‘Het Evangelie heeft allure’
Marja Brak: Worden we niet te laagdrempelig?
Bijna werkt ze veertig jaar bij de IZB, maar nu stopt ze ermee. De baan past adjunct-directeur Marja Brak als een jas. Toch vindt ze werk bij een vereniging voor zending niet belangrijker dan bij een verzekeringsmaatschappij.
Marja Brak: Worden we niet te laagdrempelig?
Marja Brak (61) heeft volgens eigen zeggen een enorme binding met de gemeente waar ze opgroeide: Zegveld, dicht bij Woerden. ‘Dat heb ik ook met plattelandsgemeenten in de Alblasserwaard. Je vindt daar oprechte gelovigen en merkt betrokkenheid en trouw. Ik hecht aan trouw, aan de kerk, het geloof, de traditie, hoewel dat laatste ook lastig kan zijn.
Ik ben erg kritisch, maar denk ook weer heel mild, vooral omdat ik onder de indruk ben van het geduld dat God met mij heeft. Dynamisch en doorzettend ben ik ook, maar ik kan ook weer geduldig zijn en de tijd afwachten. Als jonge mensen kerkelijk shoppen, dan begrijp ik dat nooit zo. Ik zeg altijd: Loop niet weg uit de gemeente, maar praat en wacht je tijd af. Er kan een doorbraak komen, en daar zie ik dan het werk van de Geest in.
Mijn zendingsbewustzijn ontstond door het Dabarwerk. Ik had me daarvoor uit nieuwsgierigheid opgegeven, niet omdat ik zo’n evangelist ben. In gesprekken heb ik het nooit binnen een minuut over het evangelie, daar heb ik de vrijmoedigheid niet voor. Bij de IZB hoor ik bij de verbindingstroepen; ik ben goed voor de achtergrond en kan de dingen redelijk goed opschrijven.
Ik denk altijd dat God door zoveel mogelijk mensen geëerd moet worden. Mijn eerste motief is niet zozeer dat mensen anders verloren gaan, maar dat ze door God zijn geschapen. Ze horen bij Hem, moeten bij Hem komen en bij Hem blijven, opdat zoveel mogelijk knieën zich voor Jezus buigen. Daar moeten wij al het mogelijke aan doen, maar verder is het het werk van de Geest. Hij gaat Zijn eigen, ongekende gang; mensen komen via de meest onmogelijke wegen tot het geloof.’
Binnenkant
‘In de 39 jaar dat ik er werk, is er een enorme ontwikkeling bij de IZB geweest. Nu heeft elke gemeente een eigen evangelisatiecommissie, maar in mijn begintijd waren dat er in heel Nederland in onze kring misschien maar veertig. De IZB bundelde die.
Als gemeente verander je door een evangelisatiecommissie. Evangelisatiewerk werkt altijd het eerste naar binnen. Je gaat nadenken over hoe je de dingen zegt. Dat is met Dabarwerk ook zo, dat heeft vooral betekenis voor jezelf. Je hebt gesprekken met mensen, maar denkt: geloof ik dat nu zelf ? Ik vrees dat er niet zoveel mensen op een camping zijn bekeerd. Ik denk wel dat ouderlingen van nu ooit als snuiters van achttien Dabarwerk hebben gedaan.
De IZB heeft aan de binnenkant, in de gemeenten, veel bereikt door toerusting. Het besef is gaan leven dat het evangelie niet ons particulier eigendom is. Er is in vormende zin veel gebeurd, waardoor mensen bij de kerk zijn gebleven. Mensen konden bijtanken op onze conferenties. Wat je in je eigen gemeente aan frustraties niet kon uiten, kon in een vreemde omgeving. We zeiden wel: Blijf waar je bent.
Het is niet zo dat de IZB in missionair opzicht zijn duizenden heeft verslagen. Door ons behoudende imago was het voor ons extra moeilijk om de buitenwereld te bereiken. Overigens hadden andere bewegingen niet meer missionair succes. Er bestaat ook geen methode of strategie. Je moet die wel hebben en aanbieden, maar het blijft een mysterie waarom de mens tot geloof komt.
Er komen nu veel meer mensen tot het geloof dan in het begin. De openheid bij de buitenwereld is groter geworden. Mensen komen op een Alpha- of oriëntatiecursus of bezoeken een missionaire dienst. De negatieve beeldvorming rond de kerk is doorbroken. Dat heeft met de tijd te maken en met het feit dat de IZB materialen en cursussen heeft aangereikt.
