BOEKBESPREKING
Peter de Vries:
Het lam.
Uitg. De Vuurbaak, Barneveld; 302 blz.; € 18,50.
Schrijvers die hebben gebroken met of weggegroeid zijn van hun oorspronkelijk christelijke milieu kunnen daar in romans of andere publicaties heel verschillend mee omgaan. Er zijn schrijvers die hun afkomst doodzwijgen. Er zijn anderen, zoals Jan Wolkers en Maarten ’t Hart, die in wrok en met spot omzien. Nog weer anderen, zoals Jan Siebelink, kunnen een gevoel van heimwee, van geestelijke nostalgie niet onderdrukken. En dan zijn er ook diegenen die er van los willen komen maar dat wil niet helemaal lukken. Ze blijven in gevecht, soms ook in gevecht met de God over Wie ze in hun jeugd hoorden.
Tot de laatste categorie behoort onmiskenbaar de schrijver van een Amerikaanse roman, die al in 1961 verscheen. Althans, zo is de teneur van de kennelijk autobiografische roman. De vader van de hoofdfiguur, Don Wanderhope, ging ooit op familiebezoek in Amerika, maar na zeeziekte op de heenreis durfde hij de terugreis niet meer aan, en werd dus een ‘toevallige emigrant’. Die vader was enerzijds een echte calvinist, anderzijds een twijfelaar. Bij de zoon vertaalt die houding zich door als twijfel over en verzet tegen zijn afkomst en tegen Gods leiding in het leven. Het boek is nu onder het stof vandaan gehaald en in Nederlandse vertaling uitgegeven, en door Willem Jan Otten in een nawoord aangemerkt als ‘wereldliteratuur’. De auteur blijkt het calvinistisch taaleigen, ook de bevindelijke spraak goed te kennen, blijkens wat de hoofdfiguur ervan onder woorden brengt.
Zoon Don stelt aanvankelijk in het gezin kritische vragen, bijvoorbeeld over het scheppingsverhaal tegen de achtergrond van de natuurwetenschappelijke kennis, alsook over zonde en oordeel. Hij raakt los van zijn achtergrond, wat tot uitdrukking komt in zijn levensstijl, alsook in zijn soms losse, onnodige gebruik van de naam van God. Hij raakt in gesprek met een atheïst, maar biedt dan tegenspel. Een broer van hem overlijdt en zijn vader belandt in een psychiatrische kliniek. Op het liefdespad kent hij weinig geluk. Een meisje van wie hij houdt sterft. Zijn vrouw pleegt zelfmoord. In dit alles blijft hij intussen God ter verantwoording roepen.
De ontknoping van het boek ligt echter in het sterven van zijn elfjarig dochtertje (het ‘lammetje’) aan leukemie. Dan brandt zijn strijd tegen God en geloof pas goed los. In uiterste wanhoop gooit hij een taart naar een kruisbeeld voor een kerk. Maar zo en dan komt ook zijn twijfel in de crisis.
Willem Jan Otten vergelijkt het boek onder andere met De gebroeders Karamazow. Hij citeert Luther, die zei: ‘Niemand is God meer nabij dan de vertwijfelden die God haten en lasteren.’ Hij typeert het boek als ‘de ene onontbeerlijke Oer-Hollandse Roman die de Nederlandse literatuur niet heeft voortgebracht’. En als het niet een religieus boek is, dan toch een ‘geloofscrisisboek’. De lezer moet het zelf maar zeggen, zegt Otten. Dat zeg ik hem na. De geloofscrisis leidt bij de hoofdpersoon met al zijn tragedies niet tot een geloofsdoorbraak. Daarom heeft het boek, hoe fascinerend het ook is, toch een open einde. Het vraagt ook om kritisch onderscheidingsvermogen. En het moet nog blijken of het boek echt als ‘wereldliteratuur’ wordt ontvangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's