hierbij inbegrepen. Bekering komt onder andere tot uiting in het verkopen van bezittingen om de noden van de armen te lenigen (Hand. 4:34- 35). Het volk dat daarin niet meekomt, zal vergaan (Jes. 60:12).
De vervulling van de belofte is in volle gang. Johannes heeft ook een doek op zijn naam. In Openbaring 21 schildert hij de voltooiing van het nieuwe Jeruzalem. ‘En zij zullen de heerlijkheid en eer der volken daarin brengen.’ (Openb. 21: 24-26)
'Al de schapen van Kedar zullen tot u verzameld worden; de rammen van Nebájoth zullen u dienen; zij zullen met welgevallen komen op Mijn altaar, en Ik zal het huis Mijner heerlijkheid heerlijk maken.' Jesaja 60:7.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's