De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een kruishout als troon

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een kruishout als troon

Op Golgotha is Jezus de Koning der Joden

8 minuten leestijd

In Mattheüs 2 wordt gesproken over de geboren koning der Joden. Ook boven het kruis staat geschreven: Jezus, de Koning der Joden. Typeert deze naam de Heiland op kruispunten in Zijn leven?

De naam ‘Koning der Joden’ typeert Jezus niet zozeer op verschillende kruispunten in Zijn leven als wel op hét kruispunt. Het is op Goede Vrijdag dat Jezus openbaar komt als Koning der Joden. Het is Pilatus die maakt dat dit koningschap van Jezus – letterlijk – in het geding is en daarna boven het kruis laat schrijven dat hier de Koning der Joden hangt.
Door wie wordt Jezus Koning der Joden genoemd? Dat zijn de wijzen uit het oosten aan het begin, Pilatus en de Romeinse soldaten aan het einde. Daarnaast wordt Jezus Koning van Israël genoemd. Door wie? Door Nathanaël aan het begin en de schare met de palmtakken aan het einde, en – spottend – door overpriesters en schriftgeleerden bij het kruis. De titel ‘Koning der Joden’ klinkt uit niet-Joodse mond, van buitenaf, en de naam ‘Koning van Israël’ horen we van Joden, dus van binnenuit.

Politiek
‘Koning der Joden’ heeft zowel bij de wijzen uit het oosten als bij Pilatus een politieke klank. Eén kan er maar koning zijn in het land. Jezus of Herodes. De keizer of Jezus. De openingsvraag van Pilatus is dan ook: ‘Zijt Gij de koning der Joden?’ Of, zo kan ook vertaald worden: ‘Zijt Gij de koning van de Judeeërs?’ En dus niet van de Galileeërs. In dat laatste geval gaat Herodes immers over de zaak. Pilatus wil maar één ding weten: of deze gevangene politiek gevaar oplevert. Voert hij eigenmachtig de titel ‘Koning van de Judeeërs’, dan kan Pilatus, als landvoogd van Judea, zelf Hem aanpakken.

Intimiteit
In ‘Koning van Israël’ klinkt de intimiteit van Gods verbond met Zijn volk door. Voor de inhoud van deze titel moeten we in het Oude Testament zijn. Het begin van het koningschap in Israël is pijnlijk. Het volk vraagt een koning zoals andere volken en verwerpt daarin God als Koning. Samuel zalft Saul tot koning, maar met pijn in Gods hart.
Het koningschap komt er, maar profeet en priester moeten in de buurt blijven, om te voorkomen dat het koningschap van Israël een heidens karakter zal gaan dragen. Altijd zal er de profeet zijn die als de mond van God op aarde ongevraagd het koninklijk paleis binnentreedt: ‘Gij zijt die man!’ Altijd zal de priester met het offer der verzoening in de nabijheid van de koning verkeren. En soms lijken die twee, priester en koning, in één persoon samen te vallen. Zoals in het geval van David. Naar het voorbeeld van Melchizedek: koning en priester van Salem.
In dat licht gezien is het antwoord van de Joodse leiders op de vraag van Pilatus ‘Zal ik uw Koning kruisigen?’ onthullend: ‘Wij hebben geen koning dan de keizer’. Daarmee ruilen zij de Thora van Israël – God is Koning – in voor de wet van de Romeinen.

Geen land, geen leger
Jezus Zelf horen we nooit zeggen: ‘Ik ben de Koning van Israël.’ Ik ben de Goede Herder, ja, maar niet: Ik ben de Koning. Integendeel, Jezus spreekt over het koninkrijk van God, het koningschap van Zijn Vader. Dit ene heeft Hij voor ogen, tot in het bittere einde: de verwerping van God in het koningschap onder Israël ongedaan maken door Zijn Vader het Hem toekomende koningschap terug te geven.
Zijn prediking begint dan ook met de aankondiging dat het Koninkrijk van God nabij gekomen is. ‘Het draait om Christus, maar het gaat om het Koninkrijk van God’, leerden we als studenten van prof. dr. A.A. van Ruler.
Rond de kruisiging wordt Jezus herhaaldelijk ‘Koning der Joden’ genoemd, juist wanneer Hij het offer van Zijn leven brengt aan God als Koning van hemel en aarde. Psalm 22, waarvan Hij aan het kruis het begin uitroept, eindigt met de verkondiging van Gods koningschap. Begraven wordt Hij in het graf van Jozef van Arimathea, ‘die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte’.
Het koningschap geeft Jezus terug aan de Vader op de wijze van Goede Vrijdag, in de gestalte van het tegendeel. Zijn kroning is een vertoning van spot en ironie: ‘Wees gegroet, Gij Koning der Joden!’ Een kruishout is Zijn troon: ‘De Christus, de Koning van Israël, kome nu af van het kruis.’ Tussen een pseudo profeet en een onbevoegd priester hangt Hij als een spotkoning: ‘Hij heeft anderen verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen.’
Ach, Pilatus, Zijn koninkrijk is niet van hier. Hij heeft geen land, geen leger. Zwaarden, Petrus, dienen in de schede gestoken. Wees niet bang, keizer in Rome, voor politieke concurrentie. Zijn koningschap is niet van deze wereld. Maar vergist u zich niet, dat wil niet zeggen dat Zijn Koninkrijk niets met deze wereld te maken heeft. Integendeel. Alles heeft het met deze aarde te maken. Want het ontroofde koningschap van God is nu juist het Koninkrijk in hemel en op aarde. Ja, het is een hemel op aarde.

