Er wordt op je gelet
Meditatie: Johannes 18:26b
De vraag aan Petrus is best actueel. Zeker wanneer je behoort tot een groep belijdeniscatechisanten en onbewust bezig bent met deze vraag. Het is ook een vraag aan ieder van ons. Het antwoord erop is van hoog belang.
'Heb ik u niet gezien in de hof met Hem?'
Voor jong en oud is het belangrijkste dat in ons leven de Heere geprezen en beleden wordt. Hij was en is Het Die voortdurend genade en zorg besteedde aan ouders – hoe gebrekkig de geloofsopvoeding ook was. Aan belijdeniscatechisanten zelf, door hen deze weg te wijzen. Aan de predikant en anderen van het pastorale team, zodat de catechese van een x aantal jaren onder andere deze vrucht mag dragen. Soli Deo Gloria!
Vraag
Een familielid van Malchus, de knecht van de hogepriester, stelt ineens aan Petrus de vraag: ‘Heb ik u niet gezien in de hof met Hem?’ Zomaar een vraag. Nu, in een middernachtelijk uur, op de binnenplaats van het huis van Kajafas, na de gevangenneming van Jezus. Zomaar een vraag, zoals we dat kennen: ‘Heb ik je daar en daar niet eens gezien? Je gezicht komt me zo bekend voor.’ Meestal ongevaarlijke vragen. Maar hier wordt aan gevaar herinnerd. ‘Jij was er bij, vriend. Kijk maar, bloedspatten aan je hand.’ Vooral dat ‘met Hem’, met Jezus.
En inderdaad hoorde Petrus bij Jezus. Al drie jaar. Hij was de man van de plechtige belijdenis: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’ De onvergetelijke intocht in Jeruzalem stond nog op zijn netvlies. En dan die bijzondere paschaviering, samen met heel Israël, uitmondend in de nachtwake van Gethsémané en de arrestatie van Jezus. Hij wilde zijn Heiland tot steun zijn, maar hij mocht niet. Wel kreeg hij vrijgeleide om te gaan en staan waar hij wilde.
Toen is Petrus ongevraagd Jezus gevolgd tot op die binnenplaats. Maar rust krijgt hij niet. De ene vraag na de andere overvalt hem. En vooral bij die laatste vraag ‘Heb ik u niet gezien …’ wordt hij bang. Want die vraag kan hij alleen maar bevestigend beantwoorden. Maar hij doen het niet. Hij vloekt en zweert om het te ontkennen.
Belijdenisdienst
Een belijdenisdienst heeft diezelfde vraag in zich. De wereld rondom ons kan die vraag stellen: ‘Zeg, was jij daar ook?’ Wanneer er dan staat ‘met Hem’ wordt het spannend. ‘Is het echt waar, doe jij aan God?’ De wereld rondom ons wil ons overal zien, maar niet met Jezus in de hof. Troost je, zo was het al eeuwenlang.
De kerk van God in de hemel (de wolk der getuigen, Hebr. 12:1) en de christelijke gemeente op aarde luisteren vol belangstelling naar de belijdenis van jongeren (en ouderen). Zelfs Gods engelen luisteren mee. Maar ook Gods tegenstander, de duivel. Wie oprecht zijn of haar hart laat spreken in een belijdenisdienst, die weet dat ‘belijden’ en ‘lijden’ in de Bijbel vaak door één en hetzelfde woord wordt aangegeven, net als ‘getuige zijn’ en ‘martelaar’. Mensen die immers met Hem gezien worden, zijn geen krachtpatsers. En toch mogen we met Paulus zeggen: ‘Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft’ (Rom. 8:37).
Verlegenheid
‘Heb ik u niet gezien in de hof, met Hem?’ Die vraag brengt je in verlegenheid. Want ‘die hof’, dat was Gethsémané, waar Jezus Zijn zielestrijd streed (alleen), met een stel slapende discipelen eromheen. Die hof betekent: Jezus’ bereidheid om de beker van Gods toorn te drinken. In diezelfde hof wilde Petrus eigen rechter zijn met een zwaardslag.
Gezien in de hof ? Dat gebeurt nu nog. Die hof is namelijk overal waar het evangelie van zonde en genade verkondigd wordt. Die hof, dat is: je plaatselijke gemeente; de plaats van de Woordverkondiging; je doop; je catecheseplek; dat moment dat je je bijbeltje nam en daaruit las; dat indringende gebed tot de Heere; je eerste avondmaalsviering. Er gebeurt veel in de hof. Van Gods kant en van onze kant.
En de vrucht ervan? Bij Petrus is er op dat moment geen zichtbare vrucht. In een belijdenisdienst hebben we van zo’n vraag meestal geen last. Die vraag komt meestal daarna. Laten we dan niet te veel van onszelf of anderen verwachten, maar wel alles van Hem. Dan word je in je verlegenheid gesterkt, ook al wordt er op je gelet.
Roeping
Kortom, we worden ertoe opgeroepen om ervoor uit te komen met Wie we onze verdere levensweg willen gaan. Soms kan je de neiging bekruipen om ‘het’ maar op te geven. Niet doen. De Heere vraagt ons niet om geestelijke krachtpatsers te zijn. Juist in het kleine wil onze Heiland Zijn kracht en majesteit openbaren. Hij - voor - mij. Zo kan het. En eenmaal zal de Heere Zelf aan ons vragen: ‘Heb Ik u, jou niet gezien in de hof met Hem?’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's