De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

God grijpt niet in, nog niet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God grijpt niet in, nog niet

De Almachtige wacht met eindafrekening

8 minuten leestijd

Soms krijg je de vraag waarom God niet ingrijpt als er zoveel verbijsterende dingen gebeuren. Wat zien we ervan dat Christus alle macht in hemel en op aarde heeft? Hij heeft toch Zijn werk volbracht en duivel, dood en zonde overwonnen?

Velen worstelen met ingrijpende gebeurtenissen in het grote geheel van de wereld, maar ook met moeilijke ervaringen in hun persoonlijke leven. Hoe kan God het aanzien dat één man in Zimbabwe de ondergang bewerkt van land en volk? Hoe kan God toelaten dat onschuldige burgers zomaar doodgeschoten worden en de daders vrij rondlopen? Eigenlijk zitten we vreemd in elkaar. Van de dag der wraak horen we over het algemeen liever niet in de prediking. Er zijn ook maar weinig preken en meditaties waarin dat ter sprake komt. Steeds minder, is mijn indruk. De liefde, trouw, ontferming, barmhartigheid en bewaring van God zijn thema’s die meer geliefd zijn. We worden ook liever niet gelijkgesteld met extreme moslims en hun wraakbeden.
Ook al hoor je dan liever over de liefde dan over de wraak van God, toch zijn er opmerkelijk genoeg regelmatig die bovengenoemde waaromvragen. Ze leven blijkbaar wel op de bodem van ons hart. We voelen min of meer aan dat de werkelijkheid, zoals die zich aan ons voordoet, nooit Gods bedoeling kan zijn.

Zo hoort het
In het Oude Testament is het veelkleurige spreken over Gods vergelding daarom ook diep geworteld in de prediking. God legt Zich niet neer bij het kwaad. Juist omdat Hij een God van liefde is, toornt Hij over de zonde. In het Oude Testament zien we de wraak van God in de wereldgeschiedenis oplichten. Bijvoorbeeld in de oordelen die over Israël gaan, in de val van de steden Ninevé, Babel en Rome. God ziet niet werkeloos toe. De Heere Christus heeft er Zelf op gewezen dat de val van Jeruzalem ook behoort bij de dagen van de wraak (Luk. 21:22). God, de Koning-Rechter, doet strijdend recht op aarde.
Het gevaar is aanwezig dat we zo gewend raken aan alles wat er in de wereld gebeurt, dat we er niet meer van ondersteboven zijn. We hebben het er niet eens meer moeilijk mee. In de Bijbel komen we echter gelovigen tegen die het uitschreeuwen. Ze weten geen raad met de gebeurtenissen.
Nu maakt God Zich in de Heilige Schrift ook bekend als de God der wrake. God laat het er niet bij zitten. Hij komt als Koning voor Zijn volk op en strijdt voor Zijn volk en tegen de vijanden. Bijna alle keren dat er over wraak gesproken wordt, is God er het onderwerp van. En zo hoort het ook. Wee onzer als wij zelf wraak gaan nemen. God komt de wraak toe; Hij zal het vergelden (Rom. 12:19).

Johannes de Doper
Als er over de komst van de Messias gesproken wordt, valt dat in het Oude Testament gelijk met de grote dag des HEEREN. Dat lag nog ineen. Jesaja spreekt erover dat het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak (34:8). Deze profeet verkondigt ook dat de Messias zal komen om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN en de dag der wraak van onze God, om alle treurigen te troosten (61:2).
Wat zien we daar nu van ná de komst van de Zoon van God in deze wereld? ‘Het heeft niet veel geholpen’, zei een mevrouw onlangs tegen me.
Johannes de Doper, levend op de grens van de oude en de nieuwe bedeling, heeft het in de gevangenis ook moeilijk gehad met dit soort vragen. Hij geloofde zonder enige twijfel dat Jezus de beloofde Zoon van God was. Zijn komst heeft hij moeten voorbereiden en hij heeft Hem onder andere vrijmoedig gepredikt als Rechter. Hij zou het kaf van het koren scheiden. De Geest des HEEREN heeft hij op Hem zien neerdalen. Gezalfd is Hij met de Heilige Geest om een blijde boodschap aan de zachtmoedigen te brengen, om de gebrokenen van hart te verbinden en de gevangenen vrijheid uit te roepen en de gebondenen opening van de gevangenis. En heeft Jezus het niet in de synagoge van Nazareth gezegd dat dit Schriftgedeelte in hun oren in vervulling is gegaan? Hijzelf zit echter nog steeds gevangen. Zou Jezus nog wel aan hem denken? Waarom grijpt Hij dan niet in? Moet er dan toch nog een Ander komen Die recht zal doen? Johannes komt met zijn aanvechtingen heel dicht naast ons zitten.