Na Auschwitz
Wat leert ons de naam ‘Koning der Joden’? Ik blader in het leerboek van onze kerk, de Heidelbergse Catechismus, op zoek naar het koningschap van Christus. Zondag 12 legt Zijn koninklijk ambt uit als een regeren door Woord en Geest, als een bewaren bij de verworven verlossing. Zo is de Gezalfde van God onze eeuwige Koning. Het koninklijk ambt wordt helder onderscheiden van het hogepriesterlijke en het profetische. Maar waar vind ik het koningschap van Jezus zoals geopenbaard op Goede Vrijdag? Waar vind ik – met andere woorden – dat de Koning van de kerk de ‘Koning der Joden’ is? Het is anno 2009 dat we in gesprek zijn met het leerboek. We leven in de jaren na Auschwitz en na de stichting van de staat Israël. We leren de Schrift – ja, dat vooral: Sola Scriptura – opnieuw spellen, nu in gesprek met Israël. Drs. C.J. Rodenburg deed in De Waarheidsvriend van 19 maart verslag van een dialoog tussen Joden en christenen. Ik raad iedere lezer aan de inhoud grondig te overwegen. Dit is wat de kerkorde bedoelt met het gesprek dat de kerk zoekt met Israël.

Midden in de geschiedenis
Voor me ligt een boek van dr. Joel Marcus, een Jood die christen werd en – zoals altijd in dit geval – Jood bleef. De titel luidt: Jezus en de Holocaust. Wanneer de schrijver zich verdiept in het lijden en sterven van Jezus, beseft hij gaandeweg dat de kruisdood van Jezus moet worden begrepen tegen de donkere achtergrond van het lijden en sterven van Jezus’ Joodse broeders en zusters tijdens de Holocaust, bijna tweeduizend jaar later. ‘Als de aarde beefde bij Jezus’ dood, waarom beefde ze dan niet bij de dood van zes miljoen van zijn mede-joden?’ Marcus verbindt Golgotha met Auschwitz.
Aarzeling, schroom, huivering overvalt me. Kan dat? Mag dit? Wordt het unieke lijden van Christus niet tekort gedaan? Voor deze vragen zijn onze ogen pas open gegaan in onze tijd. En het is deze ontdekking die is verwoord in een citaat van dr. S. Gerssen (1923- 1989): ‘Dat Jezus uit een Joodse moeder geboren werd is niet een toevallige omstandigheid, laat staan dat men dat als iets genants zou mogen beschouwen. Het is veeleer het hart van de bijbelse boodschap, dat Hij midden in de geschiedenis van Israël staat en dat Hij een eeuwige verbintenis met dit volk heeft aangegaan. Zo staat Jezus in de geschiedenis en wie dit miskent raakt verstrikt in de mythologie.’
Ik lees dit als een artikel waarmee de kerk vandaag staat of valt. Als ‘Koning van Israël’ staat Jezus midden in de geschiedenis, en zó zullen we als heidenen van huis uit Hem kennen als ‘Koning der Joden’. En zo niet, dan zullen we Zijn koningschap vroeg of laat mythisch invullen vanuit ons heidens verleden. Een koning naar ons beeld en naar onze gelijkenis zullen we vormen, met wie we meeregeren en strijden tegen de zonde en de duivel. Als soldaten van een middeleeuwse ridder: ‘Voorwaarts, christenstrijders’. En dat zijn precies de klanken die dikwijls een zee van bloed en tranen aankondigen voor het Joodse volk.

Teruggeven
Op Goede Vrijdag geeft Jezus – verborgen voor onze ogen – het koningschap terug aan de God van Israël. Deze dag zal Hij eenmaal bekronen wanneer Hij het koningschap openlijk zal overdragen aan God. Opdat God zal zijn alles in allen. Het leerboek doorbladerend tot het einde ontdek ik dit perspectief. De uitleg van de slotbede van het Onze Vader laat het horen: ‘Want U bent onze Koning en hebt alle dingen in uw macht.’ U bent onze Koning. Het is niet tot Jezus gezegd, maar in en door Hem gesproken tot de God van Israël. Dit alles gaat door me heen wanneer ik in de kerkorde lees dat we als Christusbelijdende geloofsgemeenschap het gesprek zoeken met Israël als het gaat over het verstaan van de Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende de komst van het Koninkrijk van God. Christusbelijdend, dat is niet in de laatste plaats erkennen dat de Koning van de kerk de Koning der Joden is. Met alle gevolgen van dien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een kruishout als troon

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's