Toch zetten maar weinig mensen met belangstelling voor de kerk de stap van belijdenis en doop. Ze zitten op de rotonde maar nemen niet de afslag naar de kerk. Eerlijk gezegd heb ik er dan weinig fiducie in. Over twee of drie jaar is de belangstelling weer verdwenen. Ik vraag me wel eens af of we de buitenkerkelijken niet te veel tegemoet gekomen zijn door hen op hun wenken te bedienen: wat had u gehad willen hebben? Misschien moeten we zeggen: de kerkdeur staat open, kom maar gewoon. Ik wil niet terug naar de geslotenheid, maar er is een grens. Het evangelie staat haaks op wat verwende mensen willen.’
Overbodig
‘We zijn altijd veel dingen gestart, maar het werk werd vaak groter dan wij aankonden. Voor ons is toerusting punt één. Missionaire projecten staan op twee. Je moet niet dingen half doen, daarom wordt er af en toe iets afgestoten.
Ter gelegenheid van het afscheid van mevrouw M.E. Brak is er morgenmiddag vanaf 14.00 uur een minisymposium in de Jacobikerk in Utrecht, waarin dr. A.J. Plaisier de hoofdlezing verzorgt.
Misschien kan ook Areopagus, het nieuwe centrum voor prediking, op termijn op eigen benen staan. Je moet je overbodig maken. Dat kan ook met de IZB zelf gebeuren. Als de kerk met missionaire programma’s de gemeenten gaat bedienen en ze doet dat vanuit gereformeerde optiek, dan zijn wij overbodig. Het is toch vreemd dat mensen als lid van de kerk betalen en dat wij voor ons zendingswerk ook nog eens om geld moeten hengelen? De Protestantse Kerk ondersteunt gemeenten, maar waarom zou dat alleen een bepaald soort gemeenten zijn? De andere moeten nu alles zelf bij elkaar sprokkelen. Dit lijkt me een discussie voor de komende jaren.’
Hoe waardeert u het missionaire denken in hervormd-gereformeerde kring?
'Als de IZB de cursussen Gunnend geloven, Woorden vinden en Moeilijke vragen in een gemeente geeft, zitten daar gerust honderd gemeenteleden. Dat vind ik opmerkelijk. Niemand wordt gedwongen, er moet een zaadje gelegd zijn dat het evangelie er is om door te geven.
Georganiseerd evangelisatiewerk is lastig. De tijd van tentweken of andere campagnes is voorbij. Mensen worden nu bereikt door cursussen en missionaire diensten. Je ziet dat iedereen zich vandaag op gemeentestichting stort. Wij doen het zelf ook, in de Jordaan en op Vinex-locaties, maar de enorme aandacht ervoor komt op mij nogal hijgerig over.’
Wat betekent het dat de IZB een gereformeerde organisatie is?
‘Allereerst dat onze roeping ligt in het bedienen van gemeenten die zich conformeren aan het gereformeerde belijden. Als we de aansluiting met deze gemeenten zouden missen, is het voor ons finito. We staan breed in de kerk, zeggen we, maar ik zeg altijd: Pas als we daar tijd voor hebben. Onze eerste roeping ligt bij gemeenten die ons steunen, die ons hebben opgericht.
Je ziet dat sommige gemeenten ons ontrouw worden en bijvoorbeeld naar het Evangelisch Werkverband kijken. Het automatisme is er wat dat betreft uit, en dat maakt de toekomst spannend. ‘Gereformeerd’ betekent ook dat we veel kunnen organiseren, maar dat uiteindelijk de verkiezing van God en de werking van de Geest bepalend zijn. Wij moeten het aan Hem overlaten.
Op ons evangelisatieblad Echo kregen we wel de kritiek dat het te vrijblijvend zou zijn. Dat was niet onterecht, zeker niet in de jaren dat je de mensen niet te veel moest lastigvallen. Maar nu nog dreigen we niet met het oordeel en eindigen we een artikel niet met een oproep tot bekering. In plaats daarvan stellen we het geloof als iets moois voor. Met het appèl dat we door God zijn geschapen en dat Hij recht op ons heeft. We werken toe naar de Bijbel en de kerk, altijd met een verwijzing naar een gemeente.’