Grote werken
Toch is er een diepe samenhang tussen het eerste en het tweede verbond. Het gaat om dezelfde Verbondsgod. In het lied van Mozes in Deuteronomium 32 wordt namelijk de gehele geschiedenis tot de jongste dag gezet in het teken van Gods wraak. In Zijn vergeldende toorn straft God Zijn ongehoorzame volk met bloedige oordelen door middel van zijn vijanden. In diezelfde wraak beschermt Hij Zijn volk tegen hen en houdt Hij het staande, zodat het niet geheel te gronde gaat.
Uitgerekend in het boek van de openbaring van Jezus Christus aan de apostel lezen we dat Johannes iets ziet als een glazen zee, met vuur gemengd (Openb. 15:1v). De overwinnaars van het beest, van zijn beeld, zijn merkteken en het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee met citers van God in de hand. Wat zingen ze? Het gezang van Mozes en van het Lam. Ze zingen van de grote werken van God. Deze worden wel in het bijzonder openbaar in de oordelen van God. Ze zijn tot bevrijding van Gods volk. Duidelijk wordt dat de tweede komst van Christus op de wolken des hemels samenvalt met de dag der wraak van onze God.

Wachten
De komst van het Koninkrijk en het eindgericht worden in het Nieuwe Testament onderscheiden. Er is met eerste komst van Christus een al vervuld heden, maar ook nog een te verwachten toekomst. God wacht nog met de eindafrekening. We leven nog in de tijd van Gods lankmoedigheid.
Van uitstel komt echter geen afstel. De eerste tekenen van Zijn wederkomst zijn op de pinksterdag al op te merken. De profetie van Joël begint al in vervulling te gaan. Hij stelt alleen nog uit, omdat Hij niet wil dat iemand verloren zou gaan. De boodschap van genade mag nog gepredikt worden. Om te verkondigen dat het nu nog is het aangename jaar des HEEREN, de dag der zaligheid. We ontvangen nog de tijd om ons te bekeren.
De discipelen van Johannes de Doper hebben dan ook van hun meester moeten meedelen dat ze er getuigen van geweest zijn dat blinden weer zien, kreupelen wandelen, melaatsen gereinigd worden, doven horen en doden opgewekt worden en dat – het belangrijkste – aan de armen het evangelie verkondigd wordt. Het valt op dat de discipelen van Johannes de bevrijding uit de gevangenis nog niet hebben opgemerkt. De dag der wraak moet nog komen. Het welbehagen des HEEREN gaat door de hand van de Knecht des HEEREN, Jezus Christus, gelukkig nog steeds voort.

Machtigste blijk
Op Golgotha is de ernst van de wraak van God ten volle openbaar gekomen. Hij is een Koning Die in Jezus Christus niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een offer voor de schuld der zonde.
Zelf heeft Hij de toorn vanwege onze zonde willen dragen. Door het vuur van Gods toorn is Hij verteerd. De zonden laat God niet ongestraft. Hij heeft deze gestraft aan Zijn eigen lieve Zoon met de bittere en smadelijke dood van het kruis. De hitte van Gods gramschap is daar tegelijkertijd de diepste, machtigste blijk van Zijn liefde voor ons. Op de kruisheuvel laat God zien wat Hij nu voor ons wil zijn. Hij is een God Die het verlorene zoekt. Zo’n God is Hij. Dat mag en moet gepredikt worden, zonder iets af te doen aan Zijn straffende gerechtigheid.

Oplichten
Tekenen van de gelukzaligheid geeft God namelijk af en toe even te zien. Even wordt een doorkijkje gegeven als God laat blijken dat Hij alles zal vernieuwen en de zonde en de gevolgen ervan weg zal doen. Maar God laat af en toe ook iets oplichten van de rampzaligheid, ook al moeten we heel voorzichtig zijn dit concreet te duiden. Er worden in de Heilige Schrift wel momenten genoemd. Dit weten we: het is nu nog het jaar van het welbehagen des HEEREN.
Hij gaat nog door met Zijn reddingswerk, maar de dag der wraak van onze God komt vast en zeker. Hij is een Koning Die Zich het lot van Zijn onderdanen aantrekt en Zijn en hun vijanden niet tekeer zal laten gaan. Het werk van de duivel wordt ongedaan gemaakt en alles wat Hem vijandig gezind is wordt teniet gedaan en alle gemene plannen om Gods Woord krachteloos te maken worden vernietigd, zoals ook in vraag 123 van de Heidelbergse Catechismus wordt verwoord. Gods vijanden en ook die van Zijn Kerk zullen de verschrikkelijke wraak zien. Maar degenen die verdrukt werden om de zaak van Gods Koninkrijk zullen gerehabiliteerd worden. ‘En als een genadige vergelding zal de Heere hen zulk een heerlijkheid doen bezitten, als in het hart van een mens nooit zou kunnen opkomen. Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus onze Heere.’ (NGB, art. 37)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

God grijpt niet in, nog niet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's