U zegt dat de IZB zijn bestaansrecht in de gemeente heeft, maar in uw interview met de predikanten Dekker en Looijen in Tijding laat u de woorden kneuterigheid, oubolligheid, starheid en bloedeloosheid vallen als het over de gemeenten in ons deel van de kerk gaat. Hoe past het een bij het ander?
‘Ik preek tegen de IZB. Wij zijn net als de gemeenten gespeend van flair en Schwung. Er is een zekere bekrompenheid, daar moet je je van bewust zijn. Het evangelie hééft ook een bepaalde stijl nodig, alleen niet in de zin van stijf, maar in de zin van allure, van ruimte en genade. Ruimte is voor mij een belangrijk woord. Je moet de moed hebben om buiten je eigen kader en kringetje te treden en anderen ruimte te geven. Dat wil niet zeggen dat je principes en tradities opgeeft, wel dat ik mijn traditie en geschiedenis niet aan mensen van twee generaties jonger moet proberen op te leggen.
Zelf ben ik een traditioneel typetje, al gelooft niemand dat van mij. Als ik in Zegveld kom, vind ik het jammer dat er tegenwoordig ritmisch wordt gezongen. Dat is nostalgie, geen principe. Hetzelfde heb ik met bepaalde liederen, maar ter wille van jongeren en mensen met een andere smaak moet ik concessies doen. Ik houd niet van oubolligheid en kneuterigheid, maar misschien heb ik gemeenten onterechte dingen verweten. Wat ik hoop is dat wij met de dingetjes die wij zo belangrijk vinden anderen niet in de weg staan. Laat God niet op onze voorkeuren afgerekend en afgeschreven worden.’
Hebt u het idee dat de IZB in de gemeenten is geworteld?
‘In elk geval meer dan pakweg twintig jaar geleden. Missionair zijn is belangrijk, riepen wij. Mensen ervaren dat nu aan den lijve. Er zijn weinig families die niet geconfronteerd worden met echtscheiding, samenwonen of kinderen die niet naar kerk gaan. Ook gemeenten ervaren nu de moeilijkheden die de IZB altijd heeft gehad, in het naar buiten treden, de cultuur te begrijpen, het ontwikkelen van methoden en materiaal. Daarbij is meer begrip voor de veelkleurigheid van de IZB gekomen. Wij proberen maatwerk te leveren; dorp X en groeigemeente Y hebben verschillend materiaal nodig.’
U maakte vier directeuren mee.
‘Ds. B.J. Wiegeraad heeft me hier opgeleid. Een man met een scherpe en vooruitziende blik, die de bodem heeft gelegd onder het werk zoals dat nu is. De groei begon daarna en werd op rekening van zijn opvolger geschreven. Dat was ds. C. Snoei, de man van de verbreding, die zich richtte op de missionaire bewustwording van de gemeenten. Vervolgens kwam ds. J. Vroegindeweij. Hij was de persoon van het kerkelijk denken. Dankzij hem kreeg de IZB erkenning van de landelijke kerk.
De huidige directeur, ds. D.Ph.C. Looijen, is zijn opvolger. Hij is de figuur van de consolidatie en van het teruggaan naar de core business, zodat we niet verzanden in alles wat we willen doen. Nu gaat het er om spannen of we kunnen samenwerken met het missionaire werk van de kerk. We gaan elkaar tegenkomen, wordt het samenwerking of concurrentie?’
Kan de IZB verder zonder Marja Brak?
‘Ik merk bij de jongere evangelisten dat ik van de voorbije generatie ben, het is nu tijd voor een andere kijk. Het is wel spannend of de worteling in de gemeenten blijft. Liefde voor de gemeente en de traditie waar we uit voortkomen, zijn belangrijk, hoe gekleurd je daar ook over denkt. Jongeren zijn minder trouw aan hun afkomst, ze weten ook niet meer wat gereformeerd zijn is. Wat dat betreft staat het er met de Gereformeerde Bond en HGJB slecht voor.
Ik vraag me wel eens af: Hoe houden we het nog een poosje vol? Als we niets doen, zijn we binnenkort evangelisch. Daar is niets mis mee, maar ik zou dat erg jammer vinden. Met het gereformeerde houd je het een levenlang vol, met het evangelische moet ik dat nog maar zien. We zitten natuurlijk in een empathiecultuur, maar je hebt een fundament en kaders nodig. Het gereformeerde denken biedt die. Het geeft niet als je soms niets beleeft en voelt. In dorre tijden moet je gewoon doorlopen, de beleving komt wel weer.